Het Regeerakkoord. Daarin staat wat het kabinet gaat doen. Maar onopgemerkt is gebleven dat binnen de coalitie een nieuw akkoord is afgesproken. En daarin staat wat de VVD en de PvdA vooral níet gaan doen.

Journalisten hebben er altijd moeite mee te berichten over wat goed gaat. Goed nieuws zit ook niet in de module op de School voor de Journalistiek. Wat uit de hand loopt, mislukt of tot ruzie leidt, daar komen de collega’s voor uit bed. Ook voor mij is het een Tour de Force in mijn geheugen te graven wat het afgelopen politieke seizoen behoorlijk goed is gegaan. Eén zo’n positief voorbeeld is de decentralisatie. Gemeenten hebben veel taken van Den Haag op hun bord gekregen. De jeugdzorg, zorg voor langdurig zieken en ouderen, het zoeken naar werk of het geven van een uitkering, het is allemaal een gemeentelijke taak. De voorspelling was dat die monsteroperatie tot een puinhoop zou leiden en zelfs de positie van PvdA-staatssecretaris Van Rijn zou aantasten. Voor wie er mee te maken heeft, is ‘t geen pretje bij een gemeenteloket in de rij te staan, maar de chaos viel mee. Zo is op de woningmarkt het nodige veranderd en gaat het economisch beter, ook al merkt niemand daar thuis iets van.

Kom ik dan toch bij het minder succesvolle.

De kerstcrisis over de vrije-artsenkeuze bracht het kabinet bijna op de intensive care. Nu hoor je er niks meer over, wordt het hele onderwerp door betrokkenen een bagatel genoemd, maar het was niet goed voor de cohesie in de coalitie. De Bed-Bad-Brood-crisis bracht het kabinet aan de rand van de afgrond. Nachtelijk beraad, wilde ritten met dienstwagens door Den Haag naar geheime locaties, kortom ‘n crisis uit het crisishandboek. Er werd een onbegrijpelijk compromis gevonden, dat onhaalbaar bleek en allang weer vergeten, maar afgesproken is het er niet meer over te hebben.

En zo’n afspraak ‘het-er-niet-meer-over-hebben’ is de kern van het nieuwe coalitieakkoord. In dat tot nu toe stil gehouden akkoord staat de route richting verkiezingen, wanneer die ook zijn.

Zo is er afgesproken niet meer onnodig aardig voor elkaar te zijn. Iedereen van de coalitie mag het in het openbaar met elkaar oneens zijn. Sterker nog, de woordvoeringslijn van de premier is leidend: we zijn het als VVD met de PvdA bijna over alles oneens.

VVD-kamerleden, die tot voor kort vastgeketend in hun stoel zaten en geen uitspraak over wat dan ook mochten doen, mogen nu va banque gaan. Flex is de toekomst, met dictators kun je best door één deur, te hoge uitkering maakt lui, plastic zakken zijn goed voor het milieu, denivelleren is een feest, belastingen omlaag. PvdA’ers vinden dus precies het omgekeerde. Het mag, want het is afgesproken.

Standpunten ruilen mag ook, zo is afgesproken. Hoe onvergelijkbaar ook, alles kan worden geruild.  Wel jagen in het bos, maar dan minder gas boren.

De keuze is: in het openbaar van mening verschillen of ruilen.

Een van de belangrijkste afspraken is dat er géén hervormingsvoorstellen meer komen. Vandaar ook dat het belastingplan niet doorgaat. Dat heeft niks met D66, C4 of C3 te maken. De regeringspartijen hebben het gewoon samen zo afgesproken.

Niet op papier zetten wat je samen wilt bereiken, maar juist vastleggen wat je níet gaat doen. Een heldere politieke strategie en je weet wat je aan elkaar hebt. Bovendien maakt zo’n nieuw akkoord een doorstart naar verkiezingen een stuk gemakkelijker.