Het typisch Britse automerk Aston Martin wordt door zakenbanken op een waarde van ruim vijf miljard euro geschat. Het buitenland lonkt en de Britten zijn trots. Maar hoe Brits kan het automerk blijven om toekomstbestendig te zijn?

Het automerk dat bij een breed publiek vooral bekend is van de James Bond-films, heeft jarenlang geen grote successen gekend. Nu het bedrijf naar de beurs wil, lijkt het optimisme grenzeloos. Het succes heeft wel een keerzijde: waar de Britten enerzijds trots zijn op het automerk van eigen bodem, lijkt de stap naar het buitenland zo te zijn gemaakt. 

Goede mix door samenwerking buitenland

Kees Huis in ’t Veld is behalve groot liefhebber ook eigenaar van een bedrijf dat Aston Martins restaureert. Hij ziet dat het Britse merk steeds meer samenwerkt met andere merken, waaronder het Duitse merk Mercedes. Dit vindt hij een positieve ontwikkeling. "Engeland blijft toch voor een deel een eiland, met deels ouderwetse technieken en inzichten. Het is een goede stap om technieken van andere automerken te combineren met het uiterlijk van Aston Martin. Op deze manier kan je de voordelen van de merken gebruiken en de nadelen achterwege laten. Je houdt een goede mix over."

Aston Martin in Nederland

De weg naar het buitenland lijkt de weg naar het succes. Rolls Roys en Bentley zijn merken die ook de grens over zijn gegaan en maakten daarna een grote opleving door. Zelf zoekt Aston Martin ook de weg naar het buitenland. Het bedrijf van Kees is één van de dertien bedrijven wereldwijd die door het Britse automerk toegelaten is en daarmee het recht heeft gekregen om de auto’s te fabriceren. In 2019 start hij met de bouw van vijf tot tien Aston Martin Roadsters en Coupés.