De komende jaren worden miljoenen nieuwe bomen aangeplant zodat we in de toekomst beter bestand zijn tegen extreem weer zoals droogte. Dat er meer bomen nodig zijn, daar is iedereen het over eens. Welke bomen dat dan moeten worden, daarover hebben de deskundigen hele andere meningen. 

Volgens de Universiteit van Wageningen redden veel van onze loofbomen het niet als de aarde een of twee graden warmer wordt. “De berk staat nu al op omvallen”, zegt onderzoeker Wieger Wamelink van kennisinstituut Alterra. Ook de es, grijze wilg en winter- en zomereik gaan het volgens hem niet redden als het warmer wordt. De Wageningse onderzoeker vindt het daarom zonde om gemeenschapsgeld te stoppen in bomen die ‘niet meer te redden’ zijn.

Nu al twee aardes nodig

Wereldwijd wordt er van alles gedaan om verdere opwarming te voorkomen, maar Wamelink vreest dat het proces niet meer voldoende te remmen is. Volgens berekeningen is de gevaarlijke grens van 2 graden opwarming bereikt in 2034. “We kunnen daarom beter investeren in exoten die de hogere temperaturen wel aankunnen, zoals de zuidelijke tamme kastanje uit Noord-Afrika."

Wamelink, zelf groot liefhebber en amateur-fotograaf van de eik, weet dat hij zich niet populair maakt met zijn uitspraken. "Maar ik ben realist. We hebben net Earth Overshoot Day gehad. Eigenlijk zouden we een jaar moeten doen met wat de aarde aan grondstoffen produceert, maar dat niveau haalden we in augustus al. Dat betekent dus dat we nu al twee aardes nodig hebben”, zegt hij. “Er wordt nog steeds bos gekapt in de tropen en dat is niet door ons in Nederland te compenseren. En dan heb je ook nog de Amerikanen die lachend doorgaan met vervuilen en als lemmingen naar de afgrond hollen.”

Loofbossen kunnen helpen

Deze toekomst klinkt weinig rooskleurig, maar de visie van Wamelink wordt niet door iedereen gedeeld. Daan Bleichrodt van het Instituut voor Natuureducatie denkt dat het wel mogelijk is om de klimaatverandering tegen te gaan. “We moeten koste wat het kost doorgaan. Ik denk dat we wel onder die cruciale twee graden kunnen blijven, met hulp van loofbossen”, zegt hij.

Samen met twaalf gemeenten werkt IVN hard aan het maken van meer loofbossen. Zo loopt er een pilot met ‘tiny forests’, kleine bosschages ter grootte van een tennisbaan met daarop 600 loofbomen.

Bladeren als plastic

Bleichrodt volgt de filosofie van de Duitse boswachter Peter Wohlleben, de schrijver van het boek ‘Het geheime netwerk van de natuur’. “Wohlleben meent dat we met de hulp van loofbossen klimaatverandering kunnen tegengaan”, legt hij uit. Exotische bomen die door de opwarming naar Nederland komen zijn namelijk niet aangepast aan onze omstandigheden, waardoor ze niet volledig in het ecosysteem passen. Bomen werken namelijk samen met schimmels en micro-organismen in de bodem. Maar wij hebben hier in Nederland niet de micro-organismen die bomen uit andere klimaatzones verteren. De bladeren van een exotische boom zullen dan niet worden opgeruimd, het is dus een soort van plastic dat niet kan worden verteerd.”

Maar daarvoor heeft Wamelink een slimme oplossing: bodemtransplanties. "Je kunt de bodemfauna en flora van een exoot meenemen, dan voelt de boom zich meteen thuis en dat voorkomt een deel van het problemen”, zegt hij. “Daarnaast zijn er wel meer exotische bomen in Nederland die niet voor problemen zorgen.” Bleichrodt zou liever zien dat de natuurgebieden van Europa verder met elkaar worden verbonden zodat de bomen zelf kunnen migreren, in hun eigen tempo. " Zij voelen dat echt beter aan dan wij. De natuur zit veel complexer in elkaar dan wij denken. Het is een migratie en integratieproces dat tijd nodig heeft.”

Risico-spreiding is het slimste

Bosbeheerder Simon Klingen, schrijver van het boek ‘Twaalf boslessen’ is net terug uit de Duitse Eifel waar miljoenen fijnsparren door de droogte in zeer slechte conditie zijn. “In de Eifel hebben ze pas echt problemen. Daar zijn bossen met slechts één soort: zo’n monocultuur is ontzettend kwetsbaar.”  

De oplossing ligt volgens Klingen in risicospreiding. “Als ik nu directeur van Staatsbosbeheer zou zijn zou ik zoveel mogelijk gemengde bossen aanleggen. Slimme mengingen van naaldbomen naast loofbomen."

Hoewel hij het omvormen van bossen een goede ontwikkeling vindt, denkt Klingen dat vooral de aanleg van nièuwe bossen de verdere opwarming van de aarde zal helpen tegen te gaan. "Op dit moment bestaat Nederland voor 9% uit bos, er zijn plannen om dat te verhogen naar 11,5%. Maar ik heb er een hard hoofd in dat dit gaat lukken. Want het betekent landbouwgrond inleveren. En er moet ook gegeten worden.”  

Mars of Wageningen aan Zee

Dan is er nog één andere oplossing en dat is met zijn allen naar Mars vertrekken. Behalve aards onderzoek naar de effecten van het klimaat op planten doet Wamelink ook onderzoek naar het verbouwen van groenten op Mars. Hij slaagt er zelfs in tomaten te verbouwen op marsgrond. Heeft hij planeet Aarde al opgegeven en zit hij al met zijn hoofd op Mars?

“Nee, nee, de aarde is mij zeer dierbaar. En op Mars wonen is heel erg zwaar en alleen weggelegd voor een kleine groep mensen. Ik hoop echt dat we die vier graden opwarming niet halen, want dat zou ertoe kunnen leiden dat Nederland deels moet worden ontruimd en we Wageningen aan Zee krijgen.”