
Nederlandse Mirjam biedt hulp aan ontheemde families in Libanon: 'Ik probeer hoop te bieden'
Midden in de nacht je bed uit, in je pyjama de auto in en zo snel mogelijk het dorp uit. Voordat alles met de grond gelijk wordt gemaakt. In Libanon zijn inmiddels ruim een miljoen mensen op de vlucht voor de bombardementen van het Israëlische leger.
De chaos is groot in het land dat vier keer zo klein is als Nederland, 5,5 miljoen inwoners telt en al jaren 1,7 miljoen vluchtelingen opvangt, vooral uit Syrië. Ruim 1 miljoen mensen zijn op dit moment in Libanon ontheemd.
Overvolle noodopvang
Ze slapen in auto's, op straat, in tenten en onder bruggen. De 12-jarige Zeinab vertelt hoe ze in paniek moest vluchten en al haar spullen achterliet. "Ik mis mijn speelgoed, mijn step en mijn fiets."Wie geluk heeft, komt terecht in een van de overvolle noodopvanglocaties van de Verenigde Naties.
"Opvanglocaties, zoals scholen die zijn omgebouwd tot noodopvang, proberen we families een plek te geven met zo veel mogelijk basisvoorzieningen en privacy", vertelt Karolina Billing van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. "Veel mensen die in de eerste dagen zijn gevlucht, kunnen simpelweg nooit meer terug omdat hun huizen volledig zijn verwoest. Terwijl ze dat het liefste willen. En daar hebben ze ook recht op."
Geen perspectief
In Beiroet runt de Nederlandse Mirjam Polak een stichting die hulp biedt aan ontheemde families. Ze woont inmiddels 4 jaar in Libanon. "Toen de bombardementen begonnen, werd ik door heel veel Nederlanders geappt en gemaild: 'kom terug, ben je gek dat je daar nog zit?'" vertelt ze. Maar Mirjam besloot te blijven. Als counselor op de Haigazian University in Beiroet begeleidt ze studenten die kampen met stress, angst en trauma's.
"Veel van mijn studenten zijn moe. Ze voelen zich vastzitten in hun eigen land. Je probeert hoop te bieden, maar soms is het zoeken waar het perspectief nog zit. Ik heb een student die letterlijk in zijn pyjama in de auto stapte en is gaan rijden, op zoek naar veiligheid. Ik vertel niet dat ik alles kan oplossen. Dat zou een leugen zijn. Het is vaak gewoon luisteren en stil zijn."
Binnen 10 minuten meerdere aanvallen
Voor student Amjad Soufan kwam de oorlog plotseling heel dichtbij toen zijn familie uit Zuid-Libanon naar Beiroet vluchtte en dacht daar veilig te zijn. "Het was op een woensdag. Ik was in de sportschool toen er ineens explosies waren", vertelt hij. "Binnen tien minuten waren er meerdere aanvallen."
Volgens Israël waren de aanvallen gericht op Hezbollah-doelen. Het gebouw waar Amjad's familie verbleef werd totaal verwoest. Die dag kwamen 350 mensen om het leven, onder wie 33 kinderen. Ook Amjad's tante overleefde de aanval niet. "Overal was bloed van onschuldige mensen die het niet verdienden om te sterven", vertelt hij. "Mijn moeder huilde. Een kennis keek mij aan en schudde zijn hoofd. Toen wist ik genoeg: ik heb mijn moeder moeten vertellen dat haar zus dood was."
'Verpletteren van Hezbollah'
Het doel van Israël is - volgens premier Netanyahu - het 'verpletteren van Hezbollah'. Hoewel Hezbollah door een deel van de Libanese bevolking nog steeds wordt gezien als een verzetsbeweging tegen de Israëlische aanvallen, vindt een meerderheid dat zij het land verder de afgrond in trekken.
De gevolgen voor de Libanese bevolking zijn hoe dan ook rampzalig. Volgens het Emergency Operations Center van het Libanese Ministerie van Volksgezondheid is het aantal slachtoffers van het militaire conflict in de periode van 2 maart tot en met 27 mei opgelopen tot 3.269 doden en 9.840 gewonden.
Systematisch met de grond gelijkgemaakt
Deze week is het Israëlische leger opgerukt voorbij de zogenoemde 'gele lijn'. Dit is een militaire grens die door Israël zelf is getrokken en zo'n 6 procent van het Libanese grondgebied omvat. Libanezen mogen zich absoluut niet in deze zone begeven: alles wat er beweegt kan worden beschoten. Binnen dit gebied zijn complete dorpen systematisch met de grond gelijkgemaakt.
"Zojuist had ik nog even telefonisch contact met een goede vriend van mij uit Zuid Libanon", vertelt Mirjam. "Zijn dorp is deze ochtend deels gebombardeerd en er zijn vijftien huizen verwoest, inclusief dat van een familielid."
Trillend in bed van angst
De eerste nacht dat de aanvallen Beiroet bereikten, was voor Mirjam een schokkend moment. "Soms is het heel eng om hier te zijn. Ik lag die eerste nacht dat de strikes begonnen te trillen in mijn bed. En ik woon best ver van Beiroet vandaan. Dan ga je schakelen: het is geen vuurwerk en het is geen onweer. Het is oorlog."
Toch besloot ze te blijven. "Ik wist meteen: ik ga niet terug naar Nederland. Want ik vind het niet eerlijk om - als het erop aankomt - op het vliegtuig te stappen."