“Even voor de duidelijkheid: als de sirenes gaan, duiken wij in de schuilkelder.” De technicus van het Israelische facilitaire bedrijf dat de satellietverbinding met Hilversum regelt, kijkt me aan met een grijns. “Dan sta je hier dus alleen. Je moet maar kijken wat je doet. Of je blijft staan. Of je gaat mee de kelder in.” Hij wijst naar de draadloze microfoon in mijn hand. “Die gebruiken we expres, zodat je in de kelder gewoon door kan praten.” Tja. Ehh. Oké, hoor ik mezelf stotteren. Veel tijd om over zijn opmerking na te denken, heb ik niet. Over een minuut ga ik ‘live’ in de uitzending van EénVandaag wat vertellen over de situatie in Sderot, een stad in het zuiden van Israel.

De mannen van het facilitair bedrijf staan al 10 dagen op dezelfde plek en ze zijn er wel zo’n beetje klaar mee. Ieder dag dezelfde koppen van dezelfde tv-verslaggevers. En dezelfde koppen van dezelfde soldaten die door de straten patrouilleren. Andere smoeltjes zijn er deze dagen niet te vinden. Winkels zijn gesloten, de huizen verlaten. Een spookstad en niet zonder reden. Sderot ligt midden in het schootsveld van de Qassam-raketten van Hamas. Samen met cameraman Remco Bikkers en correspondente Annet Röst ben ik naar dit gebied afgereisd om verslag te doen van het zoveelste hoofdstuk in het conflict tussen Israel en Hamas.

Gazastad ligt hemelsbreed maar zo’n 8 kilometer verderop. Vanaf de zogenaamde “Horse Hills”, in betere tijden een toeristische trekpleister vanwege het magnifieke uitzicht, is de Palestijnse stad goed te zien. Maar vanavond niet. Het is aardedonker. Geen elektriciteit in Gazastad. Geen lichtjes in de verte. Plots een lichtflits en een doffe dreun. In de vallei beneden ons begint iets te bewegen. De hemel licht op door zogeheten ‘flares’. Weer een doffe klap en een lichtflits. Israelische tanks trekken op en vuren granaten af. Door de beschietingen zien we de contouren van Gazastad. Een minaret, flatgebouwen en rookpluimen.

Het ‘live’ gesprek is voorbij. De Israelische technicus geeft me weer een grijns. “Je had pech hoor.” Pardon? “Nou, sirenes en een raketbeschieting is wel spannend voor je uitzending.” Zo had ik er nog niet over nagedacht. De technicus wél. “Sorry hoor, ik ben een beetje cynisch.” Weer die grijns. “Maar wat wil als er iedere dag 10 raketten op je af worden gevuurd.”

Jelle Visser,

Sderot, Israel

5 januari 2009