radio LIVE tv LIVE
meer NPO start

Coalitie terughoudend over verder verhogen defensiebudget, 'maar met NAVO-norm van 2 procent redden we het niet'

Coalitie terughoudend over verder verhogen defensiebudget, 'maar met NAVO-norm van 2 procent redden we het niet'
Minister Ruben Brekelmans (VVD) bij de presentatie van de nieuwe Defensienota
Bron: ANP

De wereld wordt onveiliger en dus moeten de defensie-uitgaven nog verder omhoog, zeggen deskundigen. Net nu ons budget voldoet aan de NAVO-norm van 2 procent, barst de discussie weer los: "Een geloofwaardige afschrikking ga je zo gewoon niet redden."

Hoewel het ons land jaren kostte om te komen tot een defensiebegroting van 2 procent van het bruto binnenlands product, is die norm nu al achterhaald, zegt Frans Osinga. Hij was F16-vlieger en luchtmachtgeneraal, en is tegenwoordig hoogleraar War Studies aan de Universiteit Leiden.

Geloofwaardige afschrikking

Nederland geeft nu jaarlijks ruim 21 miljard euro uit aan Defensie, maar dat is niet voldoende, zegt Osinga. "Die twee procent is gebaseerd op de situatie in 2014, toen Rusland de Krim innam en de NAVO besloot zich weer te gaan focussen op artikel 5 van het NAVO-verdrag. Die gaat over de collectieve verdediging van het bondgenootschap."

"De NAVO is toen gaan werken aan een nieuwe afschrikkingsstrategie", legt de oud-generaal uit. "De vorige was niet geloofwaardig meer. Die beloofde namelijk Rusland een afstraffing te geven, mocht dat land agressief worden."

Bekijk ook

VS willen niet meer voor de kosten opdraaien

De strategie uit 2014 is achterhaald, denkt Osinga. "In de praktijk zouden we de Russen niet tegen kunnen houden, mochten ze bijvoorbeeld de Baltische staten binnenvallen. Dat vinden ze daar, maar ook bijvoorbeeld in Polen, geen geruststellende gedachte."

De nieuw herkozen Amerikaanse president Donald Trump heeft in zijn verkiezingscampagne al aangegeven dat hij verwacht dat zijn NAVO-bondgenoten hun bijdrage ophogen naar 3 procent van hun economie. De VS willen niet langer voor alle kosten opdraaien. Osinga: "We zijn sinds de jaren negentig verslaafd aan de Amerikaanse militaire bijdrage. Dat kan niet meer."

Niet vastpinnen op 3 procent

Er is een hoop nodig om de afschrikking weer op niveau te brengen, zegt Osinga. "Je hebt meer F-35-straaljagers nodig, langeafstandsraketten, raket- en luchtverdediging, veel meer troepen en veel meer munitie. En je moet je inzet kunnen voortzetten, zodat Rusland niet de indruk krijgt dat het een slijtageslag kan winnen. Alles bij elkaar opgeteld, red je het niet met 2 procent. Vandaar dat de Polen intussen naar 4 procent gaan, en de Baltische staten naar 3,5 procent."

De Tweede Kamer besloot onlangs om de Nederlandse NAVO-bijdrage in de wet vast te leggen: 2 procent is de minimumbijdrage. Nu is de vraag of Nederland het verzoek van Trump opvolgt en naar 3 procent gaat. Binnen de coalitie wil geen enkele partij zich daar al over uitspreken.

Bekijk ook

Eerst bij de NAVO overleggen

De VVD wil het debat in Europa afwachten, zegt Kamerlid Christianne van der Wal. "Ik ga me niet vastpinnen op percentages. Waar het om gaat is dat we doen wat nodig is om ons land veilig te houden. Trump is vanaf januari de grote baas, dus kan hij een grotere bijdrage vragen. We gaan het er eerst in de NAVO over hebben, dan in Europa, en dan hier."

Ook NSC-kamerlid Olger van Dijk wil niet van percentages spreken. "Die 2 procent is een absolute ondergrens. Het is heel positief dat Nederland, maar ook andere lidstaten, die grens niet alleen in zicht krijgen, maar er ook overheen gaan. De komende maanden en jaren moeten we het gesprek voeren over wat er nodig is, en dan kan het goed zijn dat dat meer is dan dat we nu uitgeven."

CDA: verhoging is onvermijdelijk

Het CDA denkt dat een verhoging van de uitgaven naar 3 procent van het bbp onvermijdelijk is. "Jarenlang hebben we geteerd op het budget van de Amerikanen," zegt Kamerlid Derk Boswijk van die partij. "Die hebben ook capaciteiten die wij als Europese landen niet hebben. Als de Russen nu binnenvallen, zijn we zonder Amerikaanse hulp na een paar dagen klaar."

"We moeten inventariseren welke capaciteiten we zelf moeten gaan optuigen. Dan kom je tot de conclusie dat er meer euro's bij moeten", vervolgt Boswijk. "Ik hoop dat we bij de NAVO-top volgend jaar met een concreet plan komen. En dan zul je uiteindelijk op die 3 procent uitkomen, ja."

Moet de NAVO-norm voor defensie verder omhoog naar 3 procent?

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

ASML investeert heel veel in wetenschappelijk onderzoek, maar daar hangt ook risico aan: 'Niet in eentje de kar trekken'

ASML investeert heel veel in wetenschappelijk onderzoek, maar daar hangt ook risico aan: 'Niet in eentje de kar trekken'
ASML investeert veel in wetenschap en innovatie
Bron: ANP

Dat ASML een belangrijk bedrijf voor Nederland is, is algemeen bekend. Op het gebied van werkgelegenheid, maar zeker ook op het gebied van innovatie. Van alle Nederlandse bedrijven investeren ze het meeste in wetenschappelijk onderzoek.

Executive vice president technology van ASML, Jos Benschop, vertelt dat het bedrijf al jaren 15 procent van hun omzet uitgeeft aan 'research & development' (R&D). Doordat hun omzet is gegroeid, is daarmee ook hun uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek flink gegroeid. Het bedrijf gaf hier in 2023 2,8 miljard aan uit.

'Is onze rol te groot?'

Met deze uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek is ASML met afstand de grootste private investeerder in wetenschappelijk onderzoek.

Nummer 2, Philips, geeft 'slechts' 700 miljoen uit aan onderzoek. Dat is vier keer minder dan ASML. Nu vraagt ASML zich af: is onze rol in wetenschappelijk onderzoek niet te groot?

Zorgelijke ontwikkeling

Onderzoeker bij TNO Marcel De Heide vindt het een zorgelijke ontwikkeling dat ASML er zo bovenuit stijgt. Hij ziet een steeds grotere concentratie van uitgaven aan R&D bij steeds minder bedrijven.

"De top 3 wordt steeds belangrijker, maar het is belangrijk om een bredere basis te hebben. Wij maken wel eens het grapje dat je niet alleen een A-SML, maar ook een B-SML, C-SML en D- SML nodig hebt in Nederland", zegt hij.

Bekijk ook

Van 300 naar 14.000 mensen

Maar dat ASML zoveel uitgeeft aan onderzoek noemt Benschop juist logisch aangezien het bedrijf in een sector zit waar de ontwikkelingen steeds sneller gaan, en je alleen bij kan blijven door te investeren in kennis.

Die urgentie zie je ook terug in het bedrijf zelf, vertelt hij. "Toen ik 28 jaar geleden begon, waren er 300 mensen bezig met R&D, vandaag de dag zijn dat er 14.000."

Nederland, kennisland

ASML geeft nu 70 procent van hun uitgaven aan R&D uit in Nederland. De reden: "We willen met de beste samenwerken", zegt Benschop. "En dat is nu gelukkig voor een groot deel in Nederland."

"Het is daarom heel belangrijk dat we blijven investeren in onze kennisbasis. De academische wereld en bezuinigingen daarop zouden op de lange termijn weleens tegen Nederland kunnen werken", vertelt Benschop.

Bekijk ook

Concurrentievermogen neemt af

De Heide kan zich hier ergens wel in vinden. "Het is natuurlijk geweldig dat we die grote spelers hebben in Nederland", zegt hij. "Maar", voegt hij toe, "die basis in Nederland van die uitgaven is heel erg smal."

"Stel dat het misgaat bij dat bedrijf zelf of in die sector en die R&D uitgaven zouden wegvallen bij de grote bedrijven, dan nemen die uitgaven ineens schrikbarend af." En dat zou betekenen dat het concurrentievermogen uiteindelijk afneemt, legt De Heide uit.

Innovatiekracht

Volgens hem verliezen we dan ons vermogen om die nieuwe en slimme producten te produceren waarmee Nederland in de toekomst geld moeten gaan verdienen. Daarom is het belangrijk dat die basis zo veel mogelijk wordt verbreed, weet de onderzoeker.

Benschop deelt deze zorgen over de toekomst. "Ik denk dat het voor Nederland heel belangrijk is dat er een gezond ecosysteem is met grote en kleine spelers die allemaal investeren in onze onderzoeken en innovatie."

Bekijk ook

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Van Schiedam naar Damascus: Shadi keert na 12 jaar terug naar zijn geboorteland

Van Schiedam naar Damascus: Shadi keert na 12 jaar terug naar zijn geboorteland
Shadi (links) met zijn oud-buurman in Damascus
Bron: EenVandaag

Shadi Karazi vluchtte in 2013 uit Syrië voor de verwoestende burgeroorlog. Hij woont al 9 jaar in Nederland en gaat nu voor het eerst terug naar zijn familiehuis in de Syrische hoofdstad Damascus. "Slechter dan onder Assad kan het nooit meer worden."

Shadi vluchtte uit Harasta, een buitenwijk van de hoofdstad Damascus die na jaren van belegering en bombardementen vrijwel verwoest is. Hij verbleef eerst in een aantal andere landen voordat hij terechtkwam in Schiedam. Daar werkt hij nu al bijna 5 jaar bij woningcorporatie Maasdelta Groep in Spijkenisse.

'Had gehoopt op meer mooie momenten'

De moeder van Shadi bleef in Syrië en overleed in 2015. Zowel hij als zijn broer konden niet bij de begrafenis zijn. "Toen hadden we nog geen verblijfsvergunning, dus we mochten niet reizen", legt hij uit.

Het blijft tot op de dag van vandaag een moeilijke herinnering voor hem. "Dat blijft in mijn hart, ze is daar in haar eentje overleden. Ik had gehoopt nog meer mooie momenten met haar te hebben."

Bekijk ook

Besef

"Ik voelde me ook niet goed als ik bijvoorbeeld succes had in Nederland", gaat Shadi verder over het verlies van zijn moeder. "Ik miste iemand om het aan te vertellen, mijn moeder."

Hij bleef hopen op een hereniging met haar. Maar toen hij tijdens zijn bezoek aan Damascus haar graf zag, voelde het alsof er een zware steen van zijn borst werd getild. De waarheid van haar overlijden kwam toen eindelijk binnen, vertelt hij.

'Zoiets kan nooit meer gebeuren'

De laatste weken is veel meer naar buiten gekomen over het leed van de Syrische bevolking onder Assad en tijdens de lange burgeroorlog. Hele wijken zijn vernietigd door bombardementen en tienduizenden mensen gevangengenomen. Velen van hen hebben dat niet overleefd.

De val van het regime en het einde van de burgeroorlog was een feest voor de bevolking. Maar volgens Shadi heeft het land nu veel tijd nodig om alles opnieuw op te bouwen. "Maar de situatie kan nooit slechter dan de tijden van Assad, zoiets kan nooit meer gebeuren."

Bekijk ook

'Ik vind hem een held'

Tijdens zijn bezoek aan zijn geboorteland kwam Shadi ook nog anderen tegen, zoals zijn buurman, die hij meteen in de armen sloeg. "Ik vind hem een held, want hij is ook tijdens het beleg van 6 jaar daar gebleven", vertelt hij.

Shadi's buurman heeft 2 jaar lang opgesloten gezeten en zag hoe zijn 14-jarige dochter om het leven kwam door een raketaanval. "Maar tot nu toe is hij nog steeds daar, daarom zie ik hem echt als een held. Ik leer van zo'n persoon."

Connecties uit het verleden

Ook kwam Shadi vrienden uit zijn kinder- en schooltijd tegen. Ze waren enorm blij om elkaar weer te zien. "Gelukkig heb ik er een paar gevonden", lacht hij.

"Ik ben ook op bezoek geweest bij de moeders van mijn vrienden die nog niet naar Syrië konden komen." Op die manier vond hij toch nog connecties uit het verleden.

Bekijk ook

Betalen voor hotel in geboorteland

Wat voor Shadi het raarst was tijdens zijn bezoek aan zijn geboorteland, is dat hij in een hotel moest slapen. Hij had geen woning of andere plek om te slapen, het huis van zijn moeder was al leeggemaakt zodat mensen tijdens het beleg meubels konden verbranden voor warmte.

"Ik stond met veel emoties bij de receptie", vertelt hij. "Ik ben hier geboren en getogen, maar ik moest een kamer in een hotel vinden. Dat vind ik echt niet normaal."

Veilig in Nederland

Voor Shadi was het ondanks alles niet moeilijk om na zijn bezoek terug naar Nederland te gaan. "Alles is nu vreemd daar, alles is veranderd."

Shadi heeft nu een gezin in Nederland, zijn jongste dochter is hier geboren. "We hebben hier veiligheid gekregen", gaat hij verder. "Ik houd van Syrië en ik heb zin om daar te leven, maar dat kan je niet binnen een paar dagen beslissen." Hij wil wel weer snel op bezoek. "Want mijn kleine dochtertje is ook blij dat ze haar oma en opa, de ouders van mijn vrouw, kan ontmoeten."

Shadi uit Syrië keert na 12 jaar terug naar zijn geboorteland: 'Alles is veranderd'

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Ook interessant