
Nederland nog onvoldoende toegankelijk voor mensen met beperking, ondanks VN-verdrag
Stoepranden zonder afrit, omgewaaide kliko's of fietsen op de stoep zijn obstakels voor rolstoelgebruikers in de stad. Ruim 10 jaar nadat het VN-verdrag Handicap hier ging gelden, is Nederland nog onvoldoende toegankelijk.
"Ik had er niet bij stilgestaan dat er zoveel obstakels zijn. En dat is denk ik ook heel logisch, want je ziet een drempel niet en stapt er gewoon overheen", zegt Gerard de Nooij. Hij liep 21 jaar geleden door een motorongeval een dwarslaesie op, hij was toen pas 23 jaar: "Toen ik met de rolstoel weer mijn leven op wilde pakken, kwam ik echt in een andere wereld terecht."
Meedoen in de samenleving
Op papier lijkt het toegankelijkheidsbeleid in Nederland de goede kant op te gaan: 4 op de 5 gemeenten hebben een Lokale Inclusie Agenda (LIA), of zijn daarmee bezig, blijkt uit de meest recente gegevens van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Een LIA is een verplichte aanpak waarin gemeenten aangeven hoe zij de samenleving toegankelijker maken.
Dit komt voort uit het VN-verdrag Handicap, waar Nederland zich tien jaar geleden bij heeft aangesloten. In dit verdrag staat wat de overheid moet doen om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking kunnen meedoen in de samenleving. Maar ondanks deze aanpak is toegankelijkheid nog steeds niet vanzelfsprekend. Ook heeft 20 procent van de gemeenten nog geen LIA.
'Gemeente kan het niet alleen'
Gerard de Nooij is directeur van Ongehinderd, een maatschappelijke onderneming die zich inzet voor de toegankelijkheid van gebouwen en openbare ruimte voor mensen met een beperking. "Gemeenten huren ons in om toegankelijkheid in kaart te brengen en advies te ontvangen."
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het VN-verdrag Handicap, maar De Nooij ziet dat er nog veel ruimte voor verbetering is. "Er zijn echt wel gemeenten die het heel goed doen. Maar op landelijk niveau gaan er veel dingen ook nog niet goed", zegt hij "Een gemeente kan dat niet alleen. Een gemeente moet sturing krijgen vanuit de overheid."
Meer landelijke sturing
De Nooij wil meer landelijke sturing om Nederland sneller meer toegankelijk te maken. "Als er inhoudelijke sturing zou komen hoe gemeenten toegankelijkheid van gebouwen en openbare ruimte moeten opnemen in hun beleid, dan hebben we die 20 procent zo ingehaald", zegt hij. Dan zou het een stuk sneller gaan dan de afgelopen tien jaar, voegt hij eraan toe.
Naast meer landelijke sturing is er meer bewustwording nodig over wat toegankelijkheid écht betekent, zegt Bettina van Hoven, hoogleraar interdisciplinaire sociale vraagstukken van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). "Je kan wel een landelijk beleid hebben, maar die buschauffeur die moet toch wel getraind worden om bijvoorbeeld te weten hoe de toegankelijkheidsvoorziening in de bus werkt."
Menselijke kennis
Volgens haar is die menselijke kennis nodig. "Dat soort kleine dingetjes kan je denk ik niet heel goed regelen met beleid." Volgens haar gaat het verder dan een toegankelijkheids- en inclusiebeleid. "Die papieren basis is heel belangrijk, want dat beschrijft die rechten van de mens. Maar de uitwerking, daar heeft iedereen iets mee te maken."
Volgens haar ligt het niet alleen bij de gemeente, overheid of bedrijven, maar juist bij de hele samenleving. "Iedereen doet daaraan mee", zegt de RUG-hoogleraar.
Niet zo moeilijk
Van Hoven benadrukt ook dat het voor de bewustwording cruciaal is dat mensen met een beperking zichtbaar zijn in de stad. "Zodat je ook denkt van 'oh ja, zij horen ook bij onze maatschappij'. Maar als mensen heel moeilijk de stad in kunnen, dan zien we ze niet", zegt Van Hoven.
Een belangrijke oplossing is dat toegankelijkheid de standaard moet worden, zegt Gerard de Nooij van Ongehinderd. "Net als alle andere aspecten, zoals duurzaamheid en brandveiligheid, moet het gewoon een standaard professioneel onderdeel zijn van het beheer en onderhoud van onze publieke ruimte. Het hoeft ook niet zo moeilijk te zijn."
Nieuwe woningen
Daarnaast zegt hij dat die landelijke sturing ook relevant is nu er meer woningen worden gebouwd. "Door de vergrijzing zijn er steeds meer mensen met een beperking, namelijk ouderen. Mensen die slecht ter been zijn, mensen die slechtziend zijn, mensen die slechthorend zijn", zegt de Nooij. "Als we die enorme woningbouwopdracht die we nu hebben ontoegankelijk gaan maken, dan zitten we straks met echt een mega groot probleem"
Woningen die we nu bouwen, zouden dan in de toekomst niet meer aansluiten bij de behoeften van mensen. "Maar als we dat nu goed doen, dan voorkomen we een probleem wat over 5 tot 10 jaar echt serieus kan zijn."
Economisch belangrijk
Bovendien is toegankelijkheid volgens De Nooij niet alleen voor sociale doelen belangrijk, maar ook voor de economie: "Tussen de 15 en 25 procent van alle consumenten heeft een beperking en als ondernemer heb je met een toegankelijke zaak dus een voordeel. Als je zaak ontoegankelijk is daarentegen, dan loop je omzet mis."