Vanaf de jaren zestig tot 1993 zijn honderdduizenden dienstplichtigen en beroepsmilitairen bij Defensie blootgesteld aan de kankerverwekkende wapenolie PX-10. In het middel, dat gebruikt werd bij het schoonmaken van wapens, zit de kankerverwekkende stof benzeen verwerkt.

De gevaren van PX-10 waren intern al jaren bekend, toch besloot Defensie in 1984 met het gebruik van het middel door te gaan. Dit blijkt uit een brief van de Defensietop uit 1984 die EenVandaag in handen kreeg via de Wet openbaarheid van bestuur. In de brief staat: “Het produkt PX-10 blijft bij de KM (evenals KL en KLU) gehandhaafd."

Enkele honderden (oud)-Defensiemedewerkers hebben inmiddels kanker gekregen, anderen hebben neurologische aandoeningen. Een groot aantal is overleden. Defensie wijst claims van ziek geworden militairen of nabestaanden af. Het erkent in individuele gevallen de relatie tussen het middel en de ziekte leukemie wel, maar dat moet je dan wel als persoon aanvechten. Defensie weigert een verband tussen het werken met PX-10 en ziekte te erkennen voor de gehele groep.

Het baseert zich daarbij op een onderzoeksrapport van het RIVM uit 2011 dat concludeert dat er geen causaal verband is. Maar dat rapport is omstreden. In oktober 2014 uiten toxicologen in een uitzending van EenVandaag felle kritiek op het onderzoek. Het zou wetenschappelijk incorrect zijn en het RIVM zou een foute rekenmethode gebruikt hebben. Het onderzoek zou verder uitgegaan zijn van verkeerde aannames over de blootstelling aan benzeen. Ook zou er niet gekeken zijn naar individuele gevallen.

De militaire vakbond AFMP en Tweede Kamerleden eisen hierna opheldering van minister Hennis van Defensie en willen dat ze het onderzoek heropent. Dit weigert Hennis. Ondertussen komen er meer meldingen van mensen die gewerkt hebben met de wapenreinigingsolie. Letselschadeadvocaat Jan de Bruin heeft een speciaal meldpunt geopend en hier melden zich honderden militairen. In een enquête van de advocaat zeggen 480 militairen onbeschermd met het middel gewerkt hebben. 162 melden nu ziek te zijn.

In het najaar van 2015 komt er nog meer kritiek op het onderzoek van het RIVM uit 2011. De proeven blijken voor een deel uitgevoerd te zijn met de stof tolueen, in plaats van het kankerverwekkende benzeen. Dit vanwege het risico voor de onderzoekers die het experiment uitvoerden. Volgens het RIVM zouden de stoffen vergelijkbaar zijn, maar toxicologen zeggen dat tolueen tot drie keer sneller verdampt dan benzeen. Ook is er kritiek op het feit dat maar 23 militairen van één eenheid zijn gesproken voor het onderzoek. Verder gaan Defensie en het RIVM uit van lage concentraties schadelijke stoffen in PX-10. Onterecht vinden critici: het is nog onduidelijk hoeveel benzeen er in het middel zat.

Begin 2016 roepen militaire vakbonden AFMP en MARVER en de SP minister Hennis opnieuw op het onderzoek naar PX-10 te heropenen. 

afbeelding px-10 wiki