Begin oktober werd de kattenjacht ook in Noord-Brabant verboden, daarmee is het de tiende provincie waar niet op katten geschoten mag worden. Maar in twee provincies blijft de kattenjacht toegestaan, ondanks een in 2013 aangenomen motie voor een landelijk totaalverbod.

Friesland en Utrecht blijven vergunningen verlenen aan jagers vanwege de grote aantallen verwilderde en stropende katten in de regio. Volgens de dierenbescherming worden er jaarlijks minimaal 6.000 katten afgeschoten. Een onbekend aantal hiervan zijn katten met een baasje, volgens de Partij van de Dieren maar liefst 80%.

Zoals de twee katten van de familie Scheper-Veenstra uit Nij Beets, die per abuis werden afgeschoten door een jager. Beide dieren werden door de familie binnen 40 meter van de erfgrens dood teruggevonden.

EenVandaag gaat te rade bij jager Bjorn van Veen. Hij neemt ons mee naar Drenthe, waar het kattenjachtverbod al langer geldt. Hij legt uit wat de consequenties zijn van een overschot aan zwerfkatten in een gebied. De jagers beroepen zich op artikel-16 van de flora- en faunawet waarin staat dat “Een ieder verplicht is te verhinderen dat een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt”.

Daarnaast spreken we Hiltje Keller van de Partij voor de Dieren in Utrecht en Ard Boersma van de Dierenbescherming Friesland. Zij pleiten voor de TNR-methode als alternatief, waarbij wilde katten worden gevangen, gecastreerd en vervolgens weer uitgezet (TNR = Trap-Neuter-Return). 

Katten afschieten