Het is officieel: het Limburgs is een heel bijzondere taal. Er blijken zelfs overeenkomsten te zijn met het Chinees! Taalkundige Stefanie Ramachers onderzocht de taal van de Limburgers en kwam tot een paar opvallende ontdekkingen.

Wat blijkt: Limburgers 'zingen' tijdens het praten. Die stijging en daling van toon is noodzakelijk, want de betekenis van woorden en zinnen hangt af van toonhoogteverschillen. Voor andere Nederlanders blijkt het lastig om die verschillen op te merken, waardoor er vaak geen touw aan vast te knopen is.

Voor de meeste Nederlanders is een 'haas' een dier. Voor Limburgers valt dat nog te bezien. Zij kunnen die lange 'aa' op twee manieren uitspreken: van hoog naar laag, en dan praten ze inderdaad over een beest. Maar van laag naar hoog betekent het woord ineens 'handschoen'. 
Een 'graaf' is in het Nederlands een adellijk persoon. In het Limburgs ook, als de lange 'aa' wordt uitgesproken van hoog naar laag. Andersom betekent dat woord 'graf'. 

Deze zingende manier van praten, de lexicale toon, komt in zestig procent van de talen voor. Eén van die talen is dus het Chinees. Nu blijkt de toon ook in het Limburgs te bestaan.