Als een naaste in psychische nood is, kan dat erg lastig zijnBron: Pexels
Als een naaste in psychische nood is, kan dat erg lastig zijn

Voel je je machteloos als familielid van iemand in psychische nood? Dit kun je wél doen

Doe mee

"Het voelt alsof iedereen pas in actie komt als er echt iets verschrikkelijks gebeurt." Veel ouders, partners, broers, zussen en vrienden voelen zich machteloos als een naaste psychische problemen heeft. Toch betekent dat niet dat je niets kunt doen.

Nadat Geertje bij ons had verteld hoe haar dochter steeds verder afgleed door psychische problemen, stroomden vergelijkbare ervaringen binnen in de chat. Velen hebben het gevoel dat privacyregels, het recht op autonomie en het zorgsysteem hen buitenspel zetten. We vroegen MIND, de onafhankelijke organisatie voor mensen met psychische klachten en hun naasten, wat je als naaste in zo'n situatie kunt doen.

Het voelt alsof iedereen pas in actie komt als er echt iets verschrikkelijks gebeurt.
bezorgde ouder in de chat

Signalen serieus nemen

Dat gevoel van machteloosheid herkennen veel naasten, zegt Mariëlle van den Berg van MIND. Toch kun je volgens haar juist vóór een crisis al iets doen. "Psychotisch gedrag ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag." Vaak zijn er al eerder signalen, zoals terugtrekken, achterdocht of concentratieproblemen.

Ik wilde alleen weten of mijn zoon veilig was. Ik kreeg te horen: 'Daar heeft u helemaal niets mee te maken.'
bezorgde moeder in de chat

Juist familie en vrienden merken die subtiele veranderingen vaak als eerste op. Daarom is het volgens MIND belangrijk om die signalen serieus te nemen en vast te leggen in een zogenoemd signaleringsplan. Daarin staat beschreven welke veranderingen eerder zijn opgevallen en wat dan helpt. Dat kan helpen in het contact met hulpverleners, waardoor ook eerder ingegrepen kan worden.

Recht op privacy en zelfbeschikking

Veel naasten ervaren dat ze aan de zijlijn staan. Ze zien dat iemand de grip op de werkelijkheid kwijtraakt, maar krijgen toch weinig informatie, contact of inspraak. Dat komt doordat in de zorg toestemming en zelfbeschikking in beginsel bij de patiënt liggen. Een behandelaar mag medische informatie daarom niet zomaar delen met familie.

Die regels zijn bedoeld om de vertrouwensrelatie tussen patiënt en behandelaar te beschermen. "Zeker bij ernstige psychische klachten is het belangrijk dat patiënten erop kunnen vertrouwen dat wat zij met een hulpverlener delen, vertrouwelijk blijft", zegt Van den Berg.

Meer mogelijk dan gedacht

Tegelijkertijd betekent privacy niet dat hulpverleners niets kunnen doen of familie buitenspel moet staan. Bij acuut gevaar kunnen bijvoorbeeld de huisarts, crisisdienst of hulpdiensten worden ingeschakeld.

Ook biedt de wet vaak meer ruimte om naasten te betrekken dan gedacht. "Zeker als dat in het belang van de patiënt is." Daarom roept MIND professionals op om vooral te kijken naar wat wél kan en familie vaker te betrekken.

Wat moet ik doen?

Hoewel veel familieleden zich vaak toch machteloos blijven voelen, zijn er volgens MIND wel degelijk dingen die helpen. Zoek steun bij andere familieleden, lotgenoten of naastenorganisaties. Zoals Ypsilon, die ook een hulplijn heeft. Verdiep je daarnaast in de aandoening zodat je beter begrijpt wat er speelt.

Probeer daarbij wanen en hallucinaties niet weg te praten maar geef erkenning aan het gevoel. Breng structuur aan en maak samen afspraken in het signaleringsplan. "Juist in rustige periodes is het belangrijk om afspraken te maken met zorgverleners over welke informatie zij met jou mogen delen", weet Van den Berg. "Professionals hebben vaak weinig tijd om zelf contact te zoeken."

Zorg mijden

Er zijn mensen die alle zorg afhouden en geen behandelaar (meer) hebben. Dat komt bijvoorbeeld voor bij mensen die tijdens een psychose geen ziektebesef hebben en daardoor de noodzaak van hulp niet inzien. Zolang iemand geen direct gevaar vormt voor zichzelf of anderen, zijn de mogelijkheden om in te grijpen beperkt. Is er wél sprake van gevaar, dan kan dwangzorg of een andere maatregel worden ingezet.

Ook kunnen naasten in die situatie eerder informatie krijgen. Is iemand uit beeld geraakt, dan adviseert Van den Berg na te gaan of er nog andere professionals betrokken zijn, bijvoorbeeld via bemoeizorg of een eerdere behandelaar. "Vraag jezelf daarbij ook af welke informatie je nodig hebt en waarom. Is die informatie bedoeld om jezelf gerust te stellen, of helpt het ook de ander?" Maar vergeet ook jezelf niet, benadrukt Van den Berg. Want ook voor familieleden kan het zwaar zijn.

Bewindvoering, mentorschap en curatele

Sommige kijkers wijzen op mentorschap, bewindvoering of curatele als oplossing. Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken: bewindvoering gaat vooral over financiële zaken, mentorschap over persoonlijke beslissingen rond verzorging en behandeling, en curatele is de meest ingrijpende maatregel en kan beide terreinen omvatten.

Maar aan deze maatregelen zitten ook nadelen, volgens MIND. Van den Berg: "Je krijgt een andere rol dan die van ouder of familielid. Als beslissingen ingaan tegen de wens van de patiënt, kan dat de relatie juist onder druk zetten." Bovendien zijn deze maatregelen alleen mogelijk via een juridische procedure en wanneer aan wettelijke voorwaarden is voldaan. Het blijft een ingrijpende vorm van beperking van iemands zelfbeschikking.

Signalen serieus nemen

Het gevoel van de chatters, dat er pas actie komt als er iets heel ergs gebeurt, hoort MIND vaker. Volgens de organisatie kunnen signalen van familie serieuzer worden meegenomen.

Daarom zou het signaleringsplan volgens Van den Berg een stevigere plek in de wet moeten krijgen, zodat de kennis van naasten niet verloren gaat wanneer iemand opnieuw in een psychische crisis belandt. "Professionals, naasten en de patiënt moeten samen kijken welke rol iedereen kan vervullen en wat nodig is om iemand zo goed mogelijk te ondersteunen."

Advertentie via Ster.nl