De reislust van de Tweede Kamer kent geen grenzen. Het reisbudget echter wel en daarom is er regelmatig gesteggel over buitenlandse werkbezoeken. Zo ook in het afgelopen jaar.

In oktober maakte de commissie Buitenlandse Zaken een reis naar Indonesië. Aanvankelijk wilde de commissie, waar ik deel van uitmaak, ook de Molukken bezoeken. Dat kon niet, want het budget was niet toereikend. Ik heb daarop voorgesteld om de delegatie te verkleinen.

Waarom moeten CDA en PvdA met meerdere leden reizen, terwijl andere fracties gewoon met één Kamerlid op pad gaan. Het CDA heeft zelfs drie leden per delegatie omdat de voorzitter van de buitenlandcommissie (ook CDA) boventallig meegaat. Mijn voorstel om niet met 11 maar met zeven mensen op pad te gaan werd overgenomen. Dat scheelde een hoop geld. Desondanks konden we de Molukken niet bezoeken omdat Indonesische vliegmaatschappijen op een zwarte lijst staan.

Onlangs besprak de commissie Buitenlandse Zaken de bestemmingen voor de komende twee jaar. Daaraan voorafgaand spraken we over de algemene uitgangspunten van het reisbeleid. Ik heb voorgesteld in de toekomst per definitie met kleinere delegaties te reizen. En wat mij betreft hoeft de voorzitter ook niet boventallig mee op pad maar gewoon als lid van het CDA. Het eerste voorstel, minder leden in de delegatie, is overgenomen. Over de boventalligheid van de voorzitter wordt in het dagelijks bestuur van de Kamer verder gesproken.

Naast de omvang van de delegatie zouden we ook kritischer moeten kijken naar de bestemmingen. De gedachte moet niet zijn ‘er is een budget dus een bestemming is zo gevonden’. De vraag moet zijn of we er écht iets kunnen opsteken en of we die kennis niet op een andere manier kunnen opdoen. In sommige landen heeft de Kamer weinig te zoeken. Ik heb dan ook geweigerd om deel te nemen aan een reis naar Saudi-Arabië. Dat land is geen democratie en het parlement is een schertsvertoning Daar laat je je dus niet door uitnodigen.

Ook andere commissie mogen wel wat kritischer zijn met het kiezen van reisbestemmingen. Eerder zei fractiegenoot Emile Roemer nee tegen een reisje naar Japan door de commissie Verkeer en Waterstaat die daar het openbaar vervoer wilde gaan bekijken. Jan de Wit weigerde een reisje van de commissie Justitie naar New York en Ronald van Raak voelde niets voor een bestudering van het lokale bestuur in de Scandinavische landen.De regering heeft met steun van de Tweede Kamer de ministeries forse bezuinigingen opgelegd. De Kamer moet dan ook kritisch kijken naar de eigen uitgaven. Het is en blijft gemeenschapsgeld waar we het over hebben.Harry van BommelTweede Kamerlid SP