radio LIVE tv LIVE
meer NPO start

Alleen hoogrisicogroep in Amsterdam vaccineren tegen apenpokken is volgens SoaAids Nederland niet genoeg

Alleen hoogrisicogroep in Amsterdam vaccineren tegen apenpokken is volgens SoaAids Nederland niet genoeg
In Zuid-Korea worden zorgmedewerkers gevaccineerd tegen apenpokken. In Nederland bestaat de hoogrisicogroep voorlopig uit alleen mannen en transgender personen.
Bron: ANP

Het kabinet heeft besloten de hoogrisicogroepen te laten vaccineren tegen het apenpokken virus. Maar die groep is nog niet helemaal in kaart, zegt SoaAids Nederland. "Heel goed dat ze beginnen, maar er is al veel verspreiding door heel het land."

"De GGD's hebben met corona we laten zien wat ze kunnen", vertelt Hanna Bos van SoaAids Nederland. Ze benadrukt dat een goed vaccinatieprogramma voor het apenpokkenvirus prima mogelijk is, als er maar prioriteit aan wordt gegeven. "De GGD kan veel zolang er bestuurlijk draagvlak is."

Ook buiten Amsterdam

Dat draagvlak is nodig om de vaccinatiecampagne nog verder uit te rollen buiten Amsterdam, vindt Bos. "Laat me duidelijk zijn: we zijn heel blij dat er besloten is om te gaan vaccineren. Dat is op dit moment de logische keuze en het is zeker in de lijn van verwachting dat het gaat helpen om de verspreiding tegen te gaan."

Maar daarbij ziet ze dat het aandeel van de besmettingen buiten Amsterdam toeneemt. "Er is al veel verspreiding door heel het land, en dat wil je zo snel mogelijk indammen. Het zal nodig zijn om het snel toegankelijker te maken voor mensen."

Meer dan 32.000

Op dit moment zijn er 32.000 mannen in kaart die behoren tot de hoogrisicogroep, maar volgens Bos moeten we rekening houden met een scenario dat het niet alles is. "Deze mannen zijn bekend omdat ze de hiv-preventiepil PREP slikken", legt ze uit.

"Maar die pil komt uit een pilot, waarbij er ook veel mensen nog op de wachtlijst staan. Daarbij krijgen sommige mannen de pil via hun huisarts, via een GGD-poli of kopen ze het gewoon. Deze behoren ook tot de hoogrisicogroep."

Veel vaccins

Er zijn in Nederland zo'n 100.000 vaccins, waarmee 50.000 mensen volledig te vaccineren zijn. Volgens Bos is het belangrijk dat het voor die groep snel makkelijk wordt gemaakt om het vaccin te krijgen, want je bent pas 10 weken na de eerste prik beschermd tegen apenpokken.

"Ten opzichte van andere landen heeft Nederland heel veel vaccins, al zijn er misschien nog meer nodig", zegt Bos. "Maar alle landen met een uitbraak snakken naar meer vaccinaties. We moeten kijken wat mogelijk is, en daar gaan wij verder niet over."

Iedereen kan vaccineren

Bos benadrukt daarbij dat in Nederland de betreffende risicogroep naar verwachting zeer bereid om zich te laten vaccineren."Daarmee beschermen ze niet alleen zichzelf, maar ook de rest van de samenleving", vertelt Bos.

"Het virus wordt overgegeven door intiem contact. Dat betekent niet alleen seks, want ook knuffelcontact. Samen in een bed liggen is ook al een risico op overdragen. Daardoor kan het gebeuren dat ook laagrisicogroepen het virus krijgen."

Stigmatiserende term

Dat is ook een van de redenen dat SoaAids Nederland hoopt dat de beledigende term 'homovirus' verdwijnt. "Wij vinden dat een vervelende en slechte toon. Een virus maakt geen onderscheid. Het is toevallig dat het in de groep zit van mannen die seks hebben met mannen. Maar het virus heeft geen ogen, die maakt het niks uit.

"Ook aan de naam 'apenpokken' zit een nare associatie naar Afrika. Een groep wetenschappers heeft opgeroepen om die naam te veranderen. Ik denk dat het belangrijk is dat wij een neutrale naam gaan geven aan dit virus."

Bekijk hier het fragment uit onze uitzending

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Van Schiedam naar Damascus: Shadi keert na 12 jaar terug naar zijn geboorteland

Van Schiedam naar Damascus: Shadi keert na 12 jaar terug naar zijn geboorteland
Shadi (links) met zijn oud-buurman in Damascus
Bron: EenVandaag

Shadi Karazi vluchtte in 2013 uit Syrië voor de verwoestende burgeroorlog. Hij woont al 9 jaar in Nederland en gaat nu voor het eerst terug naar zijn familiehuis in de Syrische hoofdstad Damascus. "Slechter dan onder Assad kan het nooit meer worden."

Shadi vluchtte uit Harasta, een buitenwijk van de hoofdstad Damascus die na jaren van belegering en bombardementen vrijwel verwoest is. Hij verbleef eerst in een aantal andere landen voordat hij terechtkwam in Schiedam. Daar werkt hij nu al bijna 5 jaar bij woningcorporatie Maasdelta Groep in Spijkenisse.

'Had gehoopt op meer mooie momenten'

De moeder van Shadi bleef in Syrië en overleed in 2015. Zowel hij als zijn broer konden niet bij de begrafenis zijn. "Toen hadden we nog geen verblijfsvergunning, dus we mochten niet reizen", legt hij uit.

Het blijft tot op de dag van vandaag een moeilijke herinnering voor hem. "Dat blijft in mijn hart, ze is daar in haar eentje overleden. Ik had gehoopt nog meer mooie momenten met haar te hebben."

Bekijk ook

Besef

"Ik voelde me ook niet goed als ik bijvoorbeeld succes had in Nederland", gaat Shadi verder over het verlies van zijn moeder. "Ik miste iemand om het aan te vertellen, mijn moeder."

Hij bleef hopen op een hereniging met haar. Maar toen hij tijdens zijn bezoek aan Damascus haar graf zag, voelde het alsof er een zware steen van zijn borst werd getild. De waarheid van haar overlijden kwam toen eindelijk binnen, vertelt hij.

'Zoiets kan nooit meer gebeuren'

De laatste weken is veel meer naar buiten gekomen over het leed van de Syrische bevolking onder Assad en tijdens de lange burgeroorlog. Hele wijken zijn vernietigd door bombardementen en tienduizenden mensen gevangengenomen. Velen van hen hebben dat niet overleefd.

De val van het regime en het einde van de burgeroorlog was een feest voor de bevolking. Maar volgens Shadi heeft het land nu veel tijd nodig om alles opnieuw op te bouwen. "Maar de situatie kan nooit slechter dan de tijden van Assad, zoiets kan nooit meer gebeuren."

Bekijk ook

'Ik vind hem een held'

Tijdens zijn bezoek aan zijn geboorteland kwam Shadi ook nog anderen tegen, zoals zijn buurman, die hij meteen in de armen sloeg. "Ik vind hem een held, want hij is ook tijdens het beleg van 6 jaar daar gebleven", vertelt hij.

Shadi's buurman heeft 2 jaar lang opgesloten gezeten en zag hoe zijn 14-jarige dochter om het leven kwam door een raketaanval. "Maar tot nu toe is hij nog steeds daar, daarom zie ik hem echt als een held. Ik leer van zo'n persoon."

Connecties uit het verleden

Ook kwam Shadi vrienden uit zijn kinder- en schooltijd tegen. Ze waren enorm blij om elkaar weer te zien. "Gelukkig heb ik er een paar gevonden", lacht hij.

"Ik ben ook op bezoek geweest bij de moeders van mijn vrienden die nog niet naar Syrië konden komen." Op die manier vond hij toch nog connecties uit het verleden.

Bekijk ook

Betalen voor hotel in geboorteland

Wat voor Shadi het raarst was tijdens zijn bezoek aan zijn geboorteland, is dat hij in een hotel moest slapen. Hij had geen woning of andere plek om te slapen, het huis van zijn moeder was al leeggemaakt zodat mensen tijdens het beleg meubels konden verbranden voor warmte.

"Ik stond met veel emoties bij de receptie", vertelt hij. "Ik ben hier geboren en getogen, maar ik moest een kamer in een hotel vinden. Dat vind ik echt niet normaal."

Veilig in Nederland

Voor Shadi was het ondanks alles niet moeilijk om na zijn bezoek terug naar Nederland te gaan. "Alles is nu vreemd daar, alles is veranderd."

Shadi heeft nu een gezin in Nederland, zijn jongste dochter is hier geboren. "We hebben hier veiligheid gekregen", gaat hij verder. "Ik houd van Syrië en ik heb zin om daar te leven, maar dat kan je niet binnen een paar dagen beslissen." Hij wil wel weer snel op bezoek. "Want mijn kleine dochtertje is ook blij dat ze haar oma en opa, de ouders van mijn vrouw, kan ontmoeten."

Shadi uit Syrië keert na 12 jaar terug naar zijn geboorteland: 'Alles is veranderd'

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Poeptransplantatie om van darmziekte af te komen? Rinneke deed mee aan onderzoek: 'Is niets vies aan'

Poeptransplantatie om van darmziekte af te komen? Rinneke deed mee aan onderzoek: 'Is niets vies aan'
Rinneke onderging een poeptransplantatie om van haar darmziekte af te komen
Bron: EenVandaag

Het klinkt vies: een poeptransplantatie, waarbij je andermans uitwerpselen krijgt toegediend om je ziekte te verhelpen. Toch heeft het veel potentie, denkt Rinneke. Zij lijkt van haar ziekte af. "Kan weer wandelen zonder de bosjes in te hoeven."

Rinneke Kamminga heeft colitis ulcerosa, een chronische ontstekingsziekte van de darm. "Ik heb heel veel moeite om mijn ontlasting op te houden. Als ik aandrang krijg moet ik eigenlijk al op de wc zitten", vertelt ze. Op slechte dagen moet ze meer dan tien keer per dag naar het toilet en ervaart ze allerlei pijnen. Het beheerst haar hele leven.

Fecestransplantatie

Maar er gloort ook hoop, want Rinneke is proefpersoon voor wetenschappelijk onderzoek naar een nieuwe behandelmethode die goed lijkt te werken. Haar ontstekingswaarden zijn enorm gedaald en de stoelgang is genormaliseerd.

Rinneke kreeg 5 maanden geleden een zogenoemde fecestransplantatie in het Amsterdam UMC. Daarbij krijgen patiënten de darmmicrobiota van een gezonde donor toegediend via hun poep.

Bekijk ook

'Je proeft en ruikt het niet'

"Een vriendin had me erover getipt", vertelt Rinneke over het ontdekken van de behandeling. "Ik ben gaan lezen en dacht: nou ja, als die andere medicijnen allemaal niet werken, wil ik dit wel proberen."

Ze vindt er zelf niets vies aan, zegt ze beslist. "Ik ben verpleegkundige, dus ben wel wat gewend. En je proeft het niet en je ruikt het niet."

Nieuwe gezonde ontlasting

"Bij mensen met colitis ulcerosa spoelen we hun eigen ontlasting weg en we geven we ze nieuwe, verse ontlasting van een supergezonde donor", vertelt maag-darm-leverarts Cyriel Ponsioen. Hij leidt het onderzoek TURN2 waar Rinneke aan meedoet.

"In Nederland lijden zo'n 50.000 mensen aan colitis ulcerosa", weet hij. "Deze chronische darmontsteking leidt tot klachten als diarree, krampen, bloedverlies en vermoeidheid. Daardoor kun je ook je werk niet goed meer doen."

De darmziekte van Rinneke werd behandeld met een experimentele poeptransplantatie

Natuurlijke balans

Veel mensen hebben baat bij medicijnen, maar de ontsteking genees je daar niet mee, legt Ponsioen uit. "Wij denken dat als we de natuurlijke balans tussen bacteriën, virussen, schimmels, al die micro-organismen in je darm kunnen herstellen, dat de ziekte dan tot rust kan komen en misschien wel helemaal over is."

10 jaar geleden startte Ponsioen een eerste studie, met veelbelovende resultaten. Van de 25 behandelde patiënten leken er zes genezen. Maar deze resultaten waren niet wetenschappelijk significant.

Vervolgonderzoek

Er kon niet met zekerheid worden gezegd dat de verbetering door de poeptransplantatie kwam en niet door toeval. Daarom kwam er een vervolgonderzoek, waar Rinneke aan meedoet. Deze studie is 'dubbelblind': er is een groep die echt de poeptransplantatie krijgt, en een placebo-groep.

Rinneke vermoedt dat ze in de eerste groep zit. "Na de eerste behandeling hielp het al een beetje en hoefde ik minder vaak naar het toilet. Na de vierde ging het nog veel beter."

Bekijk ook

Hoge verwachtingen

Ponsioen verwacht veel van zijn onderzoek. "Het onderzoeksteam kan binnenkort de resultaten gaan analyseren. Wij hopen dat ongeveer 40 procent van de mensen die we behandelen blijvend goed op de poeptransplantatie reageert."

Hij benadrukt dat de TURN2 studie vol zit en patiënten zich dus niet meer kunnen aanmelden. Uiteindelijk hoopt Ponsioen zoveel kennis op te doen dat hij straks precies weet welke bacteriën gunstig zijn en bijdragen aan een gezond microbioom in de darmen.

Therapie in pilvorm

"Dat wil zeggen dat je naar het laboratorium gaat en heel erg goed gaat kijken om welke bacteriën het gaat, om welke virussen en om welke schimmels, zodat je weet welke je moet terugbrengen."

Met die kennis hoopt Ponsioen uiteindelijk een therapie te ontwikkelen die mogelijk in de toekomst in pilvorm beschikbaar kan worden. "Dan hoef je tenminste niet meer opgeloste ontlasting via een slangetje naar binnen te brengen", zegt hij tot slot.

Bekijk ook

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Ook interessant