Midden in Berlijn zat Inge Deutschkron tijdens de Tweede Wereldoorlog als joods meisje met haar moeder Ella ondergedoken. Deze periode vervuld van angst en hoop heeft haar hele latere leven gedomineerd. In EenVandaag haalt ze herinneringen op aan deze tijd. 

Herinneringen die ze te boek heeft gesteld, en die haar in Duitsland tot een beroemdheid hebben gemaakt. Hier in Nederland is ze voor een groot deel -onterecht- onbekend.

Wie is deze vrouw die tot nu toe op scholen, op tal van podia en in de Bondsdag over de verschrikkingen van het nazi-regime verteld?

In 1922 werd ze geboren in het dorp Finsterwalde en verhuisde vijf jaar later met vader en moeder naar Berlijn. In het gezin stonden de idealen van de sociaal-democratie centraal, het jood-zijn speelde er geen rol. Pas in 1933 nadat Hitler de macht had verworven werd ze door haar moeder op de hoogte gebracht van haar joodse achtergrond. De maatregelen tegen de joden werden in nazi-Duitsland elk jaar ingrijpender.

Haar vader verliet begin 1939 Duitsland en vestigde zich in Engeland. Het was zijn bedoeling met geld van vrienden vrouw en kind over te laten komen. De oorlog gooide roet in het eten. Inge ging in 1940 werken in de bezem- en borstelfabriek van Otto Weidt. Weidt, blind en opkomend voor joden, zorgde zo goed mogelijk voor zijn merendeels joods personeel. Zijn fabriek was van belang omdat hij rechtsstreeks leverde aan de Wehrmacht.

Daardoor was hij in staat veel van “zijn” joden te redden van de kampen. Begin 1943 vonden vrienden van haar moeder dat de situatie te riskant werd. In de voorafgaande jaren waren de deportaties naar de kampen volop op gang gekomen. Berlijn moest “Judenrein” worden. De vrienden verstopten moeder en dochter in hun huis. Het werd het begin van een bijna drie jaar durende reis door Berlijn. In totaal zat Inge met haar moeder op elf plaatsten in de Duitse hoofdstad ondergedoken.  

Na de val van Berlijn gingen ze naar Engeland waar ze secretaresse werd bij de Socialistische Internationale en maakte vervolgens lange reizen naar onder meer India, Birma en Nepal. Van 1955 tot 2000 leefde ze wisselend in Duitsland en Israel. Sinds 2001 woont ze weer permanent in Berlijn.

In haar boeken, geschriften, lezingen komen niet alleen de verschrikkingen van het tijdperk 1939-1945 naar voren, maar ook de helden die opkwamen voor de joden. “Stille Helden” die tegen de stroom in joden hielpen. Als ze betrapt werden was hun doodvonnis getekend. Eugen Kahl was de zoon van de vooraanstaande artsen Fritz en Margarete Kahl, die in Frankfurt joden in hun huis verborgen. In EenVandaag blikt Eugen Kahl, nu woonachtig in Berlijn, terug op de oorlogsjaren en weet nog hoe hij als klein jongetje vreselijk schrok toen hij plots een onbekende man tussen de was op zolder tegenkwam.