Amsterdam experimenteert met pleegzorg voor jongens die met justitie in aanraking zijn gekomen. Jonge verdachten worden tijdens de voorlopige hechtenis niet opgesloten in een jeugdgevangenis, maar krijgen de kans om drie maanden in een pleeggezin te wonen. Het gaat om een pilot van de organisatie Spirit in samenwerking met het ministerie van Veiligheid en Justitie. Vanwege het succes wordt de pilot verlengd tot eind van dit jaar.

Een speciaal opgeleid pleeggezin zorgt maximaal drie maanden voor de opvang van een minderjarige verdachte. Psychologen, reclassering en ander hulpverleners zijn direct betrokken bij het pleeggezin. De kinderrechter moet bepalen welke jongeren in aanmerking komen voor dit project. De organisatie Spirit zocht naar alternatieven voor opsluiting omdat uit onderzoek blijkt dat jongeren tussen de 12 en 16 jaar vaak negatief beïnvloed worden tijdens hun verblijf in de jeugdgevangenis. Soms zitten jonge verdachten maanden vast in afwachting van hun proces. 

Pilot succesvol

De universiteit van Amsterdam doet onderzoek naar deze alternatieve vorm van opsluiting en de eerste resultaten zijn positief. 'Jongeren zijn meer gemotiveerd voor de hulp die wordt geboden, ze vertonen minder probleemgedrag en de ouders ervaren minder opvoedstress', aldus pilot-leider Ellen Eltink van organisatie Spirit. 

In EenVandaag spreken we met pleegouders Kim en Rene. Zij hebben zelf geen kinderen en zijn al sinds 2006 pleegouders in de crisisopvang. Dit jaar kregen ze de 16-jarige Erik onder hun hoede, een jongen die tot twee maal toe verdacht wordt van een overval. Hoe is het hun bevallen? Ook spreken we met Ellen Eltink, projectleider bij Spirit, voldoet de forensische pleegzorg aan de verwachtingen? En we spreken met jeugdrechtadvocaat Floris Holthuis over deze unieke pilot.