Het lijkt me heel interessant om op dit moment in het centrum van de campagne van John McCain te zitten. Als waarnemer dan, want op dit moment is het verre van aangenaam om verantwoordelijk te zijn voor de campagne. Er werkt namelijk nogal wat tegen.   McCain is de afgelopen twee debatten niet in staat geweest om een inhoudelijke klapper te maken danwel issues naar voren te schuiven die hem de ideale president maken. Wat mij betreft waren beide kandidatendebatten een gelijkspel, zeker inhoudelijk (ze waren beide namelijk nogal inhoudsarm) en waar Barack Obama punten verspeelde door toch een wat afstandelijke houding, verloor McCain weer punten door te weigeren zijn tegenstander aan te kijken (eerste debat) en door zijn getergde gemoed niet genoeg in bedwang te kunnen houden (tweede debat: “That one”). En het is heel makkelijk gezegd dat geen winst voor McCain een verlies is, maar helaas is dat voor wat betreft die twee debatten wel waar.

En dan werkt die roteconomie nog eens tegen. Wat heb je aan je gelijk in Irak als heel Amerika zich zorgen maakt over de economie, in het bijzonder over zijn hypotheek en over zijn baan en over zijn spaargeld. McCain ondernam nog wel een poging om het initiatief weer naar zich toe te trekken met een nieuw plan om alle slechte hypotheken op te kopen (kosten: 300 miljard dollar, op te hoesten door de belastingbetaler). Maar dat is precies de big government waar McCain de plannen van Obama voor gezondheidszorg op afschoot.

Tsja, wat dan? Daar zullen ze in kamp-McCain op dit moment hard over nadenken. Niets lijkt effect te hebben. Zelfs de persoonlijke aanval op Obama (“bevriend met terroristen”) lijkt op dit moment nog af te glijden van de bijna teflon-achtige kandidaat Obama. Want de Amerikanen hebben alleen oog voor de economie. Bovendien slaat Obama harder terug dan welke Democraat de afgelopen tien jaar dan ook. Het Keating 5-schandaal is weliswaar oud, maar straalt nog steeds niet positief af op McCain. Een aanval op Obama met de pijlen gericht op dominee Jeremiah Wright zal waarschijnlijk ook afketsen, al was het alleen maar omdat McCain ook steun heeft gekregen van omstreden dominees en de dominee van Sarah Palin aan heksenuitdrijving doet. Die discussie willen ze niet.

Een laatste poging is Obama ervan te beschuldigen dat hij de smerigste campagne ooit voert, maar de Amerikanen vinden dat een “de pot verwijt de ketel”-argument, zeker als je in ogenschouw neemt dat McCain veel meer negatieve spotjes met ridicule verwijten en beschuldigingen de ether in slingert dan Obama (die zich beperkt tot het bekende uit de context citeren van zijn tegenstander, een strategie met een rijke historische traditie).

Voor twee kandidaten die aan het begin van de campagne beloofden een beschaafde campagne te willen voeren is het natuurlijk een beschamende ontwikkeling, zeker als ze elkaar de schuld geven van het negatief gaan. Maar een verrassing is het niet. In alle voorgaande campagnes van minimaal de afgelopen vijftig jaar (met een mogelijke uitzondering van die van Ronald Reagan, die de kiezer in ieder geval weer een goed gevoel gaf over zichzelf en het land) stond een negatieve strategie centraal. Dus Obama en McCain voeren een traditionele campagne.

Een campagne waarin McCain steeds driftiger op zoek is naar een instrument om de voorsprong van Obama in de peilingen teniet te doen. Het enige wat hij nog niet heeft geprobeerd is openlijk de rassenkaart spelen. Dat is denk ik een gok die hij niet zal willen nemen. Maar er zijn nog ruim drie weken te gaan. Alles kan.

Historicus Marc van Gestel schrijft sinds 2003 elke werkdag aan zijn weblog over de Amerikaanse presidentsverkiezingen vol: www.amerikalog.com