Enkele kleuters van een Belgische basisschool zouden onder invloed staan van een extremistische stroming binnen de islam. Daarover uiten leraren van de school in een intern document hun zorgen. Volgens pedagoog Mirte Loeffens speelt het probleem ook in Nederland.

Loeffens werkt voor Radaradvies als trainer van leraren op het gebied van radicalisering. Ze leert hen om te gaan met jonge kinderen die extreme ideeën uiten in de klas. “Een lerares vertelde dat één van haar leerlingen bij haar kwam terwijl ze  een broodje ham at. Het kind zei toen: ‘juf, als je ham eet, dan ga je naar de hel.’” 

Een eigen leven

“Het is heel belangrijk hoe je daar als leerkracht mee omgaat,” zegt Loeffens. Volgens haar hebben de kinderen geen slechte bedoelingen. “Je moet ze kritisch en open leren denken door het gesprek aan te gaan, anders gaan die ideeën hun eigen leven leiden.”

De zachte aanpak

Het is een probleem in Nederland waar vooralsnog te weinig aandacht voor is, vindt Annemarie van de Weert, onderzoeker bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht. Van de Weert heeft onderzoek gedaan naar preventie en signalering van radicalisering. Volgens haar gaat er nog altijd veruit de meeste aandacht naar de detectie en aanpak van geradicaliseerde jongeren, terwijl er te weinig aandacht is voor het voorkomen ervan. Er wordt te weinig ingezet op wat van de Weert “de zachte aanpak” noemt.

“Er moeten meer en betere sociale programma’s komen, die radicalisering kunnen voorkomen. Daar hadden we drie jaar geleden al mee moeten beginnen.” Volgens van de Weert is er in de huidige aanpak nog altijd te weinig focus op het probleem. Bovendien worden aanpakken niet of nauwelijks geëvalueerd.