
Babyvoeding uit supermarkt vaak te ongezond: 'Extra suiker is lekker, maar gevolgen ernstig'
Een groot deel baby- en kindervoeding uit de supermarkt is ongezond. Vooral fruitpotjes, babypap en kindertoetjes bevatten vaak te veel suiker en zout of te weinig volwaardige voedingsstoffen. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de GGD Amsterdam.
De Gezonde Generatie en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde roepen de politiek op tot strengere regelgeving. In het onderzoek zijn producten van supermarkten Albert Heijn, Jumbo, Plus en de grootste filialen van Lidl onder de loep genomen, samen goed voor 75 procent van alle supermarkten in ons land.
'Geschrokken van dit onderzoek'
De resultaten tonen aan dat 66 procent van de fruitpotjes en 80 procent van de babypap als ongezond wordt geclassificeerd. Voor kinderontbijtgranen en kindertoetjes loopt dit percentage op naar 100 procent.
Algemeen directeur van het Diabetes Fonds en woordvoerder Gezonde Generatie Diena Halbertsma reageert: "Ik ben geschrokken van dit onderzoek. Je ziet dat het beeld in 5 jaar tijd, vergeleken met een eerder onderzoek, niet veranderd is."
Veilig betekent niet automatisch gezond
Er zit een verschil tussen de veiligheid van producten en de gezondheid ervan, benadrukt Halbertsma: "Er zijn zeer strenge eisen rondom de veiligheid van babyvoeding, maar mensen moeten weten dat een product dan niet automatisch een gezonde keuze is voor hun kind."
Volgens Halbertsma zijn maaltijdpotjes vaak niet geschikt als volwaardige voeding: "Ze bevatten bijvoorbeeld ingrediënten uit de Schijf van Vijf die alleen als extraatje bedoeld zijn, zoals room, kaas of ham. Als je dat elke dag geeft, krijgt een kind niet de juiste voeding binnen". Zij adviseert consumenten om de ingrediëntenlijst zelf te controleren op toegevoegd suiker en zout. Volgens Halbertsma is in ieder geval de overheid nodig voor duidelijke regels: "Het gaat nu echt te langzaam."
'Risico op diabetes'
De voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Lissy de Ridder legt uit wat de risico's van deze vroege blootstelling aan ongezonde producten kan zijn. "Kinderen krijgen dan niet de optimale voedingsstoffen binnen. Van te veel suiker ontstaat makkelijk overgewicht, wat weer leidt tot risico's op diabetes later in het leven", zegt De Ridder.
Volgens haar is er sprake van een gewoontevorming: "Iets wat zoeter is, is lekkerder. Dat is waar je aan went, dat blijf je doen en dat kan toenemen."
'Verdrietig om te zien'
De voorzitter spreekt van een stagnerende situatie ondanks eerdere waarschuwingen: "Het is echt verdrietig om te zien: herhaaldelijk onderzoek en we zijn niets opgeschoten, terwijl we het al zo lang weten. Als de potjes gezonder waren, waren we als samenleving nu én in de toekomst gezonder geweest."
Een schepje suiker extra is misschien gunstig voor de verkoop, maar de gevolgen zijn ernstig.voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Lissy de Ridder
Zij richt haar oproep niet alleen tot de politiek, maar ook tot de industrie: "Belangrijke personen binnen de industrie- en supermarktketens zijn zelf ook kind geweest en hebben misschien wel kinderen. Een schepje suiker extra is misschien gunstig voor de verkoop, maar de gevolgen zijn ernstig."
Afspraken te weinig effect
De maatschappelijke organisaties pleiten voor ambitieuze doelstellingen op de verkoop van gezonde producten. Halbertsma wijst op de beperkingen van de huidige aanpak: "Een eerder preventieakkoord (afspraken, red.) uit 2018 over productverbetering is te vrijwillig. Wij zien dat dit te weinig effect heeft."
Er wordt momenteel gewerkt aan een analyse die inzicht moet geven in het aandeel gezonde versus ongezonde producten dat verkocht wordt. "We willen dat er duidelijke regels komen voor supermarkten en dat zij die doelstellingen ook daadwerkelijk gaan halen", zegt Halbertsma.
Minister Volksgezondheid: 'Afspraken moeten worden nagekomen'
Minister Sophie Hermans (VVD) van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt dat gemaakte afspraken over de vermindering van zout en suiker moeten worden nagekomen. "Als dat op vrijwillige basis onvoldoende gebeurt, moet ik kijken hoe ik het verder kan stimuleren en meer achter de broek aan zitten", aldus de minister.
Over de inzet van specifieke dwangmiddelen doet zij nog geen uitspraak. Minister Hermans zegt dat het een combinatie betreft van de overheid en de eigen verantwoordelijkheid van de consument: "Ik loop niet door de supermarkt om te bepalen wat je wel of niet mag kopen. Het is aan iedereen zelf wat je in het mandje gooit."