Zestig procent van de jongeren doneert niet aan de slachtoffers van Haïti. Belangrijkste reden is dat de giften volgens hen niet goed terecht komen. Als tweede argument noemen zij dat zij te weinig geld hebben.

Net goed-gevoel

Televisie en kranten puilden afgelopen week uit over de natuurramp. Wat voor gevoelens riepen deze beelden op bij jongeren? Naast machteloosheid en verdriet, wat het meeste voorkwam, werd ook 'angst' en 'afschuw' genoemd. Toch waren er ook jongeren die er helemaal niet van wakker liggen. Hen doen de beelden 'helemaal niks' en iemand anders krijgt er een 'net goed-gevoel' van.

Zij geven ons ook niets

Waarom geven jongeren geld aan aan Haïti?

'Ik vind die beelden zo zielig',

'vanuit islamitische overwegingen'

'Wij zijn zo rijk en zij hebben niks meer.'

Enkele redenen waarom jongeren geen geld geven aan Haïti zijn: 'Als er hier een ramp zou zijn geven zij ons ook niks', 'De regering geeft al van mijn belastingcenten', 'directeuren van goede doelen krijgen veel te veel salaris', 'Er is hier ook een crisis gaande' en 'Het geld komt toch niet bij die mensen terecht.'

Vrijgevige meisjes

Het overgrote deel vindt de nationale inzamelingsactie op tv of radio een goede zaak. Eenderde zegt eerder geld te geven als er een actie op de radio of tv is. Meisjes zijn vrijgeviger tijdens of na zo’n inzamelingsactie dan jongens: 37% van de meisjes tegenover 27% jongens.

Geld via Hyves

Jongeren komen in aanraking met nieuwe vormen van donatie. Zo heeft een kwart al eens een goed doel gesteund via een sms-actie. Vooral jongeren boven de 18 jaar sms’en geld naar goede doelen en meisjes zijn hierin meer ervaren dan jongens. Het steunen van de slachtoffers in Haïti speelt ook een rol in sociale netwerken: bijna een op de vijf jongeren (17%) is de afgelopen week door Hyves en Facebook benaderd om geld te doneren.

Het online onderzoek – waaraan 2200 jongeren van 12 tot en met 24 jaar hebben meegedaan - is gehouden tussen 13 en 19 januari 2010. De uitslag is gecorrigeerd op leeftijd, geslacht, afkomst en spreiding over het land.

Het NOS journaal maakte naar aanleiding van dit onderzoek een item: