De regelgeving voor de vervuiling in compost loopt achter. Deskundigen willen meer metingen, wetgeving en normen. Dat is volgens hen hard nodig, zeker nu compost als circulaire bodemverbeteraar steeds belangrijker wordt.

In compost die is gemaakt van groente-, tuin- en fruitafval (gft) zitten stoffen die we liever niet op de bodem, in het water of in ons voedsel willen hebben.

Alleen norm voor zware metalen

"Het is een illusie dat we alles kunnen normeren, maar ik denk dat het goed is als er voor meer stoffen in compost normen komen", zegt Annemarie van Wezel, hoogleraar milieu-ecologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Afgelopen voorjaar deed EenVandaag een steekproef op 4 locaties waar gft-compost aan inwoners werd uitgedeeld in het kader van de Landelijke Compostdag. Uit onderzoek van 2 laboratoria bleek dat er in dit compost pesticiden, PFAS en zware metalen zaten. Alleen voor zware metalen is er op dit moment een wettelijke norm vastgesteld.

Bekijk ook

Permanent in contact met gif

"We leven in een deken van gif. We zijn dagelijks in permanent contact met dat gif en jullie studie reflecteert dat heel goed", vertelt Violette Geissen. Zij is als hoogleraar bodemfysica en landbeheer verbonden aan Wageningen University & Research (WUR) en doet veel onderzoek naar de gevolgen van giftige stoffen voor het bodemleven.

"Wat jullie in compost vinden, geeft het beeld zoals het in het milieu is", legt de expert uit. "Je vindt het in de lucht, in het eten en in het water. Het is eigenlijk de spiegel van de omgeving en die is vervuild."

'Overheid moet ingrijpen'

Geissen benadrukt dat compost heel goed is voor de opslag van CO2 en het minder uitstoten van stikstof. De keerzijde is dat er door het gebruik van het gft-compost ook de giftige stoffen in het milieu terechtkomen. Ze berekende dat als er elk jaar grotere hoeveelheden van het onderzochte gft-compost op het land worden gebruikt, dit zorgt voor aanzienlijke vervuiling.

Om deze vervuiling zoveel mogelijk tegen te gaan moet de overheid ingrijpen, vindt de hoogleraar. "De wetgever moet de bronnen van die giftige stoffen reduceren. Dat is niet de verantwoordelijkheid van de consument die de compost gebruikt."

Bekijk ook

Moeten de toelatingseisen strenger?

Van Wezel sluit zich daarbij aan. De hoogleraar milieu-ecologie is lid van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). "Het beste is om aan het begin van de levenscyclus van de stoffen in te grijpen. Dus in de wetgeving, de toepassing en het ontwerp van stoffen."

Niet alleen regels en normen kunnen helpen om de kwaliteit van compost te verbeteren, maar ook de toelatingseisen van bestrijdingsmiddelen moeten mogelijk strenger. Bestrijdingsmiddelen moeten dan eerder oplossen, zodat die volledig na compostering zijn verdwenen. In de modellen is volgens haar nog niet meegenomen dat in een volledig circulaire economie alles voortdurend wordt hergebruikt. "Dus dat zou wellicht aan te bevelen zijn om dat te gaan doen."

'We hebben het niet onder controle'

Het is deskundigen er niet om te doen om compost in een kwaad daglicht te stellen, benadrukken ze. "Het is sowieso goed om gft-afval te scheiden in plaats van dat het verbrand wordt met het restafval", zegt emeritus hoogleraar toxicologie Jacob de Boer. Maar het moet wel beter.

Dat er geen zicht is op vervuiling van gft-compost is De Boer een doorn in het oog. "Er wordt veel te weinig gemeten. Men gaat er óf vanuit dat het goed is, óf er wordt een modelletje gebruikt. Het bekende credo 'meten is weten' hebben we door bezuinigingen overboord gezet. Men had zoiets van: dat hoeft allemaal niet meer, we hebben het wel onder controle. Maar dat is echt niet het geval."

Bekijk hier de reportage.

Bekijk ook