Het Zweedse Koninklijk Huis is in één klap vijf leden kwijtgeraakt. Koning Carl Gustaf heeft besloten dat vijf kleinkinderen niet langer lid zijn. In de jaren zeventig wachtte Prins Maurits hetzelfde lot, maar koningin Juliana hield dit maar nét tegen.

"Op het moment dat de discussie rond de titel van Maurits ontstond, waren er in principe al genoeg troonopvolgers met Willem-Alexander, Friso en Constantijn", vertelt royalty-deskundige Dorine Hermans. En dus wilde de regering van Barend Biesheuvel de kinderen van Pieter van Vollenhoven en prinses Margriet uit het Koninklijk Huis zetten.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Het probleem dat de regering had met het groeiend aantal leden van het Koninklijk Huis zat voornamelijk in de ministeriële verantwoordelijkheid. "De politiek heeft die verantwoordelijkheid voor leden van het Huis, omdat die troongerechtigd zijn. Het kost veel energie om ervoor te zorgen dat niemand iets doms zegt, iets uithaalt of een slippertje begaat op een feest", zegt Hermans.

Bovendien moeten troongerechtigden ook bewaakt worden, wat veel geld kost. En dus wilde Biesheuvel af van Maurits en zijn broertjes (Bernard, Pieter-Christiaan en Floris) als leden van het Koninklijk Huis.

Juliana furieus

Maar dat was buiten Juliana gerekend. "Zij was furieus. Ze zei: 'ik wil geen A-prinsen en B-prinsen'. Zij nam zelfs het woord discriminatie in de mond", vertelt Hermans.

Uiteindelijk zorgde zij er hoogstpersoonlijk voor dat ook de kinderen van Pieter en Margriet nog jarenlang lid zouden blijven van het Koninklijk Huis. "Biesheuvel zal bang zijn geweest dat Juliana anders af zou treden, dus ging hij ermee akkoord."

Op Instagram laat prins Carl Philip weten dat hij tevreden is over het besluit dat zijn kinderen niet langer lid zijn van het Zweedse Koninklijk Huis. Hij geeft aan dat zijn kinderen daarmee ook meer vrijheid krijgen.

Bekijk de inhoud op Instagram