De moord op de Russische oppositieleider Boris Nemtsov past in een reeks van mysterieuze sterfgevallen van critici van de Russische president Poetin in de afgelopen jaren.

Journalisten, advocaten, politici en andere criticasters van de regering, allen overleden zij onder verdachte omstandigheden. Verklaringen van de autoriteiten blijven altijd vaag. Door de oppositie is meer dan eens met de beschuldigende vinger gewezen naar het Kremlin en het klimaat van haat dat door de autoriteiten is geschapen. 

Tegenstanders van de regering worden volgens de oppositie in de staatsmedia steevast als vijanden van de staat neergezet. Het wordt de oppositie op deze manier moeilijk gemaakt om vrijelijk hun onvrede over de Poetin uit te spreken. 

Op hun beurt wijzen de Russische overheden, zoals ook bij de moord op Nemtsov, vaak op de onenigheid binnen de oppositie zelf en spreken ze van provocaties die de regering van Poetin in een slecht daglicht moeten stellen. Wat de verklaring van deze sterfte onder Poetin-critici ook zal blijken te zijn, vast staat in ieder geval dat het leveren van kritiek op de regering in Rusland niet zonder risico’s is.

EenVandaag zet de meest prominente zaken van de afgelopen jaren voor u op een rij:

17 april 2003 - Sergej Joesjenkov

Sergej Joesjenkov was als liberaal Russisch politicus een voorvechter van hervormingen op het gebied van democratie, marktwerking en mensenrechten. Joesjenkov was als fel criticus van Poetin lid van de Kovalev commissie die onderzoek deed naar de aanslagen op enkele gebouwen in diverse Russische steden in 1999. Vermoed werd dat de overheid hierbij betrokken was om steun te kweken voor de oorlog in Tsjetsjenië.

Ook nam hij deel aan het onderzoek naar het gijzelingsdrama in het Moskouse Doebrovka-theater in 2002. Hij onderzocht samen met onder andere journaliste Anna Politkovskaja en Aleksandr Litvinenko, oud agent van de Russische geheime dienst (FSB), de eventuele betrokkenheid van de FSB bij dit incident.

Op 17 april 2003 werd Joesjenkov, kort nadat hij zijn omstreden partij Liberaal Rusland had ingeschreven voor de verkiezingen van dat jaar, neergeschoten bij de ingang van zijn appartement in Moskou. Vier personen zijn naar aanleiding van deze moord veroordeeld, onder wie een voormalig lid van de partij van Joesjenkov. Maar bij de bewijslast voor deze veroordelingen zijn grote vraagtekens te plaatsen.

3 juli 2003 - Joeri Sjtsjekotsjichin 

Onderzoeksjournalist en mensenrechtenactivist Joeri Sjtsjekotsjichin berichtte voor de Russische krant Novaja Gazeta over corruptie en georganiseerde misdaad in Rusland. Ook Sjtsjekotsjichin was lid van de eerder genoemde Kovalev commissie.

In juli 2003 werd Sjtsjekotsjichin plotseling ziek en overleed hij na een mysterieus ziekbed van ruim twee weken. Tot op heden is er nog geen verklaring gevonden voor zijn overlijden. Zijn familie spreekt van een vergiftiging.

Door de verdachte omstandigheden rondom zijn dood en het feit dat Joesjenkov, zijn collega van de Kovalev onderzoekscommissie, enkele maanden eerder om het leven was gebracht, blijft de dood van Sjtsjekotsjichin met onduidelijkheden omgeven.

9 juli 2004 - Paul Klebnikov

Sinds 1989 was Paul Klebnikov als onderzoeksjournalist actief voor het Amerikaanse tijdschrift Forbes. De Amerikaan van Russische afkomst, publiceerde voornamelijk over het schimmige handelsklimaat en de grootschalige corruptie in post-Sovjet Rusland.

Zijn kritische publicaties over de invloedrijke Russische zakenman Boris Berezovski en de georganiseerde misdaad in Tsjetsjenië, leverden hem de positie van hoofdredacteur van de Russische editie van Forbes op en hij begon daarom in 2004 vanuit Moskou te werken.

Nog in datzelfde jaar werd Klebnikov vanuit een rijdende auto neergeschoten terwijl hij op straat liep. Tot een oplossing van deze moordzaak is het nooit gekomen.

7 October 2006 - Anna Politkovskaja 

Een van de meest spraakmakende moorden in de recente Russische geschiedenis is de moord op Anna Politkovskaja. Deze Russische journaliste schreef een zeer kritisch boek over Poetin en sprak zich als correspondent ter plaatse meermaals uit tegen de vermeende mensenrechtenschendingen van het Russische leger in de Tsjetsjeense oorlogen.

Ook was ze betrokken bij het eerder genoemde onderzoek naar de gijzeling in het Doebrovka theater, een situatie waar ze persoonlijk als bemiddelaar bij betrokken was.

Na jarenlang te zijn bedreigd en in conflict te zijn geraakt met onder andere de president Kadyrov van Tsjetsjenië, werd Politkovskaja in 2006 in de lift van haar appartementen complex neergeschoten. Ondanks dat, na jaren van processen, in 2014 vijf Tsjetsjenen veroordeeld zijn voor de moord blijft tot op heden onduidelijk wie de opdracht voor de moord heeft gegeven.

23 november 2006 - Aleksandr Litvinenko 

De vergiftiging van Aleksandr Litvinenko in 2006 is naast de moord op Politkovskaja een gebeurtenis die internationaal voor veel commotie heeft gezorgd. De korte tijd die tussen de beide moorden zat, de connectie die beide slachtoffers met elkaar hadden en het feit dat de moord niet in Rusland maar in Londen werd gepleegd riep veel vragen op. 

Litvinenko werkte enkele jaren voor de Russische veiligheidsdienst FSB en trad voor het eerst kritisch naar buiten toen hij met enkele FSB-collega’s publiekelijk zijn superieuren beschuldigde van het beramen van een moord op oligarch Boris Berezovsky. 

Hij werd vervolgens diverse malen gearresteerd en vluchtte al snel naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij zich naturaliseerde tot Brit. Hier schreef hij over de schimmige activiteiten van de FSB en beschuldigde hij Poetin van de moord op Politkovskaja, met wie hij samenwerkte aan het Doebrovka onderzoek.

Begin november 2006 werd hij opgenomen in het ziekenhuis en bleek al snel dat er sprake was van een vergiftiging. De thee die Litvinenko dronk tijdens een ontmoeting met twee andere voormalige FSB-medewerkers bleek te zijn vermengd met het radioactieve polonium-210 en dit kostte Litvinenko later die maand het leven. 

Vermoed wordt dat een van de twee Russen die hij ontmoette, Andrej Loegovoj, verantwoordelijk is voor de radioactieve stof in de thee van Litvinenko. Rusland weigert desondanks Loegovoj uit te leveren en tot een veroordeling voor de moord op Litvinenko is het daarom tot op heden nog niet gekomen.

19 januari 2009 Stanislav Markelov en Anastasia Baburova

Mensenrechtenadvocaat en journalist Stanislav Markelov verdedigde in zijn rol als advocaat onder andere Anna Politkovskaja en was een prominent criticus van oorlogsmisdaden van het Russische leger in de Tsjetsjeense oorlogen.

Op 19 januari 2009 werd hij op klaarlichte dag neergeschoten in Moskou. De journaliste Anastasia Barburova, die hem te hulp schoot, werd tevens om het leven gebracht. De vermoedelijke schutters, twee leden van een neonazistische groepering, werden veroordeeld voor de moord.

15 juli 2009 Natalia Estemirova

Natalia Estemirova was een van de meest prominente mensenrechtenactivisten in Rusland. Als collega van Anna Politkovskaja werkte Estemirova mee aan het onderzoek naar mensenrechten schendingen ten tijde van de Tsjetsjeense oorlogen. Na een kidnapping in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny in 2009 werd ze dood gevonden in de buurrepubliek Ingoesjetië. De verwachting is dat, net als in het geval van Politkovskaja, de ware opdrachtgever achter deze moord nooit zal worden gevonden.

16 november 2009 - Sergej Magnitski 

Sergej Magnitski was als advocaat van zakenman Bill Browder betrokken bij een fraudeonderzoek tegen de Russische overheid. Magnitski vermoedde dat de Russische overheid op grote schaal diefstal pleegde en trad hierover in contact met de Russische justitie. Tijdens dit onderzoek werd hij desalniettemin zelf door de autoriteiten vastgezet wegens belastingontduiking.

Door de slechte hygiënische omstandigheden in de gevangenis werd Magnitski ernstig ziek en na 358 dagen in hechtenis, waarin hij veelvuldig gemarteld werd, overleed hij in zijn cel. De autoriteiten wijten zijn dood aan een hartstilstand maar anderen (http://russian-untouchables.com/eng/) claimen dat hij is overleden aan de gevolgen van martelingen.

23 maart 2013 - Boris Berezovski

De carrière van Boris Berezovski, ooit een van de machtigste oligarchen in Rusland, raakte in een stroomversnelling tijdens het presidentschap van Boris Jeltsin in de jaren ’90. Toen Poetin, op voorspraak van Berezovski, in 1999 verkozen werd als opvolger van Jeltsin trad Berezovski toe tot de Doema, het lagerhuis van het Russische parlement. 

Al snel trad Berezovski terug toen bleek dat Poetin de macht van de oligarchen in wilde binden. Hij verhuisde naar Verenigd Koninkrijk en voegde hij zich bij de oppositie nadat hij in onmin raakte met president Poetin. 

In maart 2013 werd hij dood gevonden in zijn huis in Ascot. Hoewel er nog altijd wordt uitgegaan van zelfmoord door middel van verhanging en er geen bewijs voor een eventuele moordzaak is gevonden blijven de nabestaanden van Berezovski erbij dat hij geen zelfmoord heeft gepleegd en de Russische overheid betrokken is bij zijn dood. 

5 november 2014 - Alexei Devotchenko

Een van de meeste recente zaken is de dood van acteur Alexei Devotchenko. Als uitgesproken criticus van Poetin nam hij deel aan diverse demonstraties van de Russische oppositie en bekritiseerde hij het Russische optreden in Oekraïne. Verder maakte hij indruk door in 2011 twee, door de staat toegekende, prijzen voor zijn acteerwerk te weigeren omdat hij zich zou schamen om een prijs uit handen van Poetin te ontvangen.

Na zijn dood deden verschillende versies over de doodsoorzaak van Devotchenko de ronde. Hij zou gevonden zijn in een plas bloed waarna er berichten opdoken dat hij zich had gesneden aan een stuk glas. Een anonieme bron van de politie melde daarentegen dat er reden was om aan te nemen dat de dood van Devotchenko een gewelddadig karakter heeft gehad. Wat er werkelijk is gebeurd zal hoogstwaarschijnlijk een raadsel blijven.