De Molukse Nona en Noes Haurissa woonden samen met KNIL-militairen in kamp Vaassen. 45 jaar geleden werd het kamp plotseling hardhandig ontruimd, omdat de gemeente de grond nodig had. Noes en Nona vertellen voor het eerst hun traumatische verhaal.

Sinds 1958 woonden er KNIL-militairen met hun gezinnen in kamp Vaassen. In de koloniale tijd vochten ze zij aan zij met Nederlandse militaire van dat Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Nadat Indonesië onafhankelijk werd kwamen de Molukse KNIL-ers naar Nederland.

'Geen ontruiming, maar een militaire aanslag'

Het kamp werd in 1976 ontruimd door de marechaussee om verschillende redenen. De gemeente Epe wilde er een andere woonwijk bouwen, maar de 'Molukkers' hielden vast aan hun rechten, aan de grond waar zij als veteraan mochten wonen en wilden niet weg. Uiteindelijk is overgegaan tot ontruiming. Volgens Noes en Nona - beide kinderen van KNIL-veteranen - volkomen onterecht.

"Het is geen ontruiming, het is een militaire aanslag", vertelt Nona. "Ik werd om 7:00 wakker van vreemde geluiden buiten de barak waar wij in woonden. Ik was hoogzwanger van mijn oudste dochter."

'Ik kon bijna niets meenemen'

"Ik keek naar buiten en zag rechts militairen op de grond liggen, allemaal met de loop op mij gericht. Links zag ik een pantserwagen staan, met zo'n grote loop, ook op mij gericht. We moesten weg, ik kon bijna niets meenemen. Een paar kleren, een gebedsbord en de bijbel."

Voor Nona is het heel emotioneel dit verhaal te vertellen. "Wij hebben hier met onze kinderen nooit over gesproken. Als mijn dochter jarig is en ik zie haar, kan ik God alleen maar danken dat zij er is, dat zij positiviteit brengt. Dat ik nu dit verhaal kan doen."

Bekijk hier het verhaal van Nona en Noes Haurissa

Valse informatie

Nona mocht - omdat ze hoogzwanger was - uit de barak en kwam in een tent terecht bij een militair. Ze vroeg hem waarom ze met zoveel geschut kwamen voor de vier gezinnen die in dat kamp woonden. Hij schrok. 'Vier gezinnen?', vroeg hij. De marechaussee kwam een volledig bewoond kamp ontruimen. Zij waren met valse informatie naar het kamp gestuurd.

Nona's man Noes is aan zijn haren meegesleept en moest de gevangenis om verhoord te worden. Hij heeft nog steeds geen idee waarom. "Ze zetten mij onder druk, ze zeiden dat ze wapens bij mij hadden gevonden en dat ik dat moest toegeven. Dat was niet waar, ze hadden ook geen bewijs. Ze hoopten mij tot een verklaring te dwingen", vertelt Noes.

Alles kapot en weggeroofd

Nona wist weg te komen uit het kamp en ging naar haar tante. "De avond na de aanslag keek ik tv. Ineens zag ik Noes in beeld. Hij werd aan zijn haren meegenomen. Ik schreeuwde uit en sprong voor de tv op de grond. Iedereen was bang dat mij of mijn baby iets zou overkomen, want ik ben een jaar eerder in 1975 tijdens de zwangerschap mijn zoon verloren. De dokter kwam en zag dat alles goed was."

"Toen ik zei dat mijn vrouw zwanger was en ik naar haar toe wilde, mocht ik uiteindelijk gaan", vervolgt Noes. "Ik wist niet waar ze was. Ik kwam aan bij onze barakken, die waren platgewalst en leeggeroofd. We waren net getrouwd, in dozen zaten onze huwelijkscadeau. Wat niet kapot was, is weggeroofd die dag. We voelen ons verraden."

info

'Molukkers' in Nederland

In 1951 komen de eerste 'Molukkers' aan in Nederland; de KNIL-militairen (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger). Zij vochten in Indonesië aan de kant van Nederland, toen het Nederlandse leger probeerde Indonesië als kolonie te houden. Na de onafhankelijkheid van Indonesië komen de Molukse KNIL-militairen op dienstbevel naar Nederland.

Het zou aanvankelijk gaan om een periode van 6 maanden en het idee was dat de gezinnen daarna zouden terugkeren naar Indonesië. Ze werden gehuisvest in barakkenkampen als Vught en Westerbork. In 1958 opende koningin Juliana kamp Vaassen waar ook Molukse gezinnen woonden.

'Zorgplicht voor de Nederlandse Staat'

Volgens Leo Reawaruw had het kamp nooit ontruimd mogen worden. Hij is voorman van Maluku4Maluku, een organisatie die opkomt voor Molukse Nederlanders. "In de contracten van de KNIL-militairen - het gaat dan onder anderen om de ouders van Nona en Noes - staan de rechten van deze militairen."

"Zij zijn nooit ontslagen en nog altijd de verantwoordelijkheid van Nederland. De Nederlandse Staat moet formeel zorg dragen voor deze veteranen, hun vrouwen, kinderen en al hun nazaten totdat zij terug kunnen naar hun geboortegrond", legt Reawaruw uit.

Investeren in een marmeren trap

"Jarenlang maakte de overheid geld over aan de gemeente Epe voor de zorg voor de mensen in kamp Vaassen, maar later is gebleken dat de gemeente dit geld investeerde in onder anderen het gemeentehuis," vertelt Noes.

"Er is ons door een ambtenaar van de gemeente verteld dat dit onder andere ging in een marmeren trap. Dat kwetste mij diep, wij woonden in tochtige vervallen houten barakken en Epe had de plicht dat te onderhouden, maar liet een marmeren trap komen uit Italië."

Bekijk ook

'We komen op voor de rechten van de veteranen'

De gemeente heeft de gezinnen andere woonruimte aangeboden toen ze de woonwijk wilden bouwen op de plek van het kamp, maar daar konden Nona en Noes naar eigen zeggen niet wonen. "Als wij destijds het kamp hadden verlaten, hadden we afstand genomen van onze rechten. Terwijl de overheid voor onze ouders en families een zorgplicht had. Die verlies je als je ineens in een aangeboden rijtjeshuis zou gaan wonen. De rechten moeten voor mijn vader, schoonvader, alle KNIL-veteranen erkend worden", vertelt Nona.

Ze krijgt tranen in haar ogen. "Mijn schoonvader is doorgedraaid door de stress en de trauma's, zoals veel Ambonese KNIL-militairen. Zij vluchtten uit Indonesië naar Nederland voor veiligheid, maar kregen niet waar zij recht op hadden. Mijn vader heeft in een inrichting gezeten, mijn schoonvader hebben ze voor gek verklaard. Daar komen we nu voor op."

Noes en Nona Haurissa
Bron: EenVandaag
Noes en Nona lopen door de wijk waar het vroegere kamp Vaassen lag

'Het is tijd ons verhaal te vertellen'

Als gevraagd wordt waarom ze zich nu uitspreken, vertelt Noes: "De meeste Ambonezen weten niet hoe het allemaal is gegaan. Elk jaar herdenken we de ontruiming van het kamp, maar de derde en vierde generaties weten niet dat het hier ging om een militaire aanslag waar veteranen die in dienst waren van het Nederlandse leger hardhandig uit hun barakken zijn getrokken onder zwaar geschut."

"Omdat de kinderen en kleinkinderen niet weten hoe de Nederlandse staat ons heeft behandeld, spreken we ons nu uit", vervolgt Noes. "De ontruiming, de aanslag, is nu 45 jaar geleden. 70 jaar geleden kwamen onze ouders aan in Nederland, het is tijd het verhaal echt te vertellen. Wat we willen? We willen erkenning van onze rechten, dat er excuses worden aangebonden en dat we worden gecompenseerd voor alles."