
Nieuwe spionagewet: wat gaat er veranderen? Jullie vragen beantwoord
De inlichtingendiensten AIVD en MIVD krijgen mogelijk meer ruimte om informatie te verzamelen en onderzoeken uit te voeren. Tegelijkertijd zijn er zorgen over privacy en machtsmisbruik. Volgens experts is onafhankelijk toezicht daarom cruciaal.
We legden jullie vragen over dit onderwerp voor aan universitair docent Nationaal veiligheidsrecht aan de Radboud Universiteit Rowin Jansen. Ook spraken we met oud-AIVD'er en voormalig toezichthouder Bert Hubert.
De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) bepaalt welke bevoegdheden de AIVD en MIVD hebben om dreigingen voor de nationale veiligheid te onderzoeken, bijvoorbeeld door gesprekken af te luisteren of computers te hacken. In een nieuw wetsvoorstel krijgen de diensten meer mogelijkheden om sneller op dreigingen te reageren. Ook verandert het toezicht op hun werk.
1. Waarom is er een nieuwe inlichtingenwet nodig volgens de diensten en het kabinet?
De huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) stamt uit 2017 en is daarmee inmiddels bijna tien jaar oud. Volgens Jansen is het noodzakelijk om de wet aan te passen en te verruimen. "De inlichtingenwet is tot stand gekomen in een periode dat de technologie heel anders was." Denk bijvoorbeeld aan de snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI).
De wereldorde is in de afgelopen tien jaar flink veranderd.universitair docent Nationale veiligheidsrecht aan de Radboud Universiteit Rowin Jansen
Ook de internationale verhoudingen zijn veranderd. Rusland voert volgens Jansen steeds meer een hybride oorlog tegen het Westen en ook China is assertiever geworden. "De wereldorde is in de afgelopen tien jaar flink veranderd." De nieuwe wet moet de diensten daarom niet alleen technologisch bij de tijd brengen, maar ook meer ruimte geven om op die dreigingen te reageren.
Hubert is kritischer op de noodzaak van die extra ruimte. Volgens hem hebben de diensten nu al vergaande bevoegdheden. "98 procent van de verzoeken om te hacken of af te luisteren wordt al toegewezen." Volgens hem gaat de nieuwe wet daarom vooral over het verminderen van administratieve verplichtingen en het langer laten doorlopen van onderzoeken.
2. Hoe groot is de dreiging voor Nederland?
Dat Nederland met serieuze dreigingen te maken heeft, staat volgens Jansen niet ter discussie. Zo uit de hybride oorlog met Rusland zich in steeds meer spionage en sabotage. De AIVD en MIVD moeten dreigingen daarom zo vroeg mogelijk kunnen herkennen.
Hubert ziet de dreiging ook, maar waarschuwt dat dit niet betekent dat de diensten minder streng gecontroleerd moeten worden. Dat lijkt volgens hem wel het geval bij de nieuwe wet. "Juist bij grote hoeveelheden informatie is er streng toezicht nodig over wat ermee gebeurt en wie er toegang toe heeft."
Zowel de AIVD als de MIVD onderzoekt binnenlandse en buitenlandse dreigingen. De AIVD richt zich vooral op de veiligheid van Nederland en de samenleving, terwijl de MIVD zich richt op dreigingen voor de krijgsmacht. Om die te onderzoeken, mogen de diensten bijzondere bevoegdheden inzetten, zoals afluisteren en hacken. Daar gelden strenge regels voor en is toestemming nodig.
3. Welke nieuwe bevoegdheden krijgen de AIVD en MIVD?
De nieuwe wet geeft de diensten meer ruimte. Zo kunnen ze personen die als 'evidente tegenstander' of 'opponent' zijn aangemerkt een jaar lang met bijna alle bevoegdheden onderzoeken. Met opponenten worden bijvoorbeeld Russische spionnen of terroristische organisaties bedoeld.
"Zonder dat je per bevoegdheid een aanvraag hoeft te doen", legt Jansen uit. Ook worden sommige termijnen verlengd: waar eerst na drie maanden opnieuw toestemming nodig was, kan dat straks na zes maanden.
Dan is er nog het gebruik van AI bij het doorzoeken van grote hoeveelheden gegevens. Hubert uit zijn zorgen hierover: "In de wettekst staat 'automatisering', maar pas in de toelichting wordt duidelijk dat hiermee ook algoritmes en AI worden bedoeld." Als AI er in 1 procent van de gevallen naast zit, kan dat volgens hem grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld dat iemand onterecht als terrorist wordt aangemerkt.
Beiden benadrukken dat je de veranderingen niet los van elkaar moet zien. "De individuele stappen zijn nog niet eens wereldschokkend. Maar de cumulatieve effecten van al deze stappen maken dat de diensten veel meer ruimte kunnen krijgen", zegt Jansen.
4. Hoe wordt gecontroleerd of de diensten zich aan de regels houden?
Ook het toezicht verandert. Nu controleert de CTIVD vooral achteraf en toetst de TIB vooraf bepaalde bevoegdheden. Deze toezichthouders gaan samen in het nieuwe College van Toetsing en Toezicht (CTT).
Hubert, die bij de TIB werkte, is kritisch. Volgens hem verdwijnen er twee van de zes leden. "Je vermindert het toezicht en verkoopt het als nieuw toezicht." Jansen ziet ook voordelen: de samenvoeging kan zorgen voor betere samenwerking. Wel moet het CTT genoeg personeel, kennis en geld krijgen.
Ook verschuift een deel van het toezicht: waar dit nu deels vooraf gebeurt, wordt dat tijdens en na een operatie. Beide deskundigen vinden dat toezichthouders dan wel moeten kunnen ingrijpen. Volgens Jansen blijft voldoende tegenmacht essentieel: "Zorg dat je financieel, materieel en qua personeel goede toezichthouders hebt."
5. Welke zorgen en kritiek zijn er op de nieuwe wet?
Een belangrijk kritiekpunt van Hubert is het eerder benoemde opponentenregime. Hij vreest dat ook mensen die maar een beperkte relatie hebben met een land als Iran sneller binnen een onderzoek kunnen vallen. Hij noemt dat een 'gevaarlijke shortcut'.
Ook maakt de oud-AIVD'er zich zorgen over de nieuwe toezichtstructuur. De diensten krijgen meer ruimte, terwijl een deel van de controle verschuift van vooraf naar tijdens en na een operatie. Hij waarschuwt: "je moet echt opletten dat je niet je democratie afbreekt om hem te beschermen." Volgens hem is juist bij toenemende dreiging een sterke onafhankelijke controle nodig.
Jansen benadrukt het belang van voldoende tegenmacht. De wet bevat zogenoemde 'open normen': regels die ruimte laten voor nieuwe situaties en technologie. Dat is volgens hem juridisch nodig om te voorkomen dat de wet snel veroudert en steeds moet worden aangepast.
Maar die flexibiliteit brengt risico's met zich mee als een volgend kabinet met verkeerde bedoelingen de bevoegdheden misbruikt. "Een open norm is natuurlijk wel gevaarlijk als het in handen komt van een autocraat", waarschuwt Jansen.
6. Hoe wordt de balans tussen veiligheid en privacy bewaakt?
Privacy en veiligheid worden vaak tegenover elkaar gezet, maar Jansen vindt dat te simpel. "Het hebben van nationale veiligheid is een basisvoorwaarde om überhaupt privacy te kunnen hebben." Dat maakt privacy volgens hem niet minder belangrijk: de diensten moeten zich aan de regels houden en er moet onafhankelijk toezicht zijn.
Hubert waarschuwt voor de gevolgen van grote hoeveelheden opgeslagen informatie. Hij vreest dat gegevens die nu over mensen worden verzameld, later voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld onder een ander kabinet. "Een spaarpot vol met informatie over iedereen". Jansen erkent dat risico. Juist daarom moeten volgens hem niet alleen de bevoegdheden, maar ook de tegenmacht goed worden geregeld.
7. Wat merken burgers concreet van de nieuwe wet?
"Als het goed is, helemaal niets", benadrukt Jansen. "Want als geheime diensten hun werk doen, dan kom je er in principe niet achter." Dat betekent niet dat er niets verandert. De diensten krijgen volgens hem wel meer mogelijkheden om informatie te verzamelen en te analyseren. Maar het idee dat de AIVD of MIVD straks zomaar alle gegevens van iedereen gaat verzamelen, is volgens hem een misverstand. "Niet alleen mag dat juridisch helemaal niet, het kan technologisch ook helemaal niet."
Volgens Jansen hebben de diensten eerder te veel dan te weinig gegevens. "De grote uitdaging is daarom juist om uit enorme hoeveelheden informatie de relevante gegevens te halen." Daar zit volgens Hubert wel een risico. Hoe meer gegevens je verzamelt en hoe meer je die automatisch laat analyseren, hoe groter volgens hem de kans dat systemen fouten maken.