Op1, Jinek, Beau en M zijn slechts een greep uit het Nederlandse talkshowlandschap. Dagelijks kan de kijker kiezen uit een breed scala aan praatprogramma's. "We zijn ook een stuk diverser en controversiëler dan onze buurlanden."

Volgens historicus en talkshowstamgast Herman Pleij hebben wij in Nederland de meeste talkshows van allemaal. In Op1 betoogde hij: "Het poldermodel is kenmerkend voor Nederland. Heel veel mensen, hebben heel veel meningen, over heel veel onderwerpen. En willen dat luidruchtig naar buiten brengen. Er is geen land dat relatief zoveel praatshows heeft als Nederland. Maar uiteindelijk sluiten ze een compromis en drinken ze een biertje met elkaar."

Trots

Mediahistoricus Huub Wijfjes, schrijver van het boek De Journalistieke Cultuur in Nederland, herkent het unieke beeld dat Pleij schetst. "We hebben van oudsher een uitgesproken cultuur van meningsverschillen," legt Wijfjes uit, "Dat type talkshow is kenmerkend voor de Nederlandse cultuur. Dat zal waarschijnlijk komen door onze verzuilde geschiedenis. Door een diverse publieke omroep, laten we verschillende kanten zien. We mogen best trotser zijn op onze talkshow dan we nu zijn."

De mediahistoricus vergelijkt het Nederlandse omroepbestel met de buurlanden. "De Britse BBC is heel anders ingericht," vertelt Wijfjes. "Zij moeten zich veel neutraler opstellen. Daarom schuwen zij vaker dan eens de controversiële onderwerpen, waar wij dat niet doen."

Eén onderwerp per uur

"Duitse praatprogramma's nemen de tijd voor bepaalde onderwerpen," gaat Wijfjes verder. "Talkshows kunnen best één uur lang, één onderwerp bediscussiëren. Wat dat betreft ligt Nederland een beetje tussen Engeland en Duitsland in."

Volgens Jeanine de Bruin, wetenschapscommunicatie-expert bij Hakuna Matata, ondergaat de Nederlandse talkshow de laatste jaren een mooie verandering. "Er is meer ruimte voor de context van wetenschapsjournalistiek," vertelt ze enthousiast, "Vooral de coronacrisis is interessant. We zitten middenin de ontwikkeling van bijvoorbeeld nieuwe vaccins, nu neem je mensen echt mee in dat proces. Heel vaak komen onderzoekers pas in talkshows als alles af is. Nu is het wat rommeliger, maar dat is wetenschap ook."

Het draait om de kijkcijfers

Waar het talkshows nog vaak om draait, zijn de kijkcijfers. Sjoerd Pennekamp, directeur van Stichting KijkOnderzoek, heeft ook een interessante ontwikkeling opgemerkt de afgelopen maanden. "In tijden van corona hebben mensen meer behoefte aan informatie én entertainment," vertelt Pennekamp. "Die combinatie weten talkshows goed te brengen. Zo zijn ze ook al jaren een vast onderdeel binnen de publieke omroep."

De SKO-directeur is er overigens niet zeker van of Nederland relatief ook de meeste praatprogramma's heeft. "In andere Europese landen is informatievoorziening ook een belangrijk onderdeel van het televisieaanbod. Een commerciële zender die zichzelf serieus neemt, biedt ook een talkshow aan. Het is een 80/20 regel. De tien grote zenders, nemen over het algemeen 80 procent van de kijktijd in beslag. Dus ik denk niet dat er veel verschil bestaat tussen landen."