Van de dood van kijkcijferprofessor René van Dammen schrok ik. Zoiets imbeciels als “dat is toch echt te vroeg”. Of wij mensen dat uitmaken.

Het bericht over de dood van Chuck Berry bracht herinneringen naar boven van de eerste en enige keer dat ik hem “live” zag optreden; een toen al op leeftijd zijnde, tengere, zwarte man die op verzoek van zijn dolenthousiaste, veelal blanke publiek “the duckwalk” deed en er ook nog lol in had, of dat tenminste zo speelde. 

Het verscheiden van Roger Pingeon, de Franse ex-Tourwielrenner, haakte even in mijn wielergevoel van weleer. Jarenlang zaten we samen op de commentatortribune, jarenlang wisselden we zinnen en meninkjes uit, jarenlang bleef hij een volkomen onbekende voor me en ik voor hem. Zelden maakte ik een meer gesloten mens als Roger mee. Zijn zwijgen in gezelschap was als een kathedraal: plechtig, zwaar, grotesk.

Dood is dood.

Als je negentig jaar oud bent, dan wenken de eeuwige jachtvelden. Als je 63 bent loop je nog lekker met een lullig sjaaltje van de FC Groningen om de nek en als je 77 bent, kan je altijd zeggen dat je ruim geleefd hebt, want ruim driekwart eeuw is toch een end, nietwaar?

Ik bezit heel wat muziek van Berry, ik heb heel wat meegemaakt met Van Dammen en ik heb pas kortgeleden beelden teruggezien van de Tour van 1967, de ronde die de boeken is ingegaan als de Tour waarin Tommy Simpson op de flanken van de Mont Ventoux kwam te overlijden en, hoe gek het ook klinkt, geheel de zege van Pingeon naar de achtergrond drong.

Vreemd.

Niemand noemt die uitgave van de Tour een ronde waarin een redelijk onbekende Franse renner achttien dagen de gele trui droeg en slechts een etappe wist te winnen.

Wielerliefhebber Van Dammen zou zich hierover vast kwaad gemaakt hebben of het afgedaan hebben met iets als “Dat bewijst dat niemand behalve ik verstand van wielrennen heeft”. Plus een lach natuurlijk.

Het is zondagmiddag en ik heb, op diverse radiogolven, al driemaal “Johnny B Goode” horen langskomen. Zou iemand van, pak weg, 20 tot 25 jaar nu weten wie Charles Edward Anderson Berry sr. was. Wat hij betekende voor de populaire muziek van nu en vroeger?

Ik denk het niet.

Bruce Springsteen en Mick Jagger schieten al over de Twitter-hoofdweg heen met mooie woorden en John Lennon’s “Als er een andere naam voor rock & roll zou moeten komen, kunnen we het toch Chuck Berry noemen,” wordt overal van stal gehaald. Terecht.

Ik weet zeker dat de soms zo heerlijk dwarsliggende Van Dammen het met Lennon eens zou zijn. Zonder enige toevoeging zelfs en dat is al heel wat.

Pingeon zat gedurende een kleine twintig jaar dichtbij me in de Tour. Hij was de allereerste wieleranalist ter wereld en deed zulks voor de Franstalige Zwitsers, aan de zijde van de immer nerveuze Bertrand Duboux. Laatstgenoemde schreef een mooi boek over het leven van de wielrenner Pingeon. Dat boek werd nauwelijks gekocht in Frankrijk. Pingeon was de stille winnaar en wat hebben die nou te vertellen?

Hij was winnaar van de Tour en twee jaar later van de Vuelta. Een man die met grote stiltes kon leven. Hij verkocht bloemen, ergens in het oosten van Frankrijk en was bepaald niet onder de indruk van zijn eigen loopbaan. In het peloton noemde ze hem “l’échassier”, de steltloper, vanwege zijn lange benen.

Chuck Berry noemde men overigens “Crazy legs”.

Naar de benen van Van Dammen heb ik nooit geïnformeerd. Dat leek me niet nodig; we deelden heel andere punten van interest. Bijvoorbeeld de krankzinnige namen van Vlaamse renners: Johnny de Nul, Tim de Peuter, Maurice Desimpelaere en Pieter Geylebert.

Juist: jongens-humor.

Ooit vertelde Pingeon me hoe hij in de allerbeste wielerwedstrijd ooit verreden, de Trofeo Barrachi van 1967, vijfde werd, samen met Raymond Poulidor, terwijl beiden nooit harder hadden gereden in hun leven. Die koers werd gewonnen door Eddy Mercks en Ferdinand Bracke, vier minuten vooruit. Pingeon zei me dat de beste veertien tijdrijders ter wereld daar aan het vertrek stonden.

Ik vroeg:” Allemaal schoon?” en hij glimlachte: ”Wat dacht je, het ging ergens om… Iedereen wilde winnen.”

Ik blader door mijn Cd-voorraad bij de letter B van Berry. Negen albums en ik ga, at random, iets spelen. Ik luister naar “Roll over Beethoven”. Berry zei daar ooit van “Het had ook ‘Roll over Tsjaikowski’ kunnen heten.” 

Mooie versimpeling.

Van Dammen zei me ooit: ”Waarom doen jullie bij de Avondetappe een spelletje waarbij mensen ’s avonds laat via Internet moeten reageren… Jullie weten toch dat de meeste kijkers naar dat programma  boven de 50 jaar oud zijn en die lieden hebben helemaal geen zin om ’s avonds laat nog iets moeilijks “op internet” te gaan doen. Die willen gewoon lekker naar mooie beelden van Frankrijk kijken.”

Berry zat driemaal in de bak, Pingeon kon zwijgen als de beste en Van Dammen was geestig en voor de FC Groningen. Dat kon allemaal.

Het was afgelopen week druk bij de hemelpoort. Petrus wist het even niet meer.

Ik buig nederig mijn hoofd