Een genetische test voor borstkankerpatiënten verdeelt oncologen en het Zorginstituut tot op het bot. Het Zorginstituut heeft niet genoeg vertrouwen in de zogenoemde MammaPrint en vreest dat een beslissing gebaseerd op deze test tot extra sterfgevallen kan leiden. Het instituut wil de test daarom niet opnemen in het basispakket van de zorgverzekeraars. Oncologen en patiëntenverenigingen protesteren.

In 2013 kreeg Claudia van der Laan de diagnose borstkanker. Tijdens het navolgende behandeltraject werd haar een genetische test aangeboden, de zogeheten MammaPrint. Deze test kan bij bepaalde vormen van borstkanker aangeven hoe groot de kans is op terugkeer van de ziekte op de lange termijn.

Geen last van bijwerkingen chemokuren

Uit die test bleek dat het risico voor Claudia laag was. Ze besloot daarom om geen aanvullende chemokuren te ondergaan, iets wat wel nodig is als het risico op terugkeer groot is. Door deze beslissing kon Claudia haar gewone leven sneller weer oppakken en had ze geen last van nare bijwerkingen door extra chemokuren.

Zorginstituut vreest extra sterfgevallen

Maar niet iedereen vindt de MammaPrint veilig genoeg om er de beslissing ‘wel of niet een chemokuur’ op te baseren. Op 28 september 2018 oordeelde het Zorginstituut in een advies negatief over de Mammaprint. Het Zorginstituut is de instantie die beslist over het opnemen van behandelingen en medicijnen in het basispakket. Het instituut schrijft:

reactie

"Het toevoegen van de MammaPrint® aan de standaard risico-inschatting bij patiënten met vroeg-stadium borstkanker leidt niet aantoonbaar tot gezondheidswinst in vergelijking met de huidige manier waarop bepaald wordt of een patiënt chemotherapie nodig heeft. De uitkomsten van deze genetische test zijn te onzeker om vrouwen met borstkanker gefundeerd van chemotherapie te laten afzien. (..) Hierdoor komt deze test niet voor vergoeding uit het basispakket in aanmerking."

Met andere woorden: het Zorginstituut vreest dat een beslissing die gebaseerd is op de MammaPrint tot extra sterfgevallen kan leiden. Maar dat advies valt bij veel oncologen en patiëntenverenigingen niet in goede aarde. “Een zeer onterechte beslissing”, aldus René Bernards, vermaard onderzoeker in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, “en een buitengewoon trieste dag voor alle vrouwen met borstkanker in Nederland.”

Suggestie van belangenverstrengeling

Bernards gebruikt grote woorden, maar hij is niet alleen mede-uitvinder van de MammaPrint, hij is ook belanghebbende in het bedrijf dat deze genetische testen verhandelt. “Het blijft een lastige balans”, zegt zorgeconoom Xander Koolman. Dat ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen met commerciële partijen in zee gaan begrijpt hij goed. Ze moeten wel, om nieuwe uitvindingen snel bij de patiënt te krijgen: “Nu gebeurt het nog veel te vaak dat onderzoek niet tot een product leidt omdat het maakproces te ingewikkeld of financieel (nog) niet aantrekkelijk is. En als de markt er niet klaar voor is, is het ook weinig aantrekkelijk om een vergelijkbare test te ontwikkelen. Zo krijg je verschraling van de markt en leidt onderzoek minder snel tot producten voor de patiënt.”

Maar belangenverstrengeling ligt op de loer. Als je als onderzoeker weet dat een ontdekking mogelijk veel geld in het laatje kan brengen, voor jezelf of voor je instituut, kijk je dan nog wel objectief naar de resultaten van onderzoek en klinische studies?

'Geen financieel belang'

Oncoloog Gabe Sonke van het Antoni van Leeuwenhoek is stellig: "We hebben geen financieel belang bij de MammaPrint. Het Antoni van Leeuwenhoek staat voor vernieuwingen in de zorg. En daarvoor is ook de MammaPrint destijds ontwikkeld. Een commerciële partner is gewoon nodig om zo’n test naar de markt te krijgen." 

Inmiddels is volgens de oncoloog het belang van het Antoni van Leeuwenhoek tot een minimum verwaterd: "We hebben daar nog nooit een cent aan verdiend. En mocht dat in de toekomst alsnog gaan gebeuren, dan gaat dat geld direct weer terug naar het onderzoek.  Er is geen commercieel belang. Het belang van het Antoni van Leeuwenhoek is om de kankerzorg voor patiënten zo goed mogelijk te krijgen."

Balkenende-norm voor medische sector

Xander Koolman pleit desalniettemin voor een soort Balkenende-norm waarbij een maximum winstdeelname wordt afgesproken, die aan de betrokken onderzoeker wordt toebedeeld of de organisatie waar men voor werkt. Dit voorkomt belangenverstrengeling en houdt de onderzoekers gemotiveerd. Bovendien is het de kortste weg om nieuwe ontwikkelingen bij de patiënt te brengen.

reactie

KWF Kankerbestrijding vindt het van groot belang dat mensen die met kanker te maken krijgen, goed geïnformeerd zijn zodat ze in gesprek met hun behandelend arts bewuste keuzes kunnen maken.Iedere vorm van behandeling kent voor- en nadelen. Ook gaat iedere behandeling met individuele vragen en onzekerheden gepaard. Bij borstkanker kan technologie, zoals de MammaPrint, helpen om afwegingen op het gebied van behandeling en kwaliteit van leven bespreekbaar te maken.  Vervolgens kunnen arts en patiënt in goed overleg behandelkeuzes maken.

Het duurt vaak lang voordat innovaties uit onderzoek beschikbaar komen in de dagelijkse praktijk. Dit geldt voor geneesmiddelen, maar ook voor sommige diagnostische methoden. KWF kaart dit probleem al sinds 2014 aan bij het ministerie van VWS en andere beleidsmakers. Zie ook www.kwf.nl/over-kwf/dure_medicijnen/Pages/default.aspx

KWF roept het Zorginstituut graag op om de beoordelingsmethoden die zij hanteert, zo in te richten dat innovaties goed en zorgvuldig gewogen worden, maar ook sneller bereikbaar kunnen zijn. KWF onderschrijft het verzoek dat patiënten en artsen hebben gedaan aan de zorgverzekeraars. Zij vragen om voortzetting van de zgn. coulanceregeling. Met deze regeling kan technologie als de Mammaprint bereikbaar zijn voor alle vrouwen die dat wensen, in overleg met hun behandelend arts.