De Participatiewet, bedoeld om werkzoekenden die dat nodig hebben een steuntje in de rug te geven, heeft nauwelijks gewerkt. Tot die conclusie komt het Sociaal en Cultureel Planbureau na een uitvoerige studie.

"Totaal mislukt", de vakcentrale CNV is overduidelijk over de Participatiewet die in januari 2015 in werking trad. Doel van de wet was en is werkloze mensen met een beperking aan het werk helpen. Een sympathieke en goedbedoelde overheidsregel. Maar uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat er nauwelijks méér mensen met een uitkering of vanuit een sociale werkplaats een gewone baan hebben gekregen, dan voorheen.

Gemeenten zouden leidende rol hebben

Staatssecretaris Jetta Klijnsma was de drijvende kracht achter de invoering van de Participatiewet. Op enthousiaste manier vertelde ze eind 2013 in Pauw en Witteman over haar plan. Dat was toentertijd in het sociaal akkoord afgesproken. 125.000 mensen met een beperking zouden aan een baan worden geholpen.

Volgens haar kwamen er 100.000 arbeidsplaatsen beschikbaar in het bedrijfsleven en zouden 25.000 mensen met een beperking te werk worden gesteld. Gemeenten zouden een leidende rol krijgen en werkgevers en werkzoekenden bijeen brengen. Nu, bijna 5 jaar na de invoering, blijkt de uitwerking een ramp te zijn.

info

Op de site van de Rijksoverheid staat kort uitgelegd voor wie de wet is bestemd: 'Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking.'

Werkgever deed niets

Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsrecht in Tilburg, is niet verbaasd dat het Sociaal en Cultureel Planbureau vernietigend is over de Participatiewet. Het was volgens hem in 2015 'wensdenken en illusie-politiek' van het kabinet Rutte II om er veel van te verwachten. De overheid moest op z'n minst het goede voorbeeld geven, maar deed als werkgever zo goed als niets.

Ook het bedrijfsleven liet het massaal afweten. Misschien dat het gepaard ging met een bepaalde angst van bedrijven. "Kunnen deze mensen het productie-tempo aan, worden ze niet snel ziek en blijven ze lang(er) ziek? En ontslaan gaat niet gemakkelijk", zegt Ton Wilthagen.

De weg naar werk

Volgens de hoogleraar gaat 24 miljard euro naar uitkeringen. Wilthagen denk dat dat geld misschien efficiënter kan worden ingezet. "Kan het begrip werk niet breder worden gedefinieerd?", vraagt Wilthagen.

Mensen die werkloos thuis zitten en niet aan een gewone baan geholpen kunnen worden, kunnen misschien wel maatschappelijk worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan opruimacties in de publieke ruimte. Op die manier wil Ton Wilthagen de weg naar werk 'verbreden'.

Lees ook

Niet allemaal kommer en kwel

Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Er zijn wel degelijk bedrijven die hun best doen om mensen met een arbeidsbeperking aan te te nemen. Een van hen is het schoonmaakbedrijf Asito met 10.000 medewerkers in dienst. 600 van hen zijn via de Participatiewet binnengestroomd.

Deze werkgevers krijgen eerst wel extra begeleiding. "Structuur is een voorwaarde om goed te kunnen werken. Een grote groep moet aan de hand worden genomen, ze zijn bang om fouten te maken. Als ze eenmaal alles goed beheersen gaan ze zelfstandig aan de slag", aldus een vertegenwoordiger van het schoonmaakbedrijf. De vertegenwoordiger van Asito begrijpt dat veel bedrijven niet zo happig zijn om mensen met een beperking in dienst te nemen. "Bureaucratie, rompslomp met gemeenten, verschillende lonen. Het schrikt bedrijven allemaal af."