Een imam die een burgemeester een 'afvallige moslim' noemt, een andere imam die homoseksualiteit 'een besmettelijke ziekte' noemt en 'schadelijk voor de samenleving', of Geert Wilders en zijn oproep om 'minder Marokkanen': welke van deze uitspraken rechtvaardigt een inperking van de vrijheid van meningsuiting?

Imam Fawaz Jneid noemde burgemeester Aboutaleb van Rotterdam in een online-lezing een 'afvallige moslim'. Dat zou gevaarlijk kunnen zijn voor Aboutaleb, en oproepen tot geweld. Tweede Kamerleden drongen bij minister Grapperhaus aan op ingrijpen, maar de vraag is of dat kan. Vallen de uitspraken van de imam niet gewoon binnen de vrijheid van meningsuiting? Misschien maken lessen uit het verleden in dit geval iets duidelijk.

Kijk en lees meer

Imam El Moumni: 'Homoseksualiteit is een ziekte'

In 2001 was er een andere imam, El Moumni, die strafrechtelijk werd vervolgd vanwege zijn uitspraken over homoseksualiteit. Hij noemde homoseksualiteit onder andere 'een besmettelijke ziekte'. Die uitspraken zouden aanzetten tot haatzaaien en discriminatie. De imam werd uiteindelijk vrijgesproken door de rechtbank en het Gerechtshof. Volgens het Hof stond "buiten kijf dat de uitspraken op zichzelf genomen kwetsend zijn, maar blijkt uit de context van het interview dat de imam niet de bedoeling had te kwetsen. Zijn uitlatingen deed hij op grond van zijn geloofsovertuiging en vanwege de grondwettelijke vrijheid van godsdienst had El Moumni het recht te zeggen wat hij zei." 

Paul Cliteur is hoogleraar rechtswetenschap aan de universiteit Leiden, hij schreef het boek 'In naam van god' en is voorzitter van het wetenschappelijk bureau van Forum voor Democratie. Volgens Cliteur is een anti-homo opmerking minder erg dan een opmerking die aanzet tot geweld. In dat laatste geval moet je iemand voor de rechter brengen. "Ik vond dat indertijd ook wel een bedenkelijke zaak. El Moumni heeft een grote afkeer van homoseksualiteit en denkt dat het in naam van god belangrijk is om daar tegen te fulmineren. Vanuit moreel oogpunt vind ik dat niet toelaatbaar, maar de vraag is of het strafbaar is."

'Fawaz roept op tot geweld'

Cliteur ziet de zaak van Fawaz anders: "Fawaz roept op ot geweld. Als hij iemand uitmaakt voor afvallige dan is dat een precaire situatie voor, in dit geval, meneer Aboutaleb." Toch ziet Cliteur wel dat de uitspraken over homoseksualiteit van imam El Moumni in andere delen van de wereld wél gevaarlijke gevolgen konden hebben. "Dat is minder aan de orde in de Nederlandse context. Maar sinds de dreiging voor Ayaan Hirsi Ali weten we wel dat iemand in Nederland als afvallige bestempelen wel degelijk gevaarlijk kan zijn."

Volgens Cliteur heeft minister Grapperhaus alle benodigde instrumenten ter beschikking om Fawaz aan te pakken op zijn uitspraken over Aboutalen. "Grapperhaus heeft artikel 137D van het wetboek van strafrecht. Dat is nu ingezet in de zaak Wilders en kan ook ingezet worden tegen Fawaz. Aanzetten tot haat en geweld, daar hebben we hier mee te maken."