Rotterdam was de stad van havenarbeiders, nu richt de stad zich op internationale bedrijven, toerisme en slimme oplossingen voor handel.

Na decennia van krimp en achterstand lijkt Rotterdam niet langer achter te lopen op de gemiddelde Nederlandse economische groei. De tweede stad van Nederland is bezig aan een opmars en heeft een flinke transformatie ondergaan. Vier redenen voor het succes van Rotterdam.

Schepen niet meer in de stad

Ten eerste de Rotterdamse haven. Jarenlang was deze haven het domein van stukgoedhandelaren. Stukgoederen worden vervoerd in kisten, kratten of vaten en moeten stuk voor stuk op een schip getild worden.

Maar met de komst van de eerste containers hoefden de goederen niet meer per stuk vervoerd te worden. Daarmee verdwenen de schepen uit de stad en verrezen nieuwe containerterminals tientallen kilometers ten westen van de Coolsingel.

Ouderwetse havenarbeider verdwijnt

Met de komst van de container verdween ook de ouderwetse havenarbeider. De mannen die de kisten, vaten en tonnen op het schip moesten sjouwen waren niet meer nodig.

In de jaren 70 begon het tijdperk van het dozen schuiven. In het begin werd dit ook nog door 'handjes' gedaan, maar door steeds verder doorgevoerde automatisering zijn steeds minder mensen nodig. Rotterdam verdiende zijn geld met invoer en doorvoer.

Toekomst ligt in slimme oplossingen voor de handel

Dat laatste zal nog wel even zo blijven, denkt havenonderzoeker van de Erasmus Universiteit Bart Kuipers. Maar Kuipers ziet vooral toekomst in data en slimme oplossingen voor de handel. En daar zijn heel andere handjes voor nodig.

Of eigenlijk geen handjes, maar hersenen. De toekomst van Rotterdam zit in data schuiven. En de industrie daaromheen trekt een heel ander publiek dan vroeger. Nu zijn in Rotterdam geen havenarbeiders meer nodig, maar ICT-specialisten met tenminste een MBO-opleiding.

Minder zelfgenoegzaam dan Amsterdam

Ten tweede trekt Rotterdam veel internationale bedrijven aan. De Amerikaanse Melissa Ablett omschrijft Rotterdam met één woord: ambitie. De wil om een stapje extra te doen, net iets beter te zijn dan anderen en minder zelfgenoegzaam zijn dan Amsterdam.

Dat is dan ook de belangrijkste reden voor Abletts bedrijf CIC, uit Boston, om voor Rotterdam te kiezen als eerste Europese stad om zich te vestigen. CIC biedt meer dan 250 startups in de technische en medische wereld kantoorruimte. De Amerikanen verhuren inmiddels 10.000 vierkante meter in het Rotterdamse Groothandelsgebouw aan innovatieve jongelingen.

Het syndroom van de 'tweede stad'

En Amerikaanse innovatieve bedrijven houden CIC nauwlettend in de gaten. Want waar zij zich vestigen, daar willen de bedrijven zelf ook naartoe. "Wij kozen voor Rotterdam en niet voor Amsterdam omdat je liever zit in een stad die graag wil, dan in een stad die zegt alles al te hebben", legt Ablett uit.

Ablett herkent in Rotterdam de sfeer en cultuur van haar geboortestad Boston. Boston is ook altijd in competitie met die andere grote Amerikaanse stad aan de oostkust: New York. "Bostonians hebben net als Rotterdammers last van het Second City Syndrom", zegt Ablett. En juist dat is een grote drijfveer voor de stad.

Junks van de stoep vegen

Maar ook de prioriteiten ten van de stad ten opzichte van haar inwoners zijn veranderd. "Toen ik in de jaren 80 in het westen van Rotterdam kwam wonen werd het daar het wilde westen genoemd", zegt Kuipers. Hij herinnert zich nog maar al te goed dat hij 's morgens soms de junks van de stoep van het kinderdagverblijf moest duwen om zijn kinderen binnen te kunnen brengen.

TV-reportage EenVandaag: Rotterdam loopt achterstand eindelijk in

Lees ook

"De lokale politiek leek tegen gezinnen met kinderen te zeggen: ga toch in de buitenwijken wonen. Pleur op naar Capelle, op zijn Rotterdams gezegd", vertelt Kuipers. "De stad koos voor de onderkant van de samenleving, voor de daklozen, de werklozen, de verslaafden. Wie met de trein naar Rotterdam kwam werd eerst verwelkomd door een peloton junks op Perron nul."

Toeristen brengen centen met zich mee

Dat is helemaal veranderd. De stad heeft geïnvesteerd in architectuur, in de Kop van Zuid. En de Rotterdammers zijn begonnen de stad te vermarkten. En dat biedt mogelijkheden voor toerisme.

Sinds een paar jaar trekken horden toeristen langs Erasmusbrug, de Markthal en Kubuswoningen. Tienduizenden doen de stad aan met cruiseboot. En toeristen brengen centen mee. En die centen die laten ze achter in de stad.

Meer geld voor je huis in Rotterdam dan in Amsterdam

En de laatste reden? De woningmarkt. De Nederlandse woningmarkt in Nederland is oververhit en in Rotterdam is dat niet anders. Maar, het is er nog altijd goedkoper dan in Amsterdam. Wie een baan heeft, zelfs tweeverdiener is, kan zich in Rotterdam veel meer huis veroorloven.

En nu de twee steden per trein niet meer dan 40 minuten uit elkaar liggen kiezen steeds meer mensen ervoor te blijven werken in Amsterdam, maar te wonen in Rotterdam. De buren van Kuipers bijvoorbeeld. "Rotterdam wordt steeds leuker, het lijkt steeds meer op Amsterdam", zeggen zijn buren. En ja, dat horen ze natuurlijk liever niet in de stad aan de Maas.