"Een mooie en ook juiste uitspraak." Zo noemt jurist Esther Pans de uitspraak van de rechter, in de zaak tegen een arts die euthanasie toepaste op een 74-jarige demente vrouw.

Het Openbaar Ministerie spande in 2016 de zaak aan tegen verpleeghuisarts Catharina A., omdat er sprake zou zijn van moord. De arts had namelijk niet vóór de euthanasie nogmaals aan de vrouw had gevraagd of ze nog steeds dood wilde. Volgens de rechter was een antwoord daarop onmogelijk, gezien de staat waarin de vrouw verkeerde.

Dilemma

"Een duidelijke uitspraak," vindt Pans, die wel verrast werd door de rechter. "Ik wist niet waar het zwaartepunt zou liggen voor de rechtbank." Ook Nienke Nieuwenhuizen, specialist ouderengeneeskunde en voorzitter van beroepsvereniging Verenso is blij met de uitspraak voor haar collega. "Of het ons helpt in de praktijk is nog wel de vraag. Het dilemma verdwijnt voor ons als artsen niet. De afweging wordt nog steeds bij de arts gelegd. Over de waarde van de wilsverklaring hebben we nog een gesprek te voeren."

Volgens Nieuwenhuizen wordt die wilsverklaring te vaak gezien als een 'waardebon'. "Het gaat om een kwestie van leven en dood en daarbij moet je heel zorgvuldig handelen. Je wil niet op je geweten hebben dat je iemand dood maakt, die dat uiteindelijk niet wil. Een wilsverklaring is geen waardebon, zo van: als ik het heb opgeschreven dan is het geregeld."

Een wilsverklaring is geen waardebon

Nienke Nieuwenhuizen, specialist ouderengeneeskunde en voorzitter beroepsvereniging Verenso

Mijlpaal

Volgens Pans is dit een heel uitzonderlijke zaak, die duidelijkheid kan geven in andere gevallen. "In het afgelopen jaar zijn er van de 6000 mensen, maar 2 meldingen geweest over diep demente mensen die euthanasie hebben gekregen. Maar het is nu wel duidelijk dat die diep demente mensen niet tot het einde toe, hoeven aan te geven dat ze dood willen."

"Het is een mijlpaal in de rechtsgeschiedenis. Het belangrijkste is dat als een patiënt niet meer coherent zijn of haar wil kan uiten, of als er geen touw aan vast te knopen is, zoals de rechter zei, dan hoef je ook niet te doen alsof je de patiënt nog vraagt wat hij ervan vindt. Dat zou ook een hypocriete situatie in het leven roepen. Ik vind het ook voor de toetsbaarheid en openheid van de euthanasiepraktijk een heel goede uitspraak. Je stelt zo geen eisen aan artsen die geen zin hebben en die ze niet kunnen waarmaken."

Zaak van nationaal en principieel belang

Volgens Nieuwenhuizen is ondanks de uitspraak nog wel werk aan de winkel. "Het is goed voor ons om te weten hoe juristen denken, maar ik moet wel constateren dat juristen heel anders denken dan dokters. De wet geeft niet altijd helemaal goed antwoord op de vragen rond de praktijk. Dit thema over wilsonbekwame mensen met een wilsverklaring speelt al langer, we zien al langer dat de druk op artsen om het lijden te beperken toeneemt. Het is goed om nu een juridisch perspectief te hebben, maar we moeten ook met elkaar in gesprek blijven om te kijken hoe we hier mee omgaan."

Jurist Pans verwacht niet dat de zaak met deze uitspraak zal eindigen. "Van meet af aan is gezegd dat dit een zaak van nationaal en principieel belang is. Dus ik verwacht dat het OM niet alleen in beroep zal gaan, maar ook in cassatie bij de Hoge Raad. Deze arts zal er nog wel even mee bezig zijn, helaas."