De moord op een Franse leraar vanwege het tonen van spotprenten van de profeet Mohammed maakt veel los, ook bij Nederlandse docenten. Die weten lang niet altijd hoe ze 'gevoelige' onderwerpen moeten behandelen in de klas. "Ga ze niet uit de weg."

De Franse docent Samuel Paty gaf les op een middelbare school in een Parijse voorstad. Tijdens een les over de vrijheid van meningsuiting liet hij zijn leerlingen spotprenten van de profeet Mohammed zien. Afgelopen vrijdag werd de geschiedenisleraar vermoord omdat hij dat deed. Inmiddels zitten vijftien mensen vast, waaronder vier van Paty's leerlingen.

Gevoelige onderwerpen bespreken

De gebeurtenis is hard aangekomen in Frankrijk. Bij de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in 2015 waren eveneens cartoons van Mohammed de aanleiding. Mensen trekken wederom massaal naar buiten als eerbetoon aan de docent. Inmiddels is bekend dat Paty postuum de hoogste Franse onderscheiding krijgt.

In Nederland is men ook geschokt door wat er in Frankrijk is gebeurd. Dat zeggen de vereniging van docenten in geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN) en de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer (NVLM). Beide partijen benadrukken dat het belangrijk is om in de klas gevoelige onderwerpen te blijven bespreken.

Bang voor conflicten in de klas

Mededirecteur Kai Pattipilohy van Diversion, een bureau dat 'oplossingen biedt voor actuele maatschappelijke vraagstukken'. Diversion deed vier jaar geleden onderzoek naar extremisme in de klas en hoe docenten daarmee moeten omgaan. Ze legt uit dat het voor docenten lastig is om bepaalde thema's zoals slavernij, racisme, homohaat, holocaust en extremisme te behandelen. "Leraren zijn bang voor conflicten in de klas." Dat komt volgens Pattipilohy mede doordat er op scholen vaak geen beleid is op het gebied van deze thema's.

Verschillende leraren zeggen verschillende dingen, vertelt Pattipilohy. "Vaak komt het allemaal op het bordje van de leraar maatschappijleer terecht." Maar, legt ze uit, "als in het weekend iets schokkends gebeurt, gaat het er maandagochtend tijdens de wiskundeles natuurlijk ook over. Dan moet de wiskundeleraar dat gesprek leiden, terwijl die het misschien helemaal niet kan."

Lees ook

Vragen blijven stellen

Samira Bouchibti geeft gastlessen op verschillende scholen en onlangs verscheen haar nieuwste boek Nederland is van ons allemaal. Een handboek voor docenten, waarin ze beschrijft hoe docenten met leerlingen kunnen praten over thema's zoals homoseksualiteit, vluchtelingen en geloof, of heftige nieuwsgebeurtenissen.

Volgens Bouchibti is het heel belangrijk dat leerlingen zich veilig voelen in de klas. Het begint dan ook bij het starten van het gesprek, waarbij de docent leerlingen vraagt naar wat zij beschouwen als vrijheid van meningsuiting. "Dan weet je waar de hoofden en harten van leerlingen liggen." En vervolgens gaat het erom dat leerlingen naar elkaar luisteren en niet alleen maar zenden, "stel elkaar ook eens een vraag."

Naast het gesprek aangaan met leerlingen, spreekt Bouchibti ook ouders over de thema's die in de klas behandeld worden. Zij zijn het dan in eerste instantie niet eens met de onderwerpen, maar als je hen uitlegt waarom je iets doet. Dan krijg je ze vaak wel mee. "Maar dat kost tijd", en die is er volgens haar niet altijd genoeg.

Open houding

Volgens Pattipilohy is het belangrijk dat je als docent een open houding aanneemt en zorgt dat leerlingen met elkaar discussiëren. Een leraar moet grenzen trekken over wat er in een klas gezegd kan worden en vervolgens het gesprek aangaan. "Als je het gesprek niet aangaat, dan kunnen leerlingen zich niet ontwikkelen tot die democratische burger die we graag willen dat ze zijn."

Het draait dus om burgerschap, zegt zowel Bouchibti als Pattipilohy, en daar spelen scholen een belangrijke rol in. Dat betekent dat leerlingen leren hoe een democratie werkt, maar ook hoe te functioneren in maatschappij waarin mensen van mening verschillen. En hoe je die met elkaar bespreekt.

Bekijk hier de tv-reportage over dit onderwerp.