Het Italiaanse eilandje Lampedusa wordt al jaren overstroomd door bootvluchtelingen uit Syrië en Libië en Egypte. Veel mensen wagen de levensgevaarlijke overtocht in krakkemikkige bootjes, maar overleven het niet.

Het dieptepunt was een jaar geleden toen er meer dan 300 bootvluchtelingen voor de kust van Lampedusa verdronken. Dat was de aanleiding voor Italië om de reddingsoperatie Mare Nostrum te starten. Er werd een vloot van vijf marineschepen, vliegtuigen en drones ingezet om vluchtelingen uit zee op te vissen. Tot nu toe hebben de reddingswerkers van de vloot meer dan 90.000 mensen gered. Kosten: ruim 9 miljoen euro per maand. Betaald door de Italiaanse regering.

Frontex gaat alleen rond kusten surveilleren

De operatie is nu na een jaar alweer gestopt. Het geld is op en Italië vindt dat Europa aan de beurt is. Frontex, het zogenaamde Triton project, zal het opsporen en redden van bootvluchtelingen overnemen. Onduidelijk is nog of Mare Nostrum een doorstart gaat maken. Frontex is een grensbewakingsorganisatie en zal in tegenstelling tot de Mare Nostrumvloot vooral rond de kustlijn blijven.

Het budget voor de reddingsoperatie is tot een derde teruggebracht. De vraag rijst dan ook: is deze nieuwe operatie, betaald door de EU, wel geschikt voor deze taak? Intussen komen er nog steeds meer dan 500 vluchtelingen per dag binnen op het eilandje Lampedusa en hun aantal groeit met de week.

In EenVandaag vertelt Tineke Strik over de problematiek. Strik is Eerste Kamerlid namens GroenLinks en lid van de Raad van Europa. Zij is jaren betrokken bij de vluchtelingenproblematiek.