Amerikaanse inlichtingendiensten zouden informatie vanuit Manchester gelekt hebben naar Amerikaanse media. Tot grote irritatie van de Britse politiediensten.

De naam van de dader kwam bijvoorbeeld al snel naar buiten via nieuwszender CBS.

De Minister Binnenlandse Zaken Amber Rudd reageerde op dat lek: “ik ben heel duidelijk geweest naar onze vrienden dat het nog niet eens mag gebeuren.”

Ondanks dat ging het lekken door. De New York Times publiceerde gisteren dit artikel met foto’s van de plek waar de aanslag is gepleegd. Je ziet bijvoorbeeld stukken van de rugtas van de dader en overblijfselen van de bom. De Britse politie is woedend en spreekt over een vertrouwensbreuk met de Amerikaanse inlichtingendiensten.

De Amerikaanse diensten kunnen deze informatie lekker door het Vijf Ogen programma dat na de Tweede Wereldoorlog is gestart. Dat is een samenwerkingsverband tussen de diensten van Groot-Brittannië, Amerika, Canada, Australië en Nieuw Zeeland. Deze diensten houden elkaar constant op de hoogte van relevante informatie over terrorisme.

Die samenwerking staat nu onder druk. De Britse politie heeft vandaag laten weten dat ze voorlopig geen informatie met de Amerikanen zullen delen.

En zo is het de tweede keer in een week dat de buitenlandse inlichtingendiensten zich afvraag of ze hun informatie nog wel met de VS kunnen delen. Want vorige week kwam naar buiten dat Donald Trump gevoelige informatie zou hebben gedeeld met de Russen.

In EenVandaag spreken we het voormalig hoofd van de Nederlandse MIVD, Pieter Cobelens. Hij vraagt zich af of dit soort lekken niet wijzen op een vertrouwensbreuk tussen Trump en zijn eigen veiligheidsdiensten.

Lekken is één ding, maar dat Amerikaanse media het publiceren vinden veel mensen op twitter respectloos en schandelijk. En het is ook wel opmerkelijk dat ze dit doen. Vorige week publiceerden ze juist niet datgene wat Trump precies tegen de Russen zou hebben gezegd, omdat dat te gevoelig zou zijn.