Libanon staat op de rand van de afgrond. Al jaren verkeert het land in een economische en bestuurlijke chaos, die verergerd is na de explosie in de haven van Beiroet. Een groot deel van de bevolking leeft nu in armoede. "De volgende stap is honger."

Journalist Martijn van der Kooij komt al een jaar of 10 regelmatig in Libanon. Hij heeft er ook een jaar gewoond. Het land was altijd redelijk welvarend, maar van wat hij deze zomer aantrof is hij geschrokken. "Ik vond het wel heel deprimerend. Ik heb er veel vrienden wonen en je ziet dat iedereen worstelt om te overleven."

Uren in de rij voor benzine

De Libanese munt is 90 procent minder waard geworden, producten moeten ingevoerd worden en dat heeft grote gevolgen voor het dagelijks leven.

"Mensen staan uren in de rij voor de benzinepomp voor 20 liter benzine. Sommige van mijn vrienden hebben nog wat geld en die gaan dan op de zwarte markt bestellen, waar je twee keer zoveel voor betaalt. Dan komt er iemand op een scootertje met een jerrycan naar je huis."

Tekort aan medicijnen

Er is vaak geen elektriciteit en er is een tekort aan medicijnen. Dat leidt tot schrijnende situaties, vertelt Van der Kooij. "Mensen staan vaak voor een dichte apotheek, want apothekers zijn bang voor geweld. En als ze soms wel open zijn is er weinig te krijgen."

"Dan ga je op de zwarte markt kijken wat er is", vertelt Van der Kooij. "En daar betaal je dan twee keer zoveel voor. Ik kan niet anders zeggen dan dat de hele economie in puin ligt, in gruzelementen. Het land is ingestort."

Nog geen nieuwe regering

Libanon heeft al jaren met economische en bestuurlijke chaos te maken, onder meer door corruptie. De explosie in de haven van Beiroet, op 4 augustus vorig jaar, heeft de situatie in het land verslechterd. Meer dan 200 mensen kwamen om het leven, honderdduizenden werden dakloos.

De bevolking dwong, na demonstraties, de regering tot aftreden. Maar een jaar later is er nog steeds geen nieuwe regering gevormd. De middenklasse is verdwenen. Het overgrote deel van de mensen is nu arm. Er is nog een rijke bovenlaag van 10 procent.

Zo zag het havengebied van Beiroet er twee weken geleden nog steeds uit
Bron: AFP
Zo zag het havengebied van Beiroet er twee weken geleden nog steeds uit

Naar Europa

Er is veel sociale onrust, die zich uit in demonstraties. En veel mensen willen het land verlaten. Ze proberen via Turkije, waar Libanezen zonder visum naar toe kunnen, naar Europa te komen. Ook de vrienden van Martijn van der Kooij proberen te vertrekken.

"Ze hebben er geen vertrouwen in dat ze een toekomst kunnen opbouwen in Libanon. Ze zijn bezig om weg te komen. Er zijn mensen die een studievisum hebben aangevraagd in België. Er is iemand die al in Turkije zit en via daar naar Europa probeert te komen. Er is iemand die naar Duitsland wil. De lijst is oneindig."

Bekijk ook

Miljarden euro's klaarstaan

De Libanese situatie had niet zo dramatisch hoeven zijn: de internationale gemeenschap heeft al jaren miljarden euro's klaar staan. Op voorwaarde dat er politieke hervormingen komen. En die zijn tot nu toe uitgebleven.

Op 4 augustus, een jaar na de explosie, is er een internationale conferentie, waaraan ook minister Kaag van Buitenlandse Zaken deelneemt. Van der Kooij verwacht dat daar gesproken zal worden over noodhulp. En dat is volgens hem broodnodig. "Ik vind het een humanitaire plicht om te helpen. De volgende stap is honger. Dat is de logische stap die hierop volgt, want nu kunnen mensen nog net eten kopen, maar dan kunnen ze ook dat niet meer betalen."

Luister hier het gesprek met Martijn van der Kooij in EenVandaag terug