Afgelopen najaar maakte ik een reportage over oud-SS'er Heinrich Boere, waarbij we gebruik maakten van een verborgen camera. Boere diende hierop een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek. Onlangs verklaarde de Raad dat deze klacht ongegrond is. Hieronder volgt de volledige uitspraak van de Raad.

"In een uitzending van ‘EénVandaag’ is aandacht besteed aan het proces tegen klager in verband met door hem gepleegde misdaden in de Tweede Wereldoorlog. Er zijn beelden getoond van het plaatsje Eschweiler en van het bejaardentehuis waar klager woonachtig is.

In de reportage komen een familielid van een van de slachtoffers en de Officier van Justitie aan het woord. Zij laten zich onder meer uit over de vraag of klager al dan niet berouw zou hebben van zijn daden. Verder zijn diverse beelden getoond die met een verborgen camera in de kamer van klager in het bejaardentehuis zijn gemaakt. Een aantal van de beelden is herhaald in een latere uitzending van ‘EenVandaag’. De kern van de klacht is dat verweerder ten onrechte gebruik heeft gemaakt van een verborgen camera en de beelden ten onrechte tot tweemaal toe in een uitzending heeft gebruikt.

Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd kan worden aangenomen dat contact met klager via diens advocaat voor verweerder niet mogelijk was. Verder is aannemelijk dat de verslaggever niet tot het bejaardentehuis zou zijn toegelaten, indien hij daar met open camera was verschenen. Daarbij is van belang dat klagers raadsman ter zitting naar voren heeft gebracht dat daarover ook afspraken zijn gemaakt met de receptie van het bejaardentehuis. De vraag is vervolgens of in dit geval sprake is van een zodanig maatschappelijk belang, dat het gebruik van een verborgen camera en de uitzending van de beelden daardoor gerechtvaardigd was. (zie punten 2.1.5. en 2.1.7. van de Leidraad van de Raad)

Naar het oordeel van de Raad betreft het hier een grensgeval. Enerzijds was al bekend dat klager erkende schuldig te zijn aan de drie moorden, en was hij in een NPS-documentaire van ruim 10 jaar geleden ook zelf aan het woord geweest. In zoverre bevatten de gewraakte uitzendingen van ‘EénVandaag’ geen nieuwswaarde.

Daar staat tegenover dat de Tweede Wereldoorlog in het algemeen en de voormelde feiten met betrekking tot klager in het bijzonder van grote impact zijn geweest, niet alleen op de familie van de slachtoffers, maar op het gehele Nederlandse publiek.

Verweerder heeft beoogd de persoonlijke visie van klager op door hem gepleegde feiten, de ontwikkelingen rond zijn veroordeling en het nieuwe proces vast te leggen. Aldus wordt enig inzicht gegeven in de beweegredenen en persoonlijkheid van klager, die bekend staat als de laatste nog levende Nederlandse oorlogsmisdadiger en daarmee ook model staat voor andere Nederlandse SS-ers. De beelden kunnen in zoverre worden aangemerkt als een historisch document. Daarbij komt dat de laatste beelden van klager waarin diens persoonlijke visie aan de orde kwam, ruim tien jaar geleden tot stand zijn gekomen en recente beelden niet voorhanden waren.

Verder is van belang dat de betrokken verslaggever zich direct bij binnenkomst heeft voorgesteld als journalist, werkzaam voor de televisie. Hoewel klager daarop antwoordde dat hij niets met journalisten te maken wilde hebben en dat ze moesten vertrekken, kan uit de beelden en het verhandelde ter zitting worden opgemaakt dat klager zich niet verder tegen de aanwezigheid van de journalisten heeft verzet, maar op rustige toon het gesprek met hen is aangegaan. Aan het eind van het onderhoud heeft hij zelfs gevraagd zijn verhaal goed op te schrijven.

Een en ander in onderlinge samenhang beziend, is de Raad van oordeel dat klagers privacy niet onevenredig is aangetast en verweerder niet journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld. De omstandigheid dat tijdens het proces nieuwe beelden van klager zouden kunnen worden gemaakt, kan daaraan niet afdoen. Het maatschappelijk belang was immers gelegen in het belichten van de persoonlijke visie van klager over zijn daden. Verweerder mocht ervan uitgaan dat die persoonlijke en ongedwongen visie tijdens het proces, dat juridisch van aard is, niet (voldoende) naar voren zou komen." Publicatie op www.rvdj.nl/2010/12

Bekijk hier de bewuste reportage:

Uitspraak: ongegrond