Het nulurencontract verdwijnt en regels voor tijdelijke contracten worden strenger. Dat moet meer zekerheid bieden aan flexwerkers. "Fijn als we niet langer een doorschuifproduct zijn", zegt Astrid Bol, die al jaren de kost verdient met flexwerk.

Nu is het zo geregeld dat werknemers na drie tijdelijke contracten een vast contract moeten krijgen. Vaak gebeurt dat niet, maar mogen ze na 6 maanden weer terugkomen, opnieuw op tijdelijke basis. Die termijn wordt nu verlengd naar 5 jaar. Astrid hoopt dat er met de nieuwe plannen een einde komt aan deze 'draaideurconstructie'.

Opnieuw solliciteren

Ze kan over die draaideur meepraten. Na drie tijdelijke contracten bij haar laatste werkgever, zei die haar gedag. Daarom zit Astrid nu weer in de 'vliegfase', zoals ze het sollicitatieproces noemt. "En het lukt helaas nog niet om weer ergens te landen."

Dat de overheid nu met vakbonden en werkgevers afspraken heeft gemaakt om het aanbieden van vaste contracten aan te moedigen, juicht Astrid toe. "Hopelijk gaan werkgevers mensen nu eerder een vast contract aanbieden."

Meer waardering

"Al is het niet meer voor mezelf, dan wel voor de jonge mensen", zegt ze. "Een vast contract geeft veel meer waardering."

Momenteel stuurt de 63-jarige Astrid twintig tot dertig sollicitaties per week. Ze raakt erg ontmoedigd door de reacties die ze krijgt. "Ik ben senior, grijs en vrouw, dus het is erg moeilijk. Ik kom niet eens op gesprek."

info

Flexwerken is in opmars

Van de 9,7 miljoen werkenden heeft ruim de helft (5,4 miljoen) een vast contract, veel anderen hebben een flexibel contract (2,7 miljoen) of zijn zzp'ers (1,2 miljoen).

Maar flexwerken is duidelijk in opmars. Eind 2022 steeg het aantal vaste contracten met 103.000, maar het aantal zelfstandigen, en dan met name het aantal zzp'ers, groeide sneller. Er kwamen in het afgelopen jaar 128.000 zelfstandigen bij. Ook was er een toename van 64.000 flexibele arbeidscontracten.

Constant korte contracten

Astrid werkte 21 jaar in vaste dienst bij de NS, maar heeft sinds 2010 alleen maar flexbanen gehad. "Inmiddels heb ik zoveel werkgevers gehad dat ik het niet eens meer kan onthouden. Het waren constant korte contracten."

Voor zichzelf vindt ze het flexwerk dat ze de afgelopen jaren deed nog niet eens een groot probleem. "Dat komt omdat de opdrachten vaak leuk en steeds weer een nieuwe uitdaging waren. En ik kon het me veroorloven met een partner met vaste baan."

'Het voelt als bijbaan'

Maar zo'n uitvalsbasis heeft lang niet iedereen. "Die weten dat ze tijdelijk werk moeten accepteren, want anders hebben ze geen werk en geen bestaanszekerheid. Dat moeten we toch niet willen?"

Bovendien heeft flexwerker zijn niet altijd een positieve invloed op het werkgeluk. Astrid zegt dat flexwerkers voelen dat ze 'een medewerker voor erbij' zijn. "Het voelt als bijbaan. En dat is niet iets fijns. Je kan geen carrière maken en je hoort er toch niet helemaal bij, want je weet dat het tijdelijk is."

Bekijk ook

'Vorm van uitbuiting'

Vooral heeft ze een hekel aan nulurencontracten. Een vorm van uitbuiting noemt ze het. "Ik ken voorbeelden dat mensen 6 dagen beschikbaar moesten zijn en 20 uur in de week worden ingeroosterd." Ze is blij dat daar een einde aan komt.

Ook vakbond FNV zegt dat het goed is dat er een einde komt aan de 'doorgeslagen flexibilisering'.

Vast contract als norm

"We zijn blij dat het kabinet onderschrijft dat het vaste contract de norm moet zijn voor structureel werk en dat flexcontracten niet mogen worden misbruikt om te concurreren op arbeidsvoorwaarden", geeft FNV-voorzitter Tuur Elzinga aan. Hij dringt aan op haast om de maatregelen in te voeren.

"Voor mensen die geen zekerheid van werk en inkomen hebben, telt elke dag. Nu is het dan eindelijk zo ver dat de praktische voorstellen worden overgenomen. Laat het kabinet en parlement nu dan ook snel doorpakken."

Astrid Bol werkt al jaren als flexwerker. Ze is blij dat het kabinet met de nieuwe plannen het vast contract als norm wil stellen