Vannacht gaat Weesp officieel op in de gemeente Amsterdam. De overdracht loopt samen met het pensioen van gemeentebode Remie Balker, die 24 jaar in dienst was in het stadhuis van de gemeente Weesp. "Iedereen hier kent elkaar, dat zal altijd zo blijven."

De loopbaan van de 66-jarige Remie Balker als gemeentebode in Weesp eindigt tegelijkertijd met de status van het stadje als zelfstandige gemeente. "Het komt heel mooi samen", zegt hij. "Zo is het leven. Dat is voorbestemd."

Kind aan huis

Via een kennis van de voetbal kwam Remie aan een baantje bij de gemeente. "Binnen no time was ik kind aan huis", vertelt hij. "Het is leuk om bode te zijn. Je kan mensen helpen en ze weten je altijd wel te vinden. Er vindt hier van alles plaats. Raadsvergaderingen, commissies en huwelijken. Het is allemaal heel flexibel hier."

Zelf woont Remie niet in Weesp, maar in Amsterdam-Noord. "Mijn vrouw werkt daar en wilde niet verhuizen", lacht hij.

Voetbal tegen het raam

"Als bode in Weesp kent iedereen je; de buren, de jongens die op de straat spelen", vertelt Remie. Een keer klaagden raadsleden over de voetballende kinderen die telkens een bal tegen het raam trapten. Dat kon Remie wel oplossen.

"Ik vertelde een van die jongetjes dat hij de burgemeester was en dat hij moest zorgen dat ze die bal niet meer tegen het raam trapten", zegt hij. "Toen gebeurde het niet meer." Diezelfde kinderen zag Remie opgroeien in zijn tijd als gemeentebode. Zo was hij later onderdeel van hun huwelijk in het stadhuis.

Bekijk ook

'Ik versta geen Surinaams'

Het was niet altijd gemakkelijk. Vanwege zijn huidskleur was niet iedereen even vriendelijk tegen Remie. "Het is mijn taak om mensen te verwelkomen bij een bruiloft. Ik werkte hier net en opeens hoorde ik een gast zeggen: 'Ik versta geen Surinaams'. Andere gasten zeiden daar wel wat van."

"Na het huwelijk kwam hij aanlopen, met dikke ringen om zijn vingers. Hij zei 'sorry'. Ik pakte zijn hand en drukte goed aan", vertelt Remie. "Dan gingen die ringen lekker pijn doen", lacht hij.

Wijn in een kopje koffie

Met die glimlacht voerde Remie jarenlang zijn taken uit. Echt gekke dingen maakte hij niet mee tijdens raads- of commissievergaderingen. "Er viel wel eens iemand in slaap", vertelt hij. "Maar tegenwoordig zit iedereen op hun telefoon. Dan blijven ze wakker."

Eén klein geheimpje heeft hij wel van zijn tijd in het stadhuis. "Iemand die in het publiek zat, kende mij. Hij vroeg dan of ik niet een glaasje wijn voor hem had", vertelt hij. "Dan deed ik dat in een kopje koffie."