Ooit werd me in een radioprogramma gevraagd welke mijn favoriete sport was. De vragensteller stuurde aan op basketbal of misschien wielrennen of schaatsen, maar toen ik resoluut honkbal als antwoord gaf, was de reactie: ‘Watttt, honkbal….?’

Hij keek daar niet alleen van op, hij sprak het woord uit alsof hij een hap verpeste koemest in de mond had.

Ja, ik knikte. Ik bedoelde ook honkbal, de leukste, moeilijkste, meest interessante sport die op deze wereld gespeeld wordt. Ja, het is een sport die uit de Verenigde Staten komt, maar die vrij bekend is over de hele wereld, met uitzondering van Afrika.

In Nederland werd honderd jaar geleden al honkbal gespeeld, maar het is bij ons nooit een door het grote publiek geaccepteerde sport geworden. Ook niet toen de nationale ploeg wereldkampioen werd in 2011, zelfs niet toen, in september 2016, in eigen land nog wel, de Oranjeploeg Europees kampioen werd, ook niet nu de Kingdom of the Netherlands selectie in het grote, internationaal hoog aangeschreven WBC (World Baseball Classic) meespeelt.

Het Nederlandse sportpubliek heeft geen idee, kent de spelers nauwelijks en het zal die mensen ook een zorg zijn wat daar, ver weg in Japan, gebeurt.

Honkbal is nooit omarmd door het grote Nederlandse sportpubliek. Hoofdreden (denk ik): het is een moeilijke sport als het om de regels gaat, het heeft te vele gezichten (offensieve wedstrijden met hoge scores, defensieve partijen met zelden een score) en de seizoengebondenheid in Nederland maakt het tot een sport die veelal gespeeld wordt in onze vakantiemaanden.

Ondanks dat: er gaat he-le-maal niets boven een goede honkbalwedstrijd, in de verste verte zelfs niet. Voordat er weer mensen gaan mopperen en roepen ‘wat een onzin, hoe kan je in zo’n luimakende, onbegrijpelijke sport geloven?’ zal ik wijze op  de gisteren gespeelde wedstrijd tussen Japan en het Koninklijk team. In Tokio.

Voor die eerdergenoemde WBC; een groot en belangrijk sporttoernooi dat het in ons land (met uitzondering bij De Telegraaf en familiebladen) in de sportpers nauwelijks haalt. Een kort berichtje, een uitslag, veelal gelijke, geëigende, platgeslagen teksten, ook nog tendentieus bij tijden en zelfs met snufjes negativisme (‘Dat zijn toch allemaal mannen van de Caribische eilanden…’) bijna vergelijkbaar waarop ‘wij’ in dit land soms groepen andere nationaliteiten wegzetten: met schouderophalen, niet goed geïnformeerd en vooral generaliserend en licht afwijzend.

Ooit zei wielerploegleider Peter Post tegen me: ‘Wat is er nou leuk aan honkbal? Hoe kan jij nou zeggen dat je voor je plezier naar die sport kijkt?’ 

Ik moet iets geantwoord hebben van ‘Omdat het waarschijnlijk de moeilijkste sport ter wereld is om perfect te spelen’ en dat zeg ik nog steeds. Post schudde zijn wijze hoofd en zei toen: ‘Dat begrijp ik dus niet…een balletje wegslaan, een balletje gooien en spelers met buikjes…Hoe bestaat het dat jij je journalistiek in de wielersport ophoudt en dan durft te zeggen dat honkbal zo mooi is?’

Nog steeds zeg ik: ik blijf gewoon bij mijn woorden, ook met de lichte hoon van andere mensen die niet snappen dat persoonlijke voorkeur bestaat, dat mensen verschillende smaken hebben en…

Ach wat… waarom wijs ik niet op de bijna vijf uur die ik gisteren, veelal staande en rondlopend rond de televisie, met koffie in de hand, later met thee en een broodje, ook nog aan de telefoon, soms tegelijkertijd de poezen voederend en soms werkelijk gebiologeerd  naar de tv kijkend die bijna vijf uur heb volgemaakt.

Japan-Nederland werd 8-6 en dat deed pijn voor Team The Netherlands, maar wat een fantastische wedstrijd was dit! 

Hoe goed speelden Japan en Nederland niet?

En hoeveel denkfouten maakten de betrokkenen niet?

De spanning was groot, groter, grootst en hield niet op. Iedere worp, iedere slag, iedere actie had een eigen verhaal, een eigen uitkomst en ik vond het gewoonweg het einde.

Die WBC-uitzendingen  worden verzorgd door Fox Sports. Met commentaar dat gegeven wordt in een studio in Nederland en dat is een nadeel, maar wel economisch verantwoord.

Als je kijkt (kijkcijfers zijn, geloof ik, niet openbaar en beschikbaar) hoor je o.a. Charles Urbanus praten.

Hij is de verpersoonlijking van de toegewijde, trouwe, ietwat naïeve en in ieder geval fantastisch positief levende honkbalfreak. Hij is honderd procent honkbal en spreekt ons in een taal toe die soms niet te volgen is, maar dat maakt het juist leuk en waardevol hem aan te horen. Je moet echt je best doen om zijn inzichten te kunnen volgen.

Honkbal legt hij uit als schaken voor gevorderden. Hij heeft het over zaken waar de gemiddelde Nederlandse kijker geen idee heeft, maar hij staat voor zijn sport en dat is zo mooi.

Mag ie?

Zoon van Neerlands grootste honkballer ooit, geboren met een OVVO-vlag in de wieg, gezegend met een positieve kijk op alles in de wereld…en zeker op honkbalzaken.

Eventueel verkeerde beslissingen van manager (Urbanus noemt hem ‘skipper’) Hensley Meulens zal hij niet noemen, noch aanvechten…Urbanus is er om het gospel van het (top)honkbal aan ons door te geven en dat is mooi. Hij heeft geen azijn, nog bitterkoekjes op zijn menukaart staan. Ik ben het turven van het woord “fantastisch” in zijn commentaar gestopt. Ik ben gek op hem, echt waar.

Ja, ik vind honkbal ook fantastisch. Al sport, als inspanning, als kijksport, als alles…

Maar ik zeg het niet zo vaak.

Alleen als iemand mij vraagt wat mijn favoriete sport is, heb ik mijn antwoord klaar.

Zonder dralen: honkbal.

Ongeacht wie er wint, ongeacht de steeds weer terugkerende Fox-reclamefilmpjes die vijf uur lang in een amechtige carrousel langskomen, ongeacht wat dan ook.

Japan-Koninkrijk der Nederlanden van zondag was een fabelachtige uitzending.

Anderen keken wellicht naar shorttrack, schaatsen uit Stavanger of naar Feijenoord en AZ, maar ik keek naar honkbal en genoot.

En daarvoor kom ik ook uit.

En de komende weken blijf ik kijken en raad ik vele sportvolgers aan ook eens naar Fox Sport te gaan kijken. Ook al speelt Nederland niet. Kijk eens naar een sport die U misschien niet zo heel goed begrijpt, maar daardoor juist zo boeiend is. Onbekend maakt soms bemind.

Veel plezier en als U ergens anders naar wilt kijken is mij dat om het even.

U kiest. Ik ook.