Ze zijn er eeuwen en ze zullen ook nog wel even blijven: de Rattus Norvegicus, of in gewoon Nederlands: de bruine rat.

Volgens ongediertebestrijders uit verschillende regio’s neemt het aantal meldingen van overlast door ratten de laatste maanden explosief toe. Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Enschede zijn slechts enkele steden waar de spitse viervoeter het momenteel prima naar zijn zin heeft.

Ton van Leur houdt zich nu 20 jaar bezig met de bestrijding van de rat en hij heeft het momenteel drukker dan ooit. "Voorheen ontvingen we één a twee meldingen per week, nu is het elke dag raak." Voor de oorzaak van de ratten-explosie moeten we volgens Van Leur vooral naar de aangescherpte regelgeving kijken voor het buitengebruik van gif.

Verbod gebruik gif

Sinds juli vorig jaar heeft het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) het gebruik van ratten en muizengif in de buitenlucht in beginsel verboden. Alleen als de plaag ernstige vormen aanneemt kan er ontheffing worden aangevraagd en mag er nog wel gif worden gestrooid.

Reden voor het verbod is het risico op resistentie. De afgelopen jaren is er vrij slordig met gif omgegaan waardoor ratten en muizen te weinig gif binnen kregen om te sterven. De kans op resistentie voor het gif, nam hierdoor toe.

Een andere reden voor het verbod is het risico op 'doorvergiftigen'. Muizen en ratten die van het gif snoepen, belanden op hun beurt ook nog wel eens in de bek van een of ander roofdier. Als de rat vlak voor zijn eigen dood nog flink veel gif heeft gegeten dan is dit ook dodelijk voor roofvogels of landroofdieren als katten, vossen en honden.

De slordige mens valt ook veel te verwijten

Maar volgens bioloog Albert Weijman treft de rat weinig blaam. In zijn ogen is het vooral de slordige mens die veel te verwijten valt. Er zijn volgens Weijman zoveel ratten omdat er verstopplekken genoeg zijn. En één zwangere rat zorgt in een jaar al voor 1000 nakomelingen.

Kennis is macht

In de ogen van de ongedierte filosoof is gif alleen niet de oplossing. Hij gelooft veel meer in kennisvergroting. "Als we meer van de bruine rat zouden weten, wisten we ook wat we vooral niet moeten doen om het hem makkelijk te maken. Dus geen eendjes voeren, vogelvoer ophangen of allerlei etensresten in de tuin laten liggen."

Hij krijgt bijval van rattenbestrijder Ton van Leur. "Mensen zijn slordiger geworden, er wordt van alles in de tuin gegooid en niet opgeruimd. Voor de rat zijn die tuinen vergelijkbaar met een vijf sterrenhotel!"

Of er landelijk gezien sprake is van een plaag is niet vast te stellen zonder een groot onderzoek. Er is geen centraal orgaan voor het bestrijden van ratten. Elke gemeente heeft zo z’n eigen methoden.