Het is 25 mei 1943. In het holst van de nacht vertrekt de Engelse piloot Jack Uden vanaf het Engelse vliegveld Lakenheath met zijn zeskoppige bemanning richting Düsseldorf. De groep vliegt met de Short Stirling BK710-bommenwerper, samen met nog 759 geallieerde vliegtuigen, om in Duitsland doelwitten te bombarderen. "Honderden van die vliegtuigen liggen nog in het IJsselmeer."

Diezelfde nacht vloog het vliegtuig terug naar Engeland maar kwam daar nooit aan. Twee Duitse officieren, Georg Kraft en Erich Handke, openen het vuur op het Engelse vliegtuig vanuit hun nachtjager. Het vliegtuig wordt geraakt ter hoogte van Texel en de Short Stirling stort neer in het Markermeer.

De Duitse bemanning die de Short Stirling BK710 neerschoot

Markermeer als laatste rustplaats

De schutter in de staart, Charles John Percival, springt uit het vliegtuig. Zijn lichaam is uiteindelijk teruggevonden bij een Duits eiland in de Noordzee. De andere inzittenden belandden samen met het vliegtuig op de bodem van het Markermeer. Hier liggen hun stoffelijke resten tot op de dag van vandaag nog steeds.

Het is inmiddels 2008. Een boot heeft motorpech op het Markermeer en de bemanning ontdekken een vreemd metalen voorwerp in het water. Het lijkt op een onderdeel van een vliegtuig, maar kan het niet plaatsen en schakelt de Koninklijke Nederlandse Reddings Maatschappij (KNRM) in.

Johan Graas is al vanaf jonge leeftijd bezig met het opsporen van vliegtuigwrakken kreeg de opdracht onderzoek te doen naar  vliegtuigonderdeel. Graas ontdekte dat het onderdeel afkomstig is van de Short Stirling BK710 en blijkt al meer dan 65 jaar in het Markermeer te liggen.

Een lange zoektocht volgt

Met zijn boot vaart Graas het IJsselmeer en Markermeer over op zoek naar resten van de oorlogsvliegtuigen. “Naast mijn baan van 40 uur in de week ging ik ook nog zo’n 30 uur per weer het IJsselmeer op om te zoeken naar vliegtuigwrakken. Mijn vrouw zag me amper,” vertelt Graas lachend.

Duikers sporen meer resten op van de BK710 en Graas begint een lange zoektocht naar de nabestaanden van de Engelse bemanning. “Ik zoek eerst de namen op in een database van de War Graves Commissie. Dan kan ik zien waar de soldaten geboren zijn. Vervolgens zoek ik in het Engelse telefoonboek naar hun geboorteplaats en achternaam. Iedereen die ik dan vind, stuur ik een brief.”

De crew van BK710

450 brieven

In het geval van de BK710 verstuurde Graas zo’n 450 brieven. Hij merkt dat de Tweede Wereldoorlog nog enorm leeft, juist onder de tweede en derde generatie. “Zij zijn vaak enorm geïnteresseerd in waar hun opa of oom is omgekomen. Ook de mensen die geen familie blijken te zijn en een brief van mij krijgen, willen zich inzetten om de echte nabestaanden te vinden. Ze zoeken mee of doneren aan onze stichting.”

Uiteindelijk vindt Graas na een lange zoektocht de nabestaanden van de zeven inzittenden van de Short Stirling BK710. Nabestaanden zijn enorm dankbaar dat ze na al die jaren iets van hun vermiste familielid horen. Volgens Graas was het in de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk dat je alleen een brief of telegram kreeg met daarop “uw man of zoon is vermist”. Meer informatie was er niet.

“Het geeft zo’n voldoening als ik die nabestaanden vind. Vaak stuurt de familie foto’s van hun familielid naar mij op. Dan kom ik te weten hoe ze eruitzagen en wat voor hobby’s ze hadden. Ik vind het verhaal van die jonge jongens fascinerend”,  zegt Graas. Hij ontmoette de nabestaanden van de bemanning van de BK710 enkele jaren geleden. Zij kwamen toen vanuit de hele wereld naar Nederland om een monument te openen op Marken. 

De nabestaanden bij het oorlogsmonument op Marken

"Als mijn broer en z’n kameraden zich niet hadden opgeofferd, dan hadden we niet de vrijheid genoten zoals we die nu hebben", zegt Peter Hadden (75) over zijn omgekomen broer Lesley George Hadden. "Dit is niet het einde van het verhaal," zegt schoonzus Margaret Hadden (86). "George móet geborgen worden. Dit verhaal kan alleen goed eindigen met een fatsoenlijke begrafenis." 

De bodem van het Markermeer

Vandaag de dag ligt het vliegtuigwrak van de BK710 nog steeds op de bodem van het Markermeer. Met de stoffelijke resten van de inzittenden er nog in. De nabestaanden deden talloze pogingen om ervoor te zorgen dat het vliegtuig geborgen werd, maar kregen geen medewerking van het Nederlandse en Engelse systeem. Gemeenten moeten namelijk meebetalen aan de berging. Zelfs een brief naar de Engelse prins Charles leverde niets op.

Oorlogsmonument op Marken

“Ik vind het niet uit te leggen dat we deze helden geen echt graf kunnen geven. Ze hebben hun leven gegeven voor ons vrijheid,” zegt Graas. Hij krijgt nu bijval van VVD-Kamerlid Wybren van Haga. Hij heeft minister Ollongren gevraagd om een uitzondering te maken voor vliegtuigen als de Short Stirling BK710. Die vliegtuigwrakken worden geborgen op kosten van de Nederlandse overheid.

Kijk & lees ook

De zeven bemanningsleden van de Short Stirling BK710 die 75 jaar geleden hun leven waagden staan niet op zichzelf. Honderden vliegtuigen stortten neer in het IJsselmeer en Markermeer. Graas heeft er in zijn leven al zo’n twintig weten op te sporen, maar blijft doorgaan. “Zelfs na al die jaren is het voor de nabestaanden zo belangrijk om hun familie terug te vinden. Of iemand nou twee weken vermist is of 75 jaar, die emotie is even heftig.”