Bij het 50-jarig bestaan van de Cito-toets duiken er steeds meer alternatieven op om het niveau van leerlingen voor het voortgezet onderwijs te meten. Maar nu er niet meer één objectieve toets voor iedereen is, zijn leerlingen steeds moeilijker met elkaar te vergelijken.

De grondlegger van Cito, de psycholoog Adriaan de Groot, bedacht in de jaren zestig een objectieve toets, zodat ook kinderen uit arme gezinnen op het juiste niveau werden ingeschat. “Het was vrij logisch dat de zoon van de bakker ook bakker werd en niet naar de universiteit ging, ook al had hij daar de capaciteiten voor”, zegt Marie-Anne Keizer, projectleider Centrale Eindtoets van het Cito in Arnhem. “Met deze toets kregen alle leerlingen gelijke kansen.”

Scholen kiezen vaker voor alternatieve eindtoets

Maar had Cito vroeger nog het monopolie in het basisonderwijs, tegenwoordig zijn er ook andere aanbieders. Steeds minder scholen kiezen voor de Centrale Eindtoets, zoals de Cito-toets tegenwoordig heet, maar gaan voor een, meestal digitaal, alternatief.

Hoogleraar Toegepaste Onderwijskunde Jan van Tartwijk vindt dat geen goede ontwikkeling. “Het is belangrijk dat je een goed beeld krijgt van de prestaties van de leerlingen van groep 8. Als zij allemaal een andere toets maken, kun je dat niet meer met elkaar vergelijken.” Van Tartwijk pleit er dan ook voor dat er weer één eindtoets komt, gemaakt door één aanbieder.

Mascha Bies, directeur van de Michiel de Ruyterschool in Nijmegen, behoort tot degenen die voor een alternatief koos, in dit geval de eindtoets van Route8. “Deze toets via de computer duurt niet drie dagdelen zoals de Cito-toets, maar slechts één ochtend. Bovendien is het een adaptieve toets; hij past zich aan aan het niveau van de leerlingen.”

Cito-toets wordt korter

Vanaf 2019 wordt ook de Cito-toets korter. “Voor een betrouwbaar toetsadvies moet je genoeg opgaven hebben”, zegt Keizer van Cito. “Maar in 2019 gaan we terug naar twee dagdelen. Bij onze digitale adaptieve eindtoets (de toets die kinderen via een computer of tablet kunnen maken, red.) kunnen we alle leerlingen op hun eigen niveau meten en hoeft de toets ook minder tijd te kosten.“

De eindtoetsen zijn niet meer doorslaggevend in het schooladvies voor het voortgezet onderwijs. Sinds het schooljaar 2014-2015 zijn het de onderwijzers van groep 8 die aangeven welk type onderwijs het beste bij een leerling past. Daarbij kijken ze ook naar talent, eerdere prestaties en de motivatie van leerlingen. De eindtoets volgt pas in april, als het schooladvies al is gegeven.

“Wij erkennen dat de toets een momentopname is en dat het oordeel van de leerkracht het belangrijkst is”, zegt Keizer. “De toets is daarbij alleen een hulpmiddel. Maar met het bijbehorende toetsadvies zou de leerkracht zijn schooladvies wel kunnen bijstellen.”