Na bijna 5 jaar stopt de Nederlandse bijdrage aan de vredesmissie in Mali (Minusma). Het land is in die tijd alleen maar onveiliger geworden.

Het is 2013 als de eerste Nederlandse militairen aankomen in Mali. Ze moeten ervoor zorgen dat een bloedige onafhankelijkheidsstrijd niet opnieuw oplaait. Het land wordt verscheurd door strijdende stammen en jihadisten die in de woestijn een Islamitische Staat uitroepen. De Nederlandse militairen zijn onderdeel van een grote vredesmacht, maar het lukt ze niet om de rust terug te brengen. Jihadisten, die eerst alleen in het noorden van het land actief waren, plegen nu ook in het midden en zuiden van het land aanslagen.

Verslaggever Tom van 't Einde volgde de militairen tijdens hun allerlaatste grote missie in Mali.

Militairen hebben gevoel dat werk nog niet klaar is

Verslaggever Tom van 't Einde verbleef begin april twee weken tussen de Nederlandse militairen in Mali. Hij sprak daar veel militairen die het gevoel hebben dat hun werk nog niet klaar is. "Ze vinden het vooral vervelend dat er nog geen land is gevonden dat het werk van de Nederlanders overneemt", zegt van 't Einde.

De Nederlandse troepen zijn regelmatig diep het land ingetrokken om informatie te verzamelen. Andere landen, met minder goed getrainde soldaten, houden hun soldaten binnen de poort uit angst voor aanslagen.

Dodelijkste vredesmissie ooit

Dat die angst terecht is laat het grote aantal gesneuvelde soldaten zien. De missie in Mali is met bijna tweehonderd doden uitgegroeid tot de dodelijkste vredesmissie ooit.

De Nederlandse soldaten zien in de praktijk hoe groot de angst voor terroristen in grote delen van het land is. "We zijn vaak maar een paar uur in een dorp of stad, daarna komen we er weken of zelfs maanden niet meer en hebben de jihadisten weer vrij spel. We kunnen dus weinig veiligheid bieden. Dat is soms wel schrijnend", verzucht een van de militairen tegen verslaggever Tom van 't Einde.

Voor en tegenstanders maken de balans op.

Vier doden en een gevallen minister

De bijdrage aan de missie is vanaf het begin omstreden. Er wordt getwijfeld aan nut en noodzaak. Toch besluit het kabinet om militairen te sturen. Het wordt al snel duidelijk dat de missie het uiterste van Defensie vraagt.

Er wordt dan al jaren bezuinigd op de krijgsmacht. Dat wordt in 2016 voor het eerst pijnlijk duidelijk als twee piloten omkomen bij een crash met een Apache helikopter. Een van de oorzaken: slecht onderhoud.

Defensie ernstig tekortgeschoten

Een jaar later sterven twee soldaten bij een mortierongeluk. Ze komen om het leven als een ondeugdelijke mortier in de granaatbuis ontploft. De twee mannen zijn op slag dood.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid stelt later in een rapport dat Defensie ernstig tekortgeschoten is bij het waarborgen van de veiligheid. Het is aanleiding voor minister van Defensie Hennis en commandant der strijdkrachten Tom Middendorp om op te stappen.

Deze helikoptermissie laat goed zien hoe moeilijk het werk in Mali is.

Nog te vroeg om te zeggen dat missie mislukt is

"Ik denk dat we op microniveau echt wel iets hebben kunnen betekenen voor mensen", zegt commandant René Le Noble. Maar ook hij onderkent dat er nog steeds veel onveiligheid is. "Het geweld dat we hier zien is van alle tijden en zal ook niet snel verdwijnen, maar het is de schaal die zorgen baart."

Toch is het volgens Le Noble nog te vroeg om te stellen dat de VN-missie mislukt is. "Als de missie Minusma volgend jaar ophoudt zou ik geneigd zijn de kritiek te delen. Maar als ze hier nog twintig jaar zitten kan het heel anders zijn."

Beluister ook de podcast van De Dag met Tom van 't Einde.