De wapeninspecteurs van de Verenigde Naties staan onder hoge druk. Ze moeten vaststellen of er een gifgasaanval is geweest in Syrië. De VN'ers zijn er niet op uitgestuurd om te kijken wie de aanval daadwerkelijk heeft uitgevoerd.

Zaterdag kwamen ze aan in Rotterdam, met dozen vol monsters, opgeschept bij Ghouta. Dat is de plek vlakbij Damascus waar op 21 augustus de beruchte aanslag met chemische wapens plaatsvond.

De gif- en grondmonsters worden vanaf TNO Rijswijk naar verschillende laboratoria in Europa gebracht. Laboratoria in Zweden en Finland krijgen vandaag hun pakketten. De  secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-Moon wil graag dat ze met resultaten komen voordat de G20 top begint aanstaande donderdag. De vraag is of ze dit gaat lukken.

Oud VN-Inspecteur Jan Rozing was twee keer wapeninspecteur in Irak. De celbioloog werd in de jaren negentig en en in 2003 door de VN naar Irak gestuurd om de massavernietigingswapens van Saddam Hussein op te sporen. De druk was destijds ook hoog, want er hing een oorlog van af.

Herhaalt de geschiedenis zich? Hoe kijkt Rozing aan tegen dit VN onderzoek? Wat blijft er van over nadat de Verenigde Naties naar de resulaten hebben gekeken en hoe voelt het om de ogen van de wereld op jou en je team te voelen prikken?