Ze hebben wél een baan, maar verdienen zo weinig dat ze er niet normaal van kunnen rondkomen: werkende armen. Sinds 2001 groeide het aantal werkende armen van 210 duizend naar 320 duizend in 2014, blijkt uit een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau. Econoom Erica Verdegaal verwacht dat de groep werkende armen blijft toenemen.  

Leo van der Geest, econoom en directeur van onderzoeksbureau Nyfer, legt uit waar we het over hebben als we arm zijn, terwijl je werkt: “Als je eigenlijk elke keer je dubbeltje om moet keren. Het gaat dan ongeveer om een bedrag van tweeduizend euro voor een gezin en duizend euro voor een alleenstaande.”

Kleine baantjes

De stijging van de groep werkende armen groeit doordat heel veel mensen 'kleine baantjes hebben', zegt van der Geest: “Parttime, op oproepbasis en flexibele banen. Dan hebben ze weer wel werk en dan niet. Dat gaat om mensen in loondienst. Ook zijn er steeds meer zzp’ers, die maar af moeten wachten of ze gevraagd worden op de arbeidsmarkt en of ze wat kunnen verdienen." Het zijn voornamelijk mensen met een migratieachtergrond, zzp’ers en alleenstaanden. 

Onzichtbaar voor gemeenten

Voor deze werkende armen hebben gemeenten een minimabeleid, maar toch vallen ze ook daar vaak buiten de boot. Volgens van der Geest hebben gemeenten geen zicht op deze groep: “Gemeenten hebben natuurlijk bestanden van de bijstandsuitkeringen, maar ze hebben geen zicht op het inkomen van mensen die daarbuiten vallen. Bijvoorbeeld zzp’ers die te weinig verdienen om rond te komen. Die zijn niet bekend bij de gemeente en die zijn ook niet snel geneigd om aan te kloppen voor aanvullende inkomenssteun. Gemeenten hebben dus wel een minimabeleid, maar dat beperkt zich tot de bijstand.”

Groei van deze groep

De groep groeit sinds 1990 gestaag. Econoom en publicist Erica Verdegaal: “Je kunt verwachten met al die flexibele arbeid en die nulurencontracten dat deze groep gaat toenemen. Ik ken mensen die werken op zo’n contract en dan is het heel moeilijk om 40 uur te werken. Je moet vechten om je uren. Je moet maar hopen dat je niet te veel concurrentie hebt.”

De cijfers van het gepubliceerde onderzoek stammen uit 2014. Ondanks dat de crisis voorbij is verwacht ook een van de onderzoekers Cok Vrooman niet dat de groep werkende armen snel zal dalen.