Het is voor veel nabestaanden het ultieme schrikbeeld: de moordenaar van bijvoorbeeld je kind of partner die na zijn straf weer doodleuk in je buurt komt wonen. Toch is dit voor nabestaanden soms de bittere realiteit. Uit een rondgang van EenVandaag blijkt dat een meerderheid van de Tweede Kamer hier nu een einde aan wil maken. Bij zeer ernstige delicten moet het mogelijk zijn daders permanent te weren uit de woonplaats van slachtoffers en nabestaanden.

“Als je iemands leven hebt verwoest, dan mogen we toch wel aan je vragen om ergens anders een nieuw bestaan op te bouwen?”, vraagt Madeleine van Toorenburg (CDA) zich af. “En niet onder de neus van een slachtoffer of nabestaande. Het land is groot genoeg.”

Kamermeerderheid voor permanent woonverbod

Naast CDA en VVD, vinden ook de PVV en de PvdA dat er bij levensdelicten en zedenmisdrijven zo’n blijvend verbod opgelegd moet kunnen worden. Volgens Lilian Helder (PVV) “gaan in dit geval de rechten van het slachtoffer voor die van de dader”. En ook Attje Kuiken (PvdA) vindt dat een “permanent woonverbod als bijzondere voorwaarde door rechter moet kunnen worden opgelegd, zeker in kleine woonplaatsen waar de kans dat de dader en het slachtoffer elkaar tegenkomen groot is".

Voortdurende stress

De zoon van Jack Keijzer was pas 16 jaar toen hij werd vermoord. De daders zijn inmiddels vervroegd vrij. Een van hen woont vlak bij Jack Keijzer en zijn vrouw in de buurt. “Het is niet te doen om elke keer in Bovenkarspel te lopen, te fietsen en te werken in de wetenschap dat we hem tegen kunnen komen. Het geeft voortdurend stress”.

Jack is vaak bang de moordenaar van zijn zoon tegen het lijf te lopen. "Ik kijk dan steeds om me heen of ik hem tegen kom. De kans is natuurlijk klein, maar daar gaat het niet om. Het gevoel is er. Wat als ik hem tegen kom? Ik wil het niet, maar wat als de stoppen toch doorslaan?”

Keijzer is betrokken bij de Federatie Nabestaanden Geweldsmisdrijven. Hij denkt dat een permanent woonverbod voor de moordenaar van zijn zoon echt een hoop zou schelen: “Dat zou zo ongelooflijk veel rust geven. En dan zou het echt alleen maar om onze gemeente gaan. We vragen hem om 10 kilometer verderop te wonen. Niet helemaal naar Zeeland.. Dat lijkt me toch niet te veel gevraagd?”

Straatvrees

Er bestaan geen exacte cijfers, maar dat het met regelmaat voorkomt is een feit: nabestaanden die de moordenaar van hun kind of familielid op straat tegen het lijf lopen. In hun eigen woonplaats dus, op vaak maar een paar 100 meter van hun eigen huis.

Volgens Jos de Keijser, hoogleraar complexe rouwverwerking aan de Rijksuniversiteit Groningen, is er dan ook sprake van een reëel probleem. “Er worden per jaar ongeveer 130 mensen vermoord. In één op de drie gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer. Vaak wonen ze ook in dezelfde omgeving. En dan hebben we het alleen nog maar over moordenaars, niet over zedendelinquenten of daders van ernstige gewelddelicten.“

De mogelijkheid om de dader tegen te komen kan veel onrust veroorzaken bij de nabestaanden volgens de Keijser. “Het feit dat de dader in dezelfde omgeving woont, kan voor een voortdurend gevoel van stress zorgen bij de nabestaanden. Een gevoel van onveiligheid dat die persoon constant bij zich draagt.”

Soms is het zelfs zo erg dat nabestaanden zware psychische problemen ontwikkelen als gevolg hiervan. De Keijser: "Ik ken een voorbeeld van een mevrouw die niet meer naar buiten durfde. Zij leed aan een zware vorm van straatvrees. Ook zijn er genoeg voorbeelden van nabestaanden die zelf hebben besloten om te verhuizen.”

"Huidige wettelijke mogelijkheden niet genoeg"

Er bestaan nu al diverse mogelijkheden om een confrontatie tussen de dader en de nabestaanden te voorkomen. Zo kan een burgemeester een tijdelijk gebiedsverbod opleggen en ook de rechter kan bij de veroordeling van de dader als bijzondere voorwaarde ook een tijdelijk gebiedsverbod opleggen. Eis hierbij is wel dat de openbare orde in het geding is of dat er ernstige bezwaren bestaan tegen de verdachte, bijvoorbeeld omdat er aanwijzingen zijn dat de moordenaar de nabestaanden wil bezoeken. Foort van Oosten van de VVD vindt: "Als het slachtoffer het zelf belastend vindt om de dader tegen te kunnen komen moet al een reden zijn om het woonverbod op te kunnen leggen".

Daarnaast geldt het verbod niet voor lange tijd. Om de twee jaar moet bekeken worden of het kan worden verlengd. Madeleine van Toorenburg van het CDA: ‘"k wil voorkomen dat nabestaanden om de zoveel tijd weer de strijd moeten aangaan, bevrijd ze er van, zorg dat iemand elders in het land zijn leven opbouwt. Wat ons betreft permanent".

Jolanda Keijzer gaat moordenaar van haar zoon te lijf

Op de plek waar zijn zoon Pascal vermoord werd staat een herdenkingsboom. Die is nu al meerdere keren vernield. Jack en zijn vrouw vermoeden door iemand uit de omgeving van de dader. Toen de boom onlangs voor de achtste keer kapot was gemaakt knapte er iets bij Jolanda.

Keijzer: "Ze is naar het huis van de dader gegaan om zijn woning te bekladden. Toen ze daar aankwam bleek hij thuis te zijn. Ze belde aan, hij deed open en toen heeft ze hem drie klappen gegeven, in zijn buik gestompt. Hij heeft haar toen hardhandig naar buiten geduwd. Ze weet dat het niets oplost, maar ze voelt zich nu wel opgelucht".

Juist dit soort confrontaties moeten worden voorkomen met dit permanent woonverbod zegt Foort van Oosten (VVD): "Ik zeg niet altijd, het is maatwerk, maar je moet slachtoffers in ieder geval al in het begin erbij betrekken. Zij verdienen het dat er met hen rekening mee gehouden wordt".

Burgemeesters: regelgeving niet aan ons

Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters reageert op de berichtgeving van EenVandaag met zeven punten. Ze stellen dat het 'ernstig is wanneer nabestaanden in hun woonomgeving geconfronteerd worden met de plegers van misdaden tegen hun dierbaren', maar zien geen rol van de gemeente om dit te voorkomen. "Een levenslang verbod kan nooit als bestuurlijke maatregel. Als de wetgever een dergelijk levenslang omgevingsverbod wil, dan moet men naar het strafrecht kijken," dus via instanties als OM, de rechterlijke macht en reclassering. Voorlopig gelden dus afspraken uit 2015: "Basis is dat delinquenten in principe terugkeren naar de eigen woonplaats. Als terugkeer naar de eigen woning niet lukt, dan wordt gekeken of elders in de gemeente woonruimte gevonden kan worden."

Lees ook