Jos de G. is in hoger beroep veroordeeld voor twaalf jaar cel voor verkrachting én doodslag van Nicole van den Hurk. Tot dan toe was de G. alleen nog veroordeeld tot 5 jaar cel voor verkrachting. Wat voor rol speelt DNA in deze zaak in de afweging in het hoger beroep? 

Het Gerechtshof in Den Bosch acht het bewezen dat er sperma en een haar uit het overgangsgebied van de schaamstreek van Jos de G. is gevonden op het lichaam van Van den Hurk. Daarbij ziet het Hof genoeg bewijs om te concluderen dat de G. haar met geweld om het leven heeft gebracht. Met aftrek van het voorarrest wordt twaalf jaar cel opgelegd. 

Het is een andere uitspraak dan in 2016. De rechter vond destijds dat De G. wel schuldig kon worden bevonden aan verkrachting, maar niet aan doodslag. Een van de redenen en tegelijkertijd complicaties in de zaak was dat het DNA-spoor op het lichaam uit materialen van drie personen bestond. Een daarvan was De G., een vriendje van Nicole en een mogelijke derde persoon. 

De mogelijkheid dat die derde persoon haar om het leven heeft gebracht, was volgens de rechter in 2016 niet volledig uit te sluiten. Het Hof heeft nu besloten dat er geen bewijs is dat een andere persoon is betrokken, omdat het ‘om heel weinig materiaal van en een onbekend persoon’ gaat. De interpretatie van het gerechtshof is in dit geval anders dan de rechtbank”, zegt rechtspsycholoog Jasper van der Kemp. “Het zat er wel aan te komen, omdat veel van het bewijs naar de verdachte wijst.” 

‘Bron van het DNA’ 

Het gerechtshof concludeert nu wel dat Jos de G. de destijds 15-jarige Van den Hurk met geweld om het leven heeft gebracht na verkrachting. Volgens Van der Kemp heeft dat onder andere te maken met de alternatieven, die onwaarschijnlijk zijn. “Gezien de omstandigheden en de wijze waarop ze om het leven is gebracht, is de redenering van het Hof dat het onwaarschijnlijk is dat die derde persoon haar om het leven heeft gebracht”, zegt hij. “Als iemand anders de moordenaar is, verwacht je ook over het algemeen dat er meer DNA en bewijs van die persoon aanwezig is.” 

En dat bewijs is van De G. wel aanwezig voor het Hof, onder andere door sporen die 'op de intieme zone van Van den Hurk' zijn aangevonden. Ook vindt het gerechtshof het niet aannemelijk dat het ‘schaamhaar’ van de verdachte op een andere manier dan na een verkrachting op haar jas terecht is gekomen. Van der Kemp merkt op dat de bron van het DNA vaak een cruciale rol speelt. “We vergeten het wel eens, maar de bron van het DNA is heel belangrijk. In dit geval is het onder andere sperma en schaamhaar. Dat lijkt te passen bij het scenario.” 

‘Met DNA heb je nog geen verhaal rond’ 

Toch is DNA geen heiige graal. Het is vaak complexer dan we denken. Hoewel er veel beweegruimte in zit, is de juridische regel over het algemeen dat DNA als bewijs in combinatie met ander bewijslast moet worden opgevoerd. “Wat je met DNA doet, is: je toont contact aan. Met een DNA-match heb je nog niet meteen een verhaal rond”, zegt Van der Kemp. 

“In dit geval is het contact vrij duidelijk, namelijk seksueel contact. De stap naar moord wordt alweer complexer, want de wijze waarop iemand is vermoord, hangt niet altijd meteen samen met het DNA. Dan kijk je dus naar: ‘Wat is het alternatief?’ En die zijn te onwaarschijnlijk ten opzichte van het scenario dat er nu ligt.” 

Vermissing in 1995

Nicole van den Hurk verdween op 6 oktober 1995 toen ze onderweg was naar haar zomerbaantje. Anderhalve maand later werd ze gevonden tussen Mierlo en Lierop. In 2011 werd er een DNA-match gevonden met Jos de G. De verdachte heeft altijd ontkend Van den Hurk te hebben vermoord. Hij sluit niet uit seks met haar te hebben gehad, maar dat hij zich dat niet meer kan herinneren door zijn ‘losbandige levensstijl’ destijds. Volgens De G. zou de seks vrijwillig zijn geweest, maar dat vindt het Hof niet aannemelijk. 

De G. is in 2000 veroordeeld voor onder andere tbs vanwege een eerdere verkrachting. Op het moment van de DNA-match had hij zijn tbs nog niet afgerond.