In Den Haag is veel gedoe over het flexwerken op het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Departement Infrastructuur en Waterstaat. Sinds eind 2017 huisvest het overheidsgebouw aan de Rijnstraat 8 in Den Haag de ministeries, maar volgens onafhankelijk onderzoek is de situatie inmiddels zo erg dat mensen hun baan opzeggen. Werknemers klagen al een jaar over, onder andere, veel te weinig bureaus en lange rijen bij de koffieautomaat.

In het gebouw staan drieduizend bureaus, terwijl er dagelijks zo’n zesduizend mensen werken. Hierdoor wordt er iedere dag gevochten om een plekje en komen mensen extra vroeg naar kantoor om hun werkplek te reserveren. Ook wordt er geklaagd over de verschikkelijk lelijke zwarte muren in het gebouw. Het zou doen denken aan een mausoleum of een crematorium. Inmiddels zijn ze al met de witkwast bezig geweest, maar dat heeft nog weinig effect. 

Steeds vaker gaan er geluiden op dat flexwerken misschien toch niet de toekomst heeft. De situatie op het 'megaministerie' lijkt dat ook aan te tonen. Hebben werknemers toch meer behoefte aan vastigheid? 

Stress op de werkplek

Volgens neuropsycholoog David Maij ligt het flexwerk-probleem in Den Haag vooral bij de grote kantoortuinen: "Je wordt hierdoor erg snel afgeleid door je collega’s. Er is rumoer om je heen, mensen gaan koffie halen. Dat zijn allemaal zaken waardoor je overprikkeld wordt." Juist dat zorgt er volgens Maij voor dat er te weinig werk verzet wordt

Ook het tekort aan bureaus zorgt volgens de neuropsycholoog voor stress. "Voordat je werkdag begint, ben je nog niet eens zeker van een werkplek. Dat is natuurlijk geen prettig idee."

Interpolis startte met flex

In 1996 was het kantoor van verzekeraar Interpolis, in Tilburg de eerste plek in Nederland waar mensen begonnen met flexwerken. Volgens manager Gerard van Laarhoven zorgde dat toen voor weinig problemen: "Dat ging bewonderingswaardig soepel. In de aanloop er naartoe hebben we medewerkers nauw bij het proces betrokken." Dat heeft er mede voor gezorgd dat alles zonder problemen verliep. "Ook is er berekend hoeveel werkplekken er minimaal nodig zijn. Zo waren er altijd genoeg werkplekken. Later is dat aantal langzaam afgebouwd."

Van Laarhoven is dan ook verbaasd over de werkwijze in Den Daag: "Werknemers klagen daar dat er geen ruimte is om te overleggen, maar als je veel overleg hebt dan heb je ook geen werkplek nodig." In het kantoor in Tilburg doen ze daarom steeds meer met Skype: "Via internet houden mensen thuis hun vergaderingen. Je moet met elkaar zoeken naar hoe je de boel optimaal inricht. Dit is daar een goed voorbeeld van."

Tips voor het ministerie

De manager van Interpolis heeft dan ook nog wat tips voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken: "Je moet eerst onderzoeken wat voor type werk je doet en wat voor werkplekken daarbij horen. Als mensen bijvoorbeeld vaak moeten bellen, dan moet je daar vooraf meer plekken voor creëren."

Neuropsycholoog David Maij is het daar mee eens: "Je moet goed kijken waar de behoeftes liggen. Je kan bijvoorbeeld ook zoeken naar een mix van flexplekken, presentatieruimtes en plekken om te bellen. Het lijkt er duidelijk op dat hierover bij het ministerie vooraf niet is nagedacht."