Als ouder moet je dagelijks de strijd aan met je kind: geen snoep, geen cola, niet alleen maar binnen op de iPad. Dat veel ouders hier moeite mee hebben, blijkt wel uit het feit dat 1 op de 7 kinderen kampt met overgewicht. We krijgen het nog niet onder controle. Een landelijk plan van de Vrije Universiteit moet daar verandering in brengen.

Waarom krijgt Nederland het maar niet voor elkaar om onze kinderen gezonder te laten leven? "Het is een heel complex probleem", verklaart Jutka Halberstadt, universitair docent kinderobesitas aan de VU en de landelijk programmamanager van Care for Obesity"Overgewicht heeft niet één oorzaak. Een heel scala aan factoren bepaalt of een kind overgewicht krijgt en dat maakt het moeilijk. Want als je slechts één factor aanpakt, ben je er nog niet."

Alleen binnen eten 

Overgewicht bij kinderen is erg gevaarlijk, zowel op korte als op lange termijn. Zo kunnen ze al op jongere leeftijd last krijgen van gewichten, zoals de knieën. Op lange termijn krijgen deze kinderen meer kans op diabetes en hart- en vaatziekten. Maar daar blijft het niet blij. Halberstadt: "Het heeft ook psychische gevolgen. De kwaliteit van leven is bij zware kinderen vaak een stuk lager. Ze hebben een negatief zelfbeeld, worden gepest en de kans op depressie is veel hoger. Daarnaast kampen ze vaker met eenzaamheid. Ze gaan sneller in hun eentje binnen eten, dan met vriendjes buiten spelen."   

Moeilijk om 'nee' te zeggen

De 9-jarige zoon Janice van der Wees uit Amsterdam werd zo'n kind. Hij woog op een gegeven moment zo'n 70 kilo. "Je bent als moeder geneigd om goedgeefs te zijn. Je wil niet altijd 'nee' zeggen. Het is een dagelijks gevecht en je wint het bijna niet. Dat heeft als resultaat dat een kind er vanuit gaat dat lekker eten erbij hoort. Het is dan moeilijk om maat te houden. Ik voelde de angst, vanwege mijn eigen ervaring als jongere met overgeicht. Dat was absoluut een stimulans om het anders aan te pakken."  

Daar zit volgens Halberstadt zeker één van de problemen. Veel ouders vinden het ongelooflijk moeilijk om 'nee' te moeten zeggen tegen hun kroost. "Het is ontzettend moeilijk wat ouders moeten doen. Je delft bijna altijd het onderspit, want je kind wordt constant blootgesteld aan hevige marketing. En daarnaast, hoe ouder ze worden hoe minder je bij ze bent."   

Het is aan de gemeente om de preventie en de zorg van de kinderen op zich te nemen. Sinds 2015 valt de Jeugdwet onder de gemeente. Op lokaal niveau moet de hulpverlening goed georganiseerd worden, zowel op het gebied van preventie als op het gebied van zorg. Halberstadt zet zich met Care for Obesity in voor de zorg van kinderen met overgewicht. De gemeenten Amsterdam en Den Bosch werkten al met een model. Sindskort zijn daar 6 andere gemeenten aan toegevoegd. Uitendelijk zal het plan voor alle gemeenten toegankelijk zijn. 

Geen geld voor een sportclub

Samenwerking tussen de verschillende instanties is van groot belang, vertelt Halbertstadt: "In de jeugdgezondheidszorg worden kinderen regelmatig gemeten en gewogen. Als de curve teveel omhoog gaat, worden ouders geattendeerd. Dan moet er meteen gekeken worden naar factoren. De eerste vraag luidt: Wat is er met het kind aan de hand? Wat verhindert het gezin om gezonder te leven? Daar kunnen meerdere factoren aan ten grondslag liggen. Als een kind in armoede opgroeit, dan is er geen geld voor een sportclub. Als moeder kampt met een depressie, gaat zij echt niet elke avond gezond koken. Dat maakt de situatie lastig." 

Het kan voorkomen dat er eerst een opvoedcoach naar een gezin wordt gestuurd, alvorens het overgewicht aangepakt kan gaan worden. Het is te simpel om te denken dat je er alleen met sporten en gezond eten wel komt. 

'Je ziet eigenwaarde stijgen'

Janice van der Wees zit nu zo'n drie maanden in een traject in Amsterdam. Ze is heel blij met de hulp die haar zoon Tyrell krijgt, want ze was zelf niet bij machte om het tij te keren. Via het Ouder- en Kindcentrum werd geconstateerd dat Tyrell te zwaar was. Het gezin werd doorverwezen naar een diëtist en een fysiotherapeut. "Hij sport nu twee keer per week een uur bij de fysiotherapeut. Of het nou regent of niet, hij wil er heen. Hij is heel gemotiveerd en daar word ik blij van. Je ziet zijn eigenwaarde stijgen." Janice van der Wees krijgt ook zelf ondersteuning in dit traject: "Ik kan zelf adviezen krijgen. Je hoeft het niet alleen te doen. Als ik mezelf afvraag of ik het nou wel goed doe, kan ik het altijd checken bij de deskundigen". 

Projectleider Jutka Halberstadt is content met het verhaal van Janice van der Wees. Volgens haar geeft het precies aan waarom het belangrijk is dat diverse instanties kijken naar de situatie van het kind. "Gedragsverandering is heel erg moeilijk. Volhouden is nog veel moeilijker. Je moet daarom altijd kiezen wat past bij het kind en het gezin."