Laten we eerlijk zijn. De schoonheid van de held laat zich kenmerken door de manier waarop 'ie van zijn voetstuk valt. Een paar jaar geleden stond ik tussen uitzinnige Vlamingen op de Muur van Geraardsbergen. In mijn hand een papieren vlaggetje met de Vlaamse Leeuw.

Die andere Vlaamse Leeuw zou ieder moment passeren, de koploper achterhalen en een historische vierde triomf boeken in De Ronde. Dan heb ik het natuurlijk niet over de Tour, maar over de Ronde van Vlaanderen. Liefhebbers vinden dat De Tour voor de massa is en Vlaanderen voor de liefhebber.

Leg dat maar eens uit aan je geliefde, die oprecht probeert het mooie van die liefhebberij te zien, ingeklemd tussen riekende, bierdrinkende gedrochten die zojuist uit hun krochten tevoorschijn kwamen om Hun Held aan te moedigen.

Misschien miste ik ook wel een stukje totale overgave, overschreeuwde ik mezelf, vlaggetje in de hand, de liefhebber uithangende.

Misschien wilde ik het niet weten, dat het dunne laagje heldendom van die liefhebberij de vermomming is van een narcotische commerci? schijnvertoning.

De Held verkeerde toen al in zijn rijpe dertigersjaren, het schimmige vlak tussen glorie en vergane glorie, maar kon nog altijd winnen.

Inmiddels weten we waarom.

En juist omdat 'ie nog altijd kon winnen, met gewrichten zo bonkig als kasseien en een gezichtsuitdrukking van klei met stukjes grind, werd De Leeuw Van Vlaanderen nooit ?t pathetisch.

Hij brak zijn knieschijf, onderging op een haartje na een beenamputatie, reed zich op een motor (een Harley, schijnt) in coma in zijn West-Vlaamse Gistel ('Hhhistel', volgens De Held, inderdaad niet het type van de meeslepende volzinnen) maar kwam altijd terug.

Met een steeds groeiend stukje pathos, de geuzennaam 'De Vlaamse Leeuw' ongegeneerd gebruikende als ik-vorm. Hij zou er weer staan, doen verbazen.

Enzo.

De oude krijger zat er fris bij, in de achtervolgende groep op de koploper.

Wie bovenop de Muur van Geraardsbergen een paar seconden getuige is van het serene gekraak van een voorbijsnellend peloton moet niet zeuren over doping.

Het publiek ging, met nog een kleine twintig kilometer koers en een slinkende voorsprong van een andere oude krijger, een Italiaan, geloven in een wonder.

De daaropvolgende jaren lazen diezelfde liefhebbers uitgebreid hoe De Ex-Held

-dat kan ik nu wel verklappen- spulletjes kocht bij een uitgerangeerde vee-arts, hoe hij in een strafzaak verzeild raakte, hoe hij nota bene n?ijn pensioen als renner tegen een schorsing aanliep.

Geconfronteerd met meer op hande zijnde ontheiligende beschuldigingen, gaf Johan Museeuw in allerhaast een persconferentie.

Nee, hij had zijn laatste periode als beroepswielrenner niet echt clean gereden.

Jaren van leugens samenvatten in een korte voorgelezen verklaring, in dat holle accent. En of de journalisten nu alstublieft wilden stoppen met hun heksenjacht.

Museeuw eindigt De Ronde in 2002 als tweede.

De menigte wandelt gelaten, stil en stapvoets de Muur van Geraardsbergen af, om volgend jaar weer terug te komen. Het vlaggetje kwam ik laatst tegen, onderin een verhuisdoos.

Mark de Bruijn